Gebruikershandleiding

Een visuele rondleiding door BezitKaart. Elke functie staat op één kaartje: waar hij zit, wat hij doet, en de klikken die je ervoor nodig hebt. De oranje nummers in de afbeeldingen horen bij de genummerde stappen ernaast.

Stand 23 oktober 2026 · kenmerk 894138bf5f · PDF downloaden · afdrukken met Ctrl+P (⌘P op een Mac)

Module 1

Inlogdashboard

Alles van vóór en rond het werk: aanmelden, je organisatie en collega's, je profiel en abonnement, en het dashboard waar je na het inloggen op uitkomt.

  1. 1.1Aanmelden en beveiliging
  2. 1.2Organisatie en collega's
  3. 1.3Profiel en abonnement
  4. 1.4Het dashboard, hulp en helpdesk
  5. 1.5App installeren en bijwerken

1.1Aanmelden en beveiliging

Met een account en een organisatie werkt BezitKaart niet meer alleen in je eigen browser, maar centraal: collega's, projecten en toegang horen dan bij elkaar.

Inloggen

Aanmelden

Je logt in met je e-mailadres en wachtwoord.

  1. 1Vul je e-mailadres en wachtwoord in en klik op Aanmelden.
  2. 2Nog geen account? Registreer je bedrijf met Account registreren (zie hieronder), of word door een collega of de eigenaar van je organisatie uitgenodigd.

Word je uitgenodigd voor een bestaande organisatie, registreer dan geen eigen account: gebruik de link in de uitnodiging.

Het aanmeldscherm met e-mailadres, wachtwoord, de knop Aanmelden en de link Account registreren

Inloggen

Microsoft-aanmelding

Een extra aanmeldoptie voor bestaande accounts met een Microsoft-werkaccount.

  1. 1Als de omgeving dit ondersteunt, kies Aanmelden met Microsoft en selecteer je werkaccount. Je organisatie moet de bijbehorende tenant hebben bevestigd en ingeschakeld.
  2. 2De organisatie-eigenaar opent Collega toevoegen en daarna Microsoft-aanmelding. Vul de Tenant-ID uit Microsoft Entra in, controleer deze, zet Aan aan en kies Opslaan.
  3. 3Een voorgestelde tenant neem je bewust over; bevestiging blijft verplicht. Met Instelling verwijderen trek je Microsoft-aanmelding in.

Dit koppelt geen mailbox. E-mail/wachtwoord en tweestapsverificatie blijven gelden; SuperAdmin gebruikt zijn bestaande beheerlogin.

Inloggen

Eén apparaat tegelijk

Een BezitKaart-account is persoonlijk en werkt op één apparaat tegelijk.

  1. 1Log je in op een tweede apparaat (bijvoorbeeld je tablet), dan wordt het eerste apparaat automatisch afgemeld.
  2. 2Op het eerste apparaat verschijnt dan Dit account is ergens anders opnieuw ingelogd. Klik op Opnieuw inloggen om daar verder te werken.

Werken meerdere mensen met BezitKaart, geef dan iedereen een eigen account via Collega toevoegen. Eén account delen werkt niet: wie als laatste inlogt, meldt de ander af.

Inloggen

Geen verbinding met BezitKaart

Zonder internetverbinding kun je niet aanmelden, en BezitKaart blijft dan dicht in plaats van half open te staan.

  1. 1Zie je Geen verbinding met BezitKaart, controleer dan je verbinding (wifi of mobiele data).
  2. 2Klik op Opnieuw proberen: de pagina wordt opnieuw geladen en je kunt aanmelden zodra er weer verbinding is.

Ook een app die je op het beginscherm hebt gezet toont dit scherm als de verbinding ontbreekt; wat je onderweg al op je toestel had bewaard, blijft staan.

Inloggen

Account registreren

Zelf een account en een organisatie aanmaken; de gratis proefperiode start vanzelf.

  1. 1Klik op Account registreren onder het aanmeldscherm.
  2. 2Vul Je naam, Bedrijfsnaam, E-mailadres en twee keer je wachtwoord in, en ga akkoord met de Algemene Voorwaarden en de Privacyverklaring.
  3. 3Klik op Account registreren. Je ontvangt een e-mail.
  4. 4Klik op de link in die e-mail om je e-mailadres te bevestigen en meld je aan. Je organisatie wordt dan aangemaakt en je proefperiode start automatisch, met toegang tot alle functies.

Zonder bevestigd e-mailadres start er geen proef. Geen mail ontvangen? Kijk in je spamfolder, of registreer na een paar minuten opnieuw met hetzelfde adres. Zie je de melding Dit account is al geregistreerd.? Dan heb je met dat adres al een account: klik in de melding op Aanmelden, of gebruik Wachtwoord vergeten.

Inloggen

Wachtwoord vergeten

Een nieuw wachtwoord instellen via een link per mail.

  1. 1Klik op Wachtwoord vergeten onder het inlogscherm.
  2. 2Vul je e-mailadres in; je ontvangt een link per mail.
  3. 3Klik de link aan en stel een nieuw wachtwoord in.

Inloggen

Tweestapsverificatie (2FA)

Een extra controlestap na je wachtwoord, als dit voor jouw account is ingeschakeld.

  1. 1Log in met je e-mailadres en wachtwoord zoals gewoonlijk.
  2. 2Vul de code uit je authenticator-app in als daarom wordt gevraagd.

Je kunt tweestapsverificatie vandaag nog niet zelf aanzetten — dat gebeurt voor jouw account door BezitKaart. Staat hij niet aan, dan sla je deze stap gewoon over.

1.2Organisatie en collega's

Wie er in je organisatie werkt, hoe je collega's uitnodigt en wat zij per project mogen.

Dashboard · Gebruikersmenu

Organisatie wisselen

Met meerdere actieve lidmaatschappen kun je met hetzelfde account in een andere organisatie werken.

  1. 1Sla eerst je huidige project op. Niet-opgeslagen wijzigingen gaan bij het wisselen verloren.
  2. 2Open het gebruikersmenu en kies Organisatie wisselen.
  3. 3Selecteer een organisatie en klik op Wisselen. Het dashboard opent opnieuw met de projecten, het abonnement en je rol van die organisatie.

De keuze wordt op dit apparaat onthouden. Alleen actieve eigen lidmaatschappen staan in de lijst; projectrechten veranderen niet. Met slechts een lidmaatschap verschijnt de knop niet.

Dashboard · Instellingen

Bedrijfslogo

Eén centrale plek voor het logo van je organisatie en voor waar het op je afdrukken komt.

  1. 1Klik in de zijbalk van het dashboard op Instellingen.
  2. 2Klik op Logo kiezen en kies je logo: het liefst een PNG met doorzichtige achtergrond, minstens 600 px breed, maximaal 1 MB (JPG kan ook). Het voorbeeld toont meteen hoe het logo eruitziet; is het te klein, dan zegt BezitKaart dat het op A3 en groter onscherp kan worden.
  3. 3Vink onder Logo tonen op aan waar het logo moet staan: Plattegrond-afdruk, Rapporten, Afgedrukte planning en Portefeuille-uitdraai. Uitvinken geldt meteen, voor de hele organisatie.
  4. 4Met Standaardlogo terugzetten haal je het eigen logo weer weg.

Op de plattegrond staat je eigen logo linksboven en rechtsboven het BezitKaart-logo, kleiner, met “Gemaakt met” erboven; op rapporten staat er klein “Gemaakt met BezitKaart” bij. Op een afgedrukte planning staat je eigen logo rechtsboven, en rechtsonder “Gemaakt met” met het BezitKaart-logo. Alleen de eigenaar of een beheerder ziet Instellingen; het logo geldt voor iedereen in de organisatie. Een eigen logo hoort bij het pakket Professional en hoger. Dit is de enige plek voor het logo; onder Exporteren op de kaart staat het niet.

Organisatie · Collega's

Collega toevoegen

De eigenaar van de organisatie geeft een bestaand BezitKaart-account toegang.

  1. 1Ga naar het overzicht van collega's binnen de organisatie.
  2. 2Klik op Collega toevoegen en vul het e-mailadres van de collega in.
  3. 3BezitKaart verstuurt de uitnodiging per e-mail. Als het verzenden niet lukt of onzeker is, blijft de uitnodigingslink beschikbaar om zelf te delen.

Elk pakket heeft een maximumaantal collega's. Is dat bereikt, dan moet je eerst iemand deactiveren of het pakket wijzigen. Een vrijgemaakte plaats kun je binnen 30 dagen maar een beperkt aantal keren aan iemand anders geven; heb je structureel meer mensen, neem dan contact op met BezitKaart voor extra plaatsen.

Organisatie · Collega's

Uitnodigingen

Openstaande uitnodigingen bekijken of intrekken.

  1. 1Open het overzicht van collega's; openstaande uitnodigingen staan er apart bij.
  2. 2Klik op Intrekken om een uitnodiging die nog niet is geaccepteerd, ongedaan te maken.

Organisatie · Collega's

Collega's beheren

Overzicht van wie er toegang heeft tot de organisatie.

  1. 1Open het overzicht van collega's om te zien wie er lid is en welke rol iemand heeft.
  2. 2Klik op Deactiveren om iemands toegang stop te zetten.

Deactiveren is iets anders dan verwijderen: een gedeactiveerde collega behoudt zijn geschiedenis in de projecten waar hij aan meewerkte. Een gekoppelde Microsoft-mailbox wordt bij deactiveren wel losgekoppeld; na heractiveren koppelt de collega die opnieuw.

Project · Toegang

Projecttoegang instellen

Per project bepaal je wie mag meekijken en wie mag bewerken. Dat regel je in het inlogdashboard en niet in de kaarttool zelf.

  1. 1Ga in het dashboard naar Account, kies Collega's en klik op Rollen per project.
  2. 2Kies het project en ken per collega een rol toe: viewer (alleen bekijken), editor (bewerken) of manager (verantwoordelijk).
  3. 3Staat er bij een collega een vinkje Bewonersgegevens (met een slotje), dan bepaal je daarmee apart wie de bewonerslijst van dit project mag openen. Dat recht hoort bij geen enkele rol: het blijft staan als je de rol wijzigt, en elke opening wordt vastgelegd.

Het vinkje Bewonersgegevens is er alleen zolang het onderdeel Bewonersgegevens voor je omgeving openstaat. Het tabblad Bewonersgegevens in Uitvoering zie je alleen als de server bevestigt dat je het mag openen.

1.3Profiel en abonnement

Je eigen gegevens, je wachtwoord en het pakket van je organisatie.

Mijn profiel

Naam en organisatienaam

Je eigen gegevens aanpassen.

  1. 1Open Mijn profiel en wijzig je naam.
  2. 2Ben je eigenaar van de organisatie, dan kun je hier ook de organisatienaam wijzigen.
  3. 3Klik op Opslaan.

Je e-mailadres zelf kun je hier niet wijzigen.

Mijn profiel

Wachtwoord wijzigen

Een nieuw wachtwoord kiezen terwijl je bent aangemeld.

  1. 1Open Mijn profiel en ga naar Wachtwoord wijzigen.
  2. 2Vul je Huidig wachtwoord in, en twee keer je nieuwe wachtwoord (minstens 10 tekens, niet hetzelfde als je huidige en niet je e-mailadres).
  3. 3Klik op Wachtwoord wijzigen. Op je andere apparaten word je daarna afgemeld; op dit apparaat blijf je aangemeld.

Ben je je huidige wachtwoord vergeten? Meld je dan af en gebruik Wachtwoord vergeten op het aanmeldscherm.

Abonnement

De abonnementspagina

Je pakket, je proefperiode, de prijzen en je facturen op één pagina.

  1. 1Klik in de zijbalk van het dashboard, onder je huidige abonnement, op Abonnement beheren (of op Abonnement in je gebruikersmenu). De pagina Abonnement opent.
  2. 2Bovenaan staat je Huidig pakket met de status, en daarnaast je Proefperiode (hoeveel dagen je nog hebt) of je Betaling (betaalwijze, volgende incasso en laatste betaling).
  3. 3Onder Pakketten staan Basic, Professional en Business naast elkaar, met de prijs, het aantal gebruikers, de opslag en wat erbij hoort.
  4. 4Onderaan staan je Facturen; met Download PDF sla je een factuur op.
  5. 5Met Terug naar het dashboard (of de terugknop van je browser) ga je terug.

Iedereen in de organisatie kan de pagina bekijken; alleen de eigenaar of een beheerder kan een pakket kiezen, wijzigen of opzeggen.

Abonnement

Pakket kiezen of wijzigen

Een betaald pakket afsluiten, overstappen of opzeggen.

  1. 1Nog geen betaald abonnement (bijvoorbeeld tijdens of na je proefperiode)? Kies Per maand of Per jaar (als jaarbetaling beschikbaar is), vink het akkoord met de voorwaarden aan en klik op Kies Professional of Kies Business. Je rondt de betaling af bij de betaalprovider.
  2. 2Heb je al een abonnement, klik dan op Upgraden naar … of Overstappen naar … op de kaart van het andere pakket en bevestig de overstap.
  3. 3Naar een hoger pakket: het verschil over de resterende dagen van de lopende periode wordt via je incassomachtiging afgeschreven. Het nieuwe pakket gaat in zodra die betaling is ontvangen; tot dan houd je je huidige pakket.
  4. 4Naar een lager pakket: de wijziging gaat meteen in en de rest van de lopende periode wordt niet terugbetaald.
  5. 5In beide gevallen geldt het nieuwe bedrag vanaf de eerstvolgende incasso.
  6. 6Klik op Abonnement opzeggen om het abonnement te beëindigen.

Basic is niet los af te sluiten: daarop val je terug na een opzegging. Zolang de betaling voor een eerdere overstap nog openstaat, kun je het pakket niet opnieuw wijzigen.

Abonnement

Proefperiode

Hoe lang je proef nog loopt, en wat er gebeurt als hij afloopt.

  1. 1Tijdens de proef zie je onderaan het scherm hoeveel dagen je nog hebt, en op de abonnementspagina staat een balk met de resterende dagen.
  2. 2Vijf dagen voor het einde wordt die melding oranje en krijg je een e-mail. Klik op Upgrade om naar de abonnementspagina te gaan.
  3. 3Je kunt ook al eerder een pakket kiezen; de proef gaat dan over in het betaalde abonnement.
  4. 4Is de proef verlopen, dan kun je je projecten nog inzien en exporteren, maar niets meer wijzigen of opslaan. Er verschijnt een venster Kies je abonnement.
  5. 5Kies op de abonnementspagina een pakket en rond de betaling af. Na de betaling werkt alles meteen weer, met de functies van het gekozen pakket.

Alleen de eigenaar of een beheerder van de organisatie kan een abonnement kiezen. Er wordt nooit iets verwijderd als de proef afloopt.

Account

Bevestigingen per e-mail

Belangrijke wijzigingen worden na het opslaan automatisch per e-mail bevestigd.

  1. 1De eigenaar ontvangt bevestigingen van opzegging, intrekking, het einde van het abonnement en een pakketwijziging. Een mislukte upgrade laat het bestaande pakket ongewijzigd.
  2. 2Na zelfregistratie volgt een welkomstmail met het einde van de proef. Een openstaande mislukte betaling krijgt een herinnering.
  3. 3De betrokken collega ontvangt wijzigingen in organisatie- of projecttoegang en belangrijke wijzigingen van toegewezen planningsactiviteiten.
  4. 4Bij ondertekening en overdracht ontvangen betrokkenen een bevestiging. De indiener ontvangt een ontvangstbevestiging van een supportmelding en bericht bij een menselijke reactie of afhandeling.
  5. 5Een toegekende korting en wijzigingen in wachtwoord of tweestapsverificatie worden bevestigd.
  6. 6Wijzigt BezitKaart-beheer de blokkade, gebruikersplaatsen, proefperiode, organisatierol of korting, dan ontvangen de betrokken gebruikers een bevestiging. Ook het archiveren of terugzetten van een project door beheer wordt gemeld.
  7. 7Bij verwijdering van je account of organisatie volgt een bevestiging. Aanvragers ontvangen het besluit over hun accountaanvraag; een uitnodiging kan de goedkeuring al communiceren.

Actiemails worden in een wachtrij verwerkt en kunnen enkele minuten later aankomen. Een e-mail verandert geen rechten: de actuele stand staat altijd in BezitKaart. Beveiligingsmails bevatten nooit wachtwoorden of verificatiecodes.

1.4Het dashboard, hulp en helpdesk

Het startpunt na het inloggen, en waar je terechtkunt met een vraag of een wens.

Dashboard

Het dashboard

Het eerste scherm dat je ziet na het inloggen.

  1. 1Gebruik de actiekaarten bovenaan voor snelle acties: nieuw project starten, vanuit de portefeuille starten, mijn projecten, handleiding & tips, bereken je besparing.
  2. 2Bekijk je recente projecten in de lijst daaronder.
  3. 3De huidige hoofdpagina staat in de URL. Vernieuwen behoudt die pagina; met de terug- en vooruitknoppen van de browser wissel je tussen bezochte pagina's. Een opgeslagen serverproject wordt opnieuw geladen; niet-opgeslagen werk niet.
  4. 4Bekijk je portefeuille, de projecten per fase en je eigen gebruik in de overzichten verderop op het dashboard.
Het dashboard met de actiekaarten, de recente projecten en het portefeuilleoverzicht

Dashboard

Kiezen wat je gaat doen

In het menu links op het dashboard kies je waar je aan gaat werken. Er staat geen balk met fasen meer boven de kaart.

  1. 1Portefeuille opent je complexen en woningen. Van daaruit zet je een complex door naar een nieuw project met Doorzetten naar Projectkaart.
  2. 2Projectkaart, Uitvoering en Oplevering openen meteen dat onderdeel van het project dat je open hebt. Heb je nog geen project open, dan zie je eerst je projecten: klik op een project en het opent in het onderdeel dat je koos. Een ander project kies je via Projecten.
  3. 3Voortgang toont de stand van alle lopende projecten tegelijk.
  4. 4Terug naar het dashboard ga je met de knop Dashboard: bovenin de projectkaart (op een kleiner scherm alleen het huisje), de portefeuille, de uitvoering en de oplevering.

Naar de uitvoering gaat een project pas als de projectgegevens zijn ingevuld en de projectkaart is vastgesteld. Ontbreekt er iets, dan opent de projectkaart met de vraag wat er nog moet gebeuren.

Dashboard

Werken zonder organisatie

Zonder account werkt BezitKaart lokaal, in je eigen browser.

  1. 1Gebruik BezitKaart zoals je gewend bent, zonder in te loggen: je projecten blijven dan in je eigen browser staan, tot 25 projecten, elk beperkt in omvang.
  2. 2Log in met een organisatie-account als je wilt dat BezitKaart je projecten voortaan op de server bewaart.

Zodra je bent aangemeld met een organisatie, bewaart BezitKaart je projecten op de server in plaats van lokaal in je browser.

Dashboard

Bereken je besparing

Reken uit wat BezitKaart je per jaar oplevert.

  1. 1Klik op de actiekaart Bereken je besparing op het dashboard.
  2. 2Vul je eigen cijfers in — uurkosten, aantal medewerkers, minuten per projectkaart.
  3. 3De uitkomst verandert direct mee.
De besparingscalculator met invulvelden links en de berekende jaarwinst rechts

Bovenbalk

Helpdesk en wensen

Twee knoppen rechts in de bovenbalk.

  1. 1AI Helpdesk — stel een vraag over BezitKaart; hij zoekt eerst in de kennisbank en beantwoordt dan pas. Weet hij het niet, dan zet hij je vraag om in een wens.
  2. 2Wensen & verzoeken — een los formulier voor ideeën en verbeterpunten.

De helpdesk beweert nooit iets buiten wat er in de handleiding en de tool zelf staat. Wensen & verzoeken staat voor iedere gebruiker in de bovenbalk, ook tijdens de proefperiode.

De knoppen AI Helpdesk en Wensen & verzoeken in de bovenbalk

1.5App installeren en bijwerken

De app-schil verandert niets aan je account of projectrechten.

Safari op iPhone en iPad

BezitKaart op het beginscherm

Beschikbaar wanneer de app-schil voor deze omgeving is ingeschakeld.

  1. 1Open BezitKaart in Safari. Kies Deel en vervolgens Zet op beginscherm.
  2. 2Een geopende app toont de installatiemelding niet opnieuw. Begrepen verbergt de uitleg in deze browser.
  3. 3Voor aanmelden en projectgegevens blijft internet nodig.

Terugkeren naar de app

Een nieuwe versie gebruiken

Bij terugkeer wordt hoogstens eenmaal per dertig minuten naar updates gezocht.

  1. 1Een nieuwe versie wacht op jouw keuze. Er wordt niet automatisch herladen.
  2. 2Sla niet-opgeslagen werk eerst op. Kies daarna Nu herladen, of Later om verder te werken.
  3. 3Zonder verbinding blijft de tool beschikbaar zoals voorheen; de updatecontrole wacht op internet.

Module 2

Inkoop

Eenheidsprijzen van de opdrachtgever inlezen, werk uitvragen bij onderaannemers en leveranciers, de offertes vergelijken en ze spiegelen tegen je eigen prijzen.

  1. 2.1Eenheidsprijzen en offertespiegel
  2. 2.2Een uitvraag maken en versturen
  3. 2.3Offertes ontvangen en vergelijken
  4. 2.4Hulp bij schrijven en inlezen

2.1Eenheidsprijzen en offertespiegel

De verkoopkant (de prijslijst van de opdrachtgever) en de inkoopkant (de offertes) naast elkaar, bij Vergelijken.

Inkoop · Eenheidsprijzen

Eenheidsprijzen van de opdrachtgever inlezen

De Excel-prijslijst van de opdrachtgever omzetten naar één vaste vorm, en daaruit de posten van dit project kiezen. Dit zijn je verkoopprijzen; ze gaan nooit naar een onderaannemer.

  1. 1Klik op Inkoop in het linkermenu van het dashboard en daarna op Eenheidsprijzen. Kies bovenaan het project.
  2. 2Klik op Prijslijst uploaden (Excel) en kies het bestand van de opdrachtgever. BezitKaart kiest zelf het tabblad met de prijslijst en de rij met de kolomkoppen; pas Tabblad of Kop op rij aan als dat niet klopt.
  3. 3Controleer bij elke rol (Code, Omschrijving, Eenheid, EHP materiaal, Arbeid in minuten, EHP montage / arbeid, EHP totaal (controle)) welke kolom uit hun Excel erbij hoort. Een kolom die je niet nodig hebt zet je op niet inlezen.
  4. 4Vul de Opdrachtgever in. De kolomkeuze wordt voor die opdrachtgever onthouden: zijn volgende prijslijst staat meteen goed.
  5. 5Lees de controle onder de kolommen: dubbele codes worden bewaard als varianten (-2, -3 achter de code), en regels zonder code, posten van € 0 en regels waar materiaal + montage niet optelt tot de eenheidsprijs worden genoemd met hun rijnummer.
  6. 6Klik op posten vastzetten. Met Download uniforme Excel krijg je de prijslijst terug in de vaste kolommen.
  7. 7Kies bij Posten in dit project een Complex, zoek een code of omschrijving uit de prijslijst, vul het Aantal en eventueel een Korting % in en klik op Toevoegen. De prijs komt uit de prijslijst en blijft bij de post staan, ook als er later een nieuwe prijslijst komt.
  8. 8Vink posten aan (of een heel complex) en klik op Uitvraag maken van … gekozen posten. De uitvraag krijgt omschrijving, aantal en eenheid mee; jullie prijzen niet.

Het inlezen gebeurt in je browser en zonder AI: kolommen worden herkend aan hun kopnaam. Twijfel wordt gemeld, nooit stil opgelost.

Inkoop · Vergelijken

Inkoop vs verkoop: de offertespiegel

Je eigen eenheidsprijzen (verkoop) tegen een ingediende offerte (inkoop), per complex en per post, met het resultaat in euro en procent.

  1. 1Klik bij Inkoop op Vergelijken en kies bovenaan het tabblad Inkoop vs verkoop. Het tabblad Inkoop vs inkoop zet de offertes van partijen onderling naast elkaar.
  2. 2Kies bij Offerte de offerte van een partij. Een offerte die via de uitvraag binnenkwam (via de link of door jou vastgelegd) staat hier vanzelf: je kiest hem, je typt niets over.
  3. 3Je ziet eerst alleen de totalen per complex. Klik op een complex om de posten te zien, of gebruik Alles uitklappen en Alleen totalen.
  4. 4Een post die de partij leeg liet staat als niet geprijsd. Bij Alleen vergelijkbare posten tellen alleen posten met een prijs aan beide kanten mee in het resultaat; bij Alle posten telt een lege prijs als € 0, zoals een gewone Excel-sheet dat doet.
  5. 5Op de regel van een complex staat de verkoop na korting; de korting zelf staat als eigen regel onder de posten.
  6. 6Klik op Exporteer naar Excel voor de spiegel als .xlsx, met de bedragen als getallen.

Leeg is geen € 0: een post die niet geprijsd is, maakt het resultaat bij Alle posten te gunstig. Gebruik daarom standaard Alleen vergelijkbare posten.

2.2Een uitvraag maken en versturen

Calculatie en uitvraag draaien niet meer vanuit de kaart, maar vanuit het dashboard: je opent ze via Inkoop in het linkermenu. Hier lees je de eenheidsprijzen van de opdrachtgever in, stel je een uitvraag samen, stuur je hem naar onderaannemers of leveranciers, en vergelijk je de offertes die terugkomen: onderling (inkoop vs inkoop) en tegen je eigen eenheidsprijzen (inkoop vs verkoop). Dit hoofdstuk beschrijft een onderdeel dat nu nog op de testomgeving staat en nog niet op de website.

Dashboard · linkermenu

Uitvragen en offertes

Uitvragen bij partijen, offertes vergelijken en spiegelen tegen je eigen eenheidsprijzen — vanaf het dashboard, niet meer vanuit de kaart. Dit onderdeel staat nu nog op de testomgeving en nog niet op de website.

  1. 1Klik op Inkoop in het linkermenu van het dashboard (heette eerder Uitvragen).
  2. 2Stel een uitvraag samen en verstuur die naar een of meer partijen.
  3. 3Binnengekomen offertes zet je naast elkaar in het vergelijkscherm.

Dashboard · Inkoop

Een uitvraag samenstellen

Regels met omschrijving, hoeveelheid en eenheid, gegroepeerd per werksoort.

  1. 1Klik op Inkoop in het linkermenu en daarna op Uitvragen.
  2. 2Inkoop vraagt altijd eerst Voor welk project wil je inkopen?, ook als er nog een project open staat. Kies een bestaand project en klik op Koppelen, klik op Nieuw project aanmaken, of klik op Projectoverstijgend inkoopdossier voor inkoop die niet bij één project hoort (raamcontract, jaarprijzen); dat dossier krijgt een eigen naam en nummer. Wil je verder met het project dat open staat, klik dan op Verder met en het projectnummer. Later wissel je met Ander project.
  3. 3Start een nieuwe uitvraag: kies Werk uitvragen en daarna de werksoort, of kies Materialen aanvragen en daarna de materiaalsoort (bijvoorbeeld Verf en coatings of Isolatie). Past je aanvraag nergens in, kies dan Overig materiaal.
  4. 4De uitvraag staat in vijf genummerde delen: 1. Gegevens, 2. Regels, 3. Wat de onderaannemer invult, 4. Bijlagen en 5. Onderaannemers. Een veld met een oranje * is verplicht om te kunnen versturen; bij de andere velden staat optioneel.
  5. 5Bovenaan staat Nog nodig om te versturen: titel, werksoort, één regel en één onderaannemer. Elk punt krijgt een groen vinkje zodra het is ingevuld. Klik op een punt om naar dat veld te gaan. Staat alles erop, dan zegt de strook Klaar om te versturen en wijst hij naar de knop Versturen rechtsboven.
  6. 6Op een breed scherm staat de uitvraag in twee kolommen: links gegevens, regels en bijlagen, rechts wat de onderaannemer invult en de onderaannemers. Onderaan zegt een balk of je klaar bent; Naar Versturen brengt je terug naar de knop bovenaan.
  7. 7Voeg regels toe met een omschrijving, een hoeveelheid en een eenheid.
  8. 8Vul voor jezelf een raming per regel in: die is alleen voor jou zichtbaar en print niet mee. Het totaal staat rechts bij Jouw raming excl. btw.
  9. 9Bij 3. Wat de onderaannemer invult kies je links wat de partij moet invullen (Moet hij invullen) en rechts wat hij mag (Ruimte die hij krijgt).
  10. 10Bij 4. Bijlagen klik je op Bestanden van je computer… en kies je één of meer bestanden tegelijk: PDF, Word (.docx), Excel (.xlsx), CSV, tekst of een foto — bijvoorbeeld de plattegrond, een adressenlijst of een bestek. Een oud .doc- of .xls-bestand sla je eerst op als .docx of .xlsx. Met het kruisje maak je een bijlage weer los.
  11. 11Je uitvragen staan in het linkermenu onder Uitvragen, per project: een kop met projectnummer en projectnaam, met de uitvragen van dat project eronder. Elke kop begint ingeklapt, zodat een lange lijst het menu niet vult; alleen het project van de uitvraag die je open hebt staat vanzelf open. Klik op een kop om de uitvragen van dat project in of uit te klappen. Met het pijltje naast Uitvragen klap je alle projecten tegelijk in of uit.
  12. 12Klik je op een uitvraag van een ander project, dan opent BezitKaart eerst dat project en daarna de uitvraag. Een nieuwe uitvraag komt altijd in het project dat bovenaan naast Uitvragen staat.
Het uitvraagscherm: statusicoon in het linkermenu (1), de strook Nog nodig om te versturen (2), een verplicht veld met * (3) en de genummerde sectie Regels met Jouw raming excl. btw (4).

Uitvraag · Partijen

Onderaannemers en leveranciers kiezen of toevoegen

Alle onderaannemers en leveranciers van je organisatie staan op één plek: Partijen in het linkermenu van Inkoop. Een bedrijf dat beide is, staat er maar één keer in.

  1. 1Klik links op Partijen en vul onderaan het formulier in: bedrijfsnaam, onderaannemer en/of leverancier, contactpersoon, zakelijk e-mailadres, telefoonnummer, Werksoort en KvK-nummer. Klik op + Partij toevoegen.
  2. 2Zoek in de lijst op bedrijfsnaam, werksoort of contactpersoon.
  3. 3In een uitvraag vink je bij 5. Onderaannemers (of Leveranciers) de partijen aan en klik je op Geselecteerde onderaannemers toevoegen. Vanaf zes partijen staat er een zoekveld boven de lijst.
  4. 4Staat de partij er niet tussen? Klik in de uitvraag op + Nieuwe onderaannemer toevoegen (bij materialen: + Nieuwe leverancier toevoegen), vul bedrijfsnaam en e-mailadres in en klik op Toevoegen aan deze uitvraag. De partij komt dan ook in Partijen te staan.

Wil een partij niet meer meedoen, klik dan in Partijen op Inactief maken. Hij verdwijnt uit de keuzelijst, maar lopende uitvragen houden hem. Een bedrijfsnaam kan maar één keer voorkomen in je organisatie.

Uitvraag · Mailbox

Je eigen mailbox koppelen

Iedere medewerker koppelt zijn eigen Microsoft 365-mailbox. Een uitvraag vertrekt dan uit jouw mailbox, staat in jouw Verzonden items, en antwoorden komen in jouw Outlook.

  1. 1Open een uitvraag en klik bovenaan op Mijn mailbox koppelen. Voor de automatische planningherinneringen is geen koppeling nodig: die gaan via noreply@bezitkaart.nl.
  2. 2Meld je in het nieuwe venster opnieuw aan bij Microsoft met hetzelfde e-mailadres waarmee je in BezitKaart bent aangemeld, en geef toestemming. Rond dat af in dezelfde browser. Microsoft vraagt daarbij altijd opnieuw om je wachtwoord.
  3. 3Kom terug in BezitKaart: bovenaan de uitvraag staat nu Verstuurd vanaf jouw adres.
  4. 4Staat er dat je koppeling is verlopen, klik dan op Opnieuw koppelen. Tot je dat doet, wordt er niets verstuurd.
  5. 5Met Loskoppelen naast het adres trek je de koppeling weer in.

Alleen de mailbox van je eigen aanmeldadres kan gekoppeld worden: meld je je bij Microsoft aan met een ander account, dan wordt er niets gekoppeld. Een mailbox hoort bij precies één medewerker. BezitKaart verstuurt nooit vanuit de mailbox van een collega of van de eigenaar. Zonder eigen koppeling wordt er niets verstuurd. Een zelftest komt alleen in je Inbox als je eigen mailbox ook de ontvanger is. Automatische planningherinneringen en het weekoverzicht gebruiken deze koppeling niet: die komen altijd van noreply@bezitkaart.nl (daar kun je niet op antwoorden).

Uitvraag · Versturen

De uitvraag versturen

Stuur dezelfde uitvraag naar een of meer partijen tegelijk. Elke partij krijgt een eigen, apart bericht met een eigen link.

  1. 1Klik rechtsboven op Versturen. De knop wordt oranje zodra alles wat nodig is is ingevuld; daarvoor is hij wit. De vraag die volgt noemt het adres waarvandaan wordt verstuurd.
  2. 2BezitKaart controleert dat er een titel, een werksoort, minstens één ingevulde regel en minstens één partij is. Ontbreekt er iets, dan licht Nog nodig om te versturen op en zegt een melding wat er nog mist.
  3. 3Na het versturen wordt de uitvraag bevroren: je kunt de regels niet meer wijzigen.
  4. 4Bij elke partij zie je daarna wat er met de mail gebeurde: In behandeling, Door Microsoft geaccepteerd, Onzeker of de mail is verstuurd of Niet verstuurd. Een verzending die langer dan drie minuten in behandeling blijft, heet vanaf dan onzeker.
  5. 5Los daarvan staat er Invullink geopend op een datum zodra iemand de link uit de uitvraag heeft gebruikt. Dat is geen bewijs dat deze mail is aangekomen of door de partij is gelezen: de link kan uit een eerdere mail komen, doorgestuurd zijn of automatisch bezocht door een virusscanner. Is de link geopend vóór de laatste verzending, dan staat dat erbij.
  6. 6Staat er Onzeker of de mail is verstuurd, kijk dan in je Verzonden items. Staat de mail er, kies dan Annuleren als BezitKaart vraagt of je opnieuw wilt versturen: dan gaat er zeker geen tweede mail uit. Staat hij er niet, dan is dat geen zekerheid dat er niets is verstuurd. Kies je toch voor opnieuw versturen, dan kan de partij de uitvraag twee keer krijgen.
  7. 7Nog eens klikken of de pagina herladen verstuurt nooit ongemerkt een tweede mail: is er al een verzending bekend, dan zegt BezitKaart dat of vraagt het eerst om bevestiging.

Onderaannemersportaal

Wat de andere partij ziet

De onderaannemer of leverancier krijgt een link met een toegangscode om zijn deelname in te vullen.

  1. 1De partij ontvangt een link en een toegangscode, geen eigen account.
  2. 2Met die code vult de partij prijzen, uitsluitingen, inbegrepen posten en een regietarief in.
  3. 3Met Opslaan bewaart de partij tussendoor en werkt later verder via dezelfde link.
  4. 4Na Verzenden ziet de partij het scherm Je offerte is ingediend. De offerte ligt dan vast: via de link is hij niet meer te wijzigen; een wijziging loopt via jou.

De toegangscode is geen echte beveiliging — er is nog geen inlog voor externe partijen. Zet er daarom geen gevoelige informatie in.

2.3Offertes ontvangen en vergelijken

Wat er gebeurt nadat de uitvraag de deur uit is: reacties volgen en vergelijken.

Uitvraag · Vergelijken

Offertes naast elkaar vergelijken

Alle offertes op dezelfde regels naast elkaar, zodat vergelijken optellen is in plaats van interpreteren.

  1. 1Open Vergelijken en kies bovenaan het tabblad Inkoop vs inkoop; kies daarna de uitvraag.
  2. 2De kolom Raming staat er alleen als er bij minstens één regel een raming is ingevuld — ook in de Excel-export en het rapport. Een uitvraag die uit Eenheidsprijzen komt, heeft geen raming.
  3. 3Bekijk per regel wat elke partij heeft ingevuld, inclusief uitsluitingen, inbegrepen posten en regietarief.
  4. 4Onder de tabel staat een samenvatting van de belangrijkste verschillen tussen de offertes.

Het programma telt op en zet de verschillen op een rij — de beoordeling en de gunning blijven aan jou.

Uitvraag · Looptijd

Looptijd en herinneringen

Een status met kleur en tekst per uitvraag, en een herinnering als een partij nog niet gereageerd heeft.

  1. 1In het linkermenu staat bij elke uitvraag een icoon voor de status: Concept, Verzonden, Gelezen of Ontvangen. Ga er met de muis op staan voor de uitleg.
  2. 2Bekijk de status boven de uitvraag, bijvoorbeeld loopt, bijna verlopen of klaar.
  3. 3Stel bij een uitvraag in na hoeveel dagen je een herinnering wilt.
  4. 4Klik op Herinnering versturen: de herinnering gaat, net als de uitvraag, vanuit je eigen gekoppelde mailbox naar de partij, met de link erin.
  5. 5Wil je de tekst eerst zelf aanpassen, gebruik dan Herinnering in mijn mailprogramma.

Uitvraag · Rapportage

Rapport van de uitvraag

Een rapport van de uitvraag zelf, of van de vergelijking tussen de offertes.

  1. 1Klik op Rapport bij de uitvraag om de regels en de status te exporteren.
  2. 2Klik in de vergelijking op PDF / afdrukken voor het rapport in de huisstijl van BezitKaart. Kies bovenin Papier (A4 of A3) en Richting; bij Automatisch wordt het blad liggend vanaf drie partijen. Het rapport wordt passend gemaakt op één blad; bij veel regels verdeelt het zich automatisch over twee bladen, met de kolomkoppen op elk blad. Kies daarna Afdrukken of opslaan als PDF.
  3. 3Klik in de vergelijking op Exporteren naar Excel voor een .xlsx-bestand met het logo, de bedragen als getallen (om mee verder te rekenen), de laagste prijs per regel gemarkeerd en de voorwaarden per partij.

2.4Hulp bij schrijven en inlezen

Twee hulpmiddelen die een voorstel doen; jij beslist wat er blijft staan.

Uitvraag · AI-schrijfhulp

Een omschrijving laten opstellen

Geef een korte eigen aanduiding van het werk, en laat er een volledige uitvraagomschrijving van maken.

  1. 1Typ een korte aanduiding van het werk bij een regel.
  2. 2Klik op Schrijfhulp om een voorstel voor de omschrijving te laten opstellen.
  3. 3Controleer het voorstel en pas het aan voordat je de uitvraag verstuurt.

Dit onderdeel vraagt bovendien een eigen vrijgave en is nu nog niet bereikbaar, ook niet op de testomgeving voor gewone gebruikers. Een voorstel van de schrijfhulp is nooit definitief: jij controleert en past aan.

Uitvraag · Offerte uitlezen

Een aangeleverde offerte automatisch inlezen

Een offerte-PDF van een partij laten omzetten naar regels die je kunt vergelijken.

  1. 1Upload de offerte-PDF van de partij. Het briefhoofd van de leverancier is geen probleem; staan er gegevens van bewoners in, dan wordt de offerte niet verstuurd. Een gescande offerte zonder leesbare tekst wordt ook niet verstuurd.
  2. 2Bekijk de voorgestelde regels; bij elke regel staat een verwijzing naar de pagina waar hij vandaan komt.
  3. 3Klik pas op Overnemen als de regels kloppen — tot die klik verandert er niets.

Dit onderdeel vraagt bovendien een eigen vrijgave en is nu nog niet bereikbaar, ook niet op de testomgeving voor gewone gebruikers.

Module 3

Planning (BezitFlow)

BezitFlow is de naam voor de planningen van BezitKaart: de balkenplanning, de interne capaciteitsplanning van medewerkers en de woningplanning (voorheen treintjesplanning). Hier: planningen opstellen, activiteiten inplannen en de planning delen met de partijen die het werk doen.

  1. 3.1Planningen beheren
  2. 3.2Werken in de planning
  3. 3.3Woningplanning
  4. 3.4Planning-instellingen
  5. 3.5Delen en meldingen

3.1Planningen beheren

Je opent de planningen via Planning opstellen in het linkermenu van het dashboard.

Dashboard · Planning opstellen

Een planning maken of importeren

Een planning kan los staan of horen bij een project, een complex of een opdrachtgever.

  1. 1Klik in het linkermenu op Planning opstellen. Je ziet de lijst Planningen, met een zoekveld (naam, project of locatie).
  2. 2Kies + Nieuwe planning om er zelf een te maken, of Excel importeren… om een bestaande planning uit Excel of CSV in te lezen. Kolommen met namen of contactgegevens van bewoners worden niet ingelezen; namen van medewerkers en partijen wel. Met de AI-hulp gaat de tabel alleen weg als er geen telefoonnummer of e-mailadres meer in staat.
  3. 3Bij een bestaande planning vind je Bewerken, Dupliceren, Archiveren en Verwijderen. Met Toon gearchiveerd zie je gearchiveerde planningen weer.
  4. 4Een nieuwe planning begint als Concept. Zet je de e-mailherinnering al aan, dan staat er Herinnering klaar: er wordt nog niets verstuurd zolang je bezig bent.
  5. 5Ben je klaar, zet dan het oranje schuifje in de rij op Actief. Je krijgt de melding dat de planning niet meer concept is en de herinneringen zijn ingeschakeld; de rij toont dan Herinnering aan. Terug naar Concept pauzeert de herinneringen.

Een verwijderde planning staat nog 30 dagen in de Prullenbak en is tot dan te herstellen. Alleen een planning op Actief verstuurt herinneringen.

De lijst Planningen met Excel importeren, Nieuwe planning, de knoppen per planning en het schuifje Concept/Actief

Planning · nieuwe planning

Koppelen aan een opdrachtgever die er nog niet is

Bij Planning opstellen → + Nieuwe planning kies je onder Koppeling of de planning los staat of bij een project, complex of opdrachtgever hoort.

  1. 1Kies bij Koppeling de optie Opdrachtgever.
  2. 2Staat de opdrachtgever nog niet in de lijst, kies dan onderaan + Nieuwe opdrachtgever…, vul de naam in en klik op Opdrachtgever aanmaken. Hij wordt meteen gekozen.
  3. 3Lijkt de naam op een opdrachtgever die al bestaat, dan vraagt BezitKaart eerst of je die bedoelt: Deze gebruiken of Toch een nieuwe, aparte opdrachtgever aanmaken.

Dezelfde keuze staat ook bij Excel importeren…, op het koppelscherm na het kiezen van het bestand. Een opdrachtgever die je hier aanmaakt is dezelfde als in het projectformulier en in de portefeuille; er ontstaat geen tweede lijst.

Planning · alle projecten

Eén regel per planning, met de looptijd erbij

De knop Balkenplanning · alle projecten op het dashboard toont alle planningen van je organisatie in één raster. Elke planning heeft een eigen regel met daaronder de fasen (bijvoorbeeld Werkvoorbereiding, Uitvoering, Oplevering) als onderdelen.

  1. 1Klik op het pijltje vóór een planning om hem in of uit te klappen. Ingeklapt blijft de regel staan met één balk van de eerste start tot het laatste einde. Is de balk breed genoeg, dan staan de data en het aantal werkdagen erin.
  2. 2Een fase die je inklapt, toont op dezelfde manier de looptijd van zijn eigen activiteiten.
  3. 3Onder Filters & weergave zet Alles inklappen het overzicht terug tot één regel per planning.
  4. 4Vink het vakje vóór een planning aan om hem af te drukken. Kies daarna Printen / PDF: alleen de aangevinkte planningen komen op papier, elk als één regel met één balk van begin tot eind. Selectie wissen in hetzelfde venster zet de gewone afdruk terug.
  5. 5Klik in het venster Printen / PDF op Printafdruk om eerst te zien hoe de afdruk eruitziet, met de gekozen periode en het gekozen papierformaat. Met Terug pas je de keuzes aan, met Printen druk je af.

Inklappen verandert alleen het scherm. Zonder aangevinkte planningen drukt de afdruk altijd alle activiteiten af.

Planning · versie en afdrukkop

Wat er bovenaan de afdruk staat

Bovenaan een afgedrukte planning staan links de soort planning, de naam en het project, met daaronder vier regels: Periode, Datum, Opgesteld door en Versie. Het BezitKaart-logo staat klein rechtsonder op het blad.

  1. 1Periode loopt van de week van de eerste activiteit tot en met de week van de laatste, altijd in weeknummers (bijvoorbeeld Week 1 t/m 4).
  2. 2Datum is altijd de dag van afdrukken; Opgesteld door is wie op dat moment is ingelogd.
  3. 3De versie vul je zelf in: klik linksboven, naast de naam van de planning, op Versie invoeren (of op de versie die er al staat), typ het nummer en klik op Opslaan. De versie hoort bij deze planning en staat bij de volgende afdruk bovenaan.

Is er geen versie ingevuld, dan blijft de regel Versie weg van de afdruk.

3.2Werken in de planning

Activiteiten selecteren, aan elkaar vastzetten en per partij of persoon herkenbaar maken.

Planning · bewerken in de regel

Plannen zonder paneel aan de zijkant

Je plant in de regels zelf, net als in Excel. Er staat geen vast paneel meer rechts: de hele breedte is voor de planning.

  1. 1Klik op een regel of balk om hem te kiezen. Er gaat niets open.
  2. 2Op een breed scherm staan de kolommen Start, Einde en Status standaard aan. Pas ze direct in de regel aan; Enter gaat naar de volgende regel. Via Filters & weergave zet je kolommen aan of uit. Op een smal scherm staan deze drie standaard uit.
  3. 3Dubbelklik op de naam om de naam te wijzigen. Een nieuwe regel (Activiteit toevoegen of +) staat meteen klaar om een naam te typen.
  4. 4Dubbelklik op de balk voor de overige gegevens: Duur, Kleur, Reden, Partij, Persoon, Opmerking, Dagen afvinken en Hangt af van. Er verschijnt een klein kaartje naast de balk. Hetzelfde kaartje opent ook via ⋮ of de rechtermuisknop en dan Openen. Een klik naast het kaartje of Escape sluit het.
  5. 5Klik met de rechtermuisknop ergens op een regel: op de naam, de balk, het symbool, het nummer of een leeg vakje in de tijdas. Dan opent het regelmenu. Kies onderin bij Kleur een kleurvakje. Staat de regel in een selectie, dan krijgt de hele selectie die kleur. Met × volgt de balk weer de standaardkleur.
  6. 6Kies in hetzelfde menu Gereed om een activiteit af te vinken: de balk wordt groen met een wit vinkje. Met Niet meer gereed zet je het terug. Staat de regel in een selectie, dan geldt het voor de hele selectie.
  7. 7Klik op het symbool vóór de naam om een ander symbool te kiezen. Het venster Kies een symbool opent: zoek op werkzaamheid, of scroll rechts door alle symbolen: Veelgebruikt staat bovenaan, daarna volgen alle categorieën onder elkaar. Links licht de categorie op waar je bent; klik je links op een categorie, dan spring je ernaartoe. Klik op een symbool om het te kiezen. Onderin staat wat je geselecteerd hebt; Symbool gebruiken bewaart het, Annuleren of Escape laat alles zoals het was. Dubbelklik op een symbool kiest en bewaart in één keer. Automatisch herkennen laat het symbool weer de naam volgen.

Delete, Ctrl+D en de pijltjestoetsen werken op de gekozen regel, ook als er geen kaartje open is. In het kaartje en in de kolommen wordt een wijziging bewaard zodra je het veld verlaat; Ctrl+Z maakt hem ongedaan.

Planning · selectie en filters

Meerdere activiteiten beheren

Filters beperken de zichtbare activiteiten; Alles selecteren in het regelmenu (of Ctrl+A) kiest uitsluitend die zichtbare regels.

  1. 1Open Filters & weergave (het schuifjesicoon rechtsboven) en combineer Fase, Status, Werksoort, Partij en Persoon. Werksoort, Partij en Persoon verschijnen pas als er iets te kiezen valt; Niet gekoppeld toont regels zonder die koppeling. Onder Tonen staat Alleen mijn werk (alleen activiteiten waarvan jij de verantwoordelijke bent; zichtbaar zodra je account aan een medewerker gekoppeld is) en Vervallen, dat vervallen activiteiten weer laat zien. Filters wissen zet alles weer uit.
  2. 2Klik met de rechtermuisknop op een regel of balk (of op ⋮) en kies Kopiëren (Ctrl+C). Staat die regel in een selectie, dan kopieer je de hele selectie. Klik daarna rechts op de regel waaronder de kopie moet komen en kies Plakken onder deze regel (of Ctrl+V, onder de laatst gekozen regel). Dupliceren (Ctrl+D) zet elke kopie direct onder zijn origineel. De regels eronder schuiven netjes door. Nieuwe regels beginnen als Gepland, zonder oude afvinkingen.
  3. 3Meerdere regels tegelijk verplaatsen: kies ze met Ctrl+klik (of Shift+klik voor een reeks) en sleep een van de gekozen regels aan zijn greep (de stippeltjes voor de naam) naar een andere regel of naar een hoofdstukkop. Alle gekozen regels gaan mee, in hun eigen volgorde: op een kop komen ze achteraan in dat hoofdstuk, op een regel erboven of eronder (afhankelijk van waar je loslaat). Ctrl+Z zet de verplaatsing in één keer terug. Met de rechtermuisknop op een gekozen regel kies je … regels koppelen (of Ctrl+L): elke regel komt dan vast te hangen aan de regel erboven.
  4. 4Verwijderen werkt op dezelfde manier: met meerdere regels geselecteerd (bijvoorbeeld na Ctrl+A) verwijdert Delete, of Verwijderen in het regelmenu, de hele selectie na één bevestiging met het aantal. Per ongeluk verwijderd? Ctrl+Z zet de regels terug, met hun koppelingen; Ctrl+Y verwijdert ze opnieuw.
  5. 5Kopieer maximaal 200 activiteiten binnen dezelfde organisatie. Plakken kan alleen in een afzonderlijke planning.
  6. 6Vakjes kopiëren zoals in Excel: sleep met de muis over de invulvakjes van de kolommen (bijvoorbeeld je eigen kolommen PL, WVB en BB), of klik op een vakje en Shift+klik op een ander om alles daartussen te kiezen. Ctrl+C kopieert de vakjes, Ctrl+V plakt ze vanaf het bovenste vakje van je selectie. Kies je meer regels dan je gekopieerd hebt, dan wordt het herhaald: één regel PL/WVB/BB kopiëren en tien regels kiezen vult alle tien. Een blok uit Excel plakken kan ook. Ctrl+X knipt: de waarden gaan op het klembord en de vakjes worden meteen leeg, plak ze daarna met Ctrl+V op de nieuwe plek. Delete maakt de gekozen vakjes leeg, Ctrl+Z zet een plakactie in één keer terug en Escape laat de selectie los. Datums en projectvelden worden zo niet geplakt, en in een keuzelijst (Partij, Persoon, Status) landt alleen een waarde die er al in staat.
  7. 7Door de vakjes lopen zoals in Excel: de pijltjestoetsen gaan naar het vakje erboven, eronder, links of rechts (staat je cursor midden in een tekst, dan verplaatsen ← en → eerst de cursor). Tab gaat naar rechts en aan het eind door naar de volgende regel, Shift+Tab terug. Shift+pijl breidt de selectie uit, Ctrl+pijl springt naar het laatste vakje in die richting en Ctrl+Shift+pijl kiest alles tot daar, bijvoorbeeld een hele kolom. Wat je in een vakje typt wordt bewaard zodra je verder gaat. In een keuzelijst (Partij, Persoon, Status) verzetten ↑ en ↓ de waarde niet maar gaan ze naar de volgende regel; openklappen doe je met Alt+↓ of de spatiebalk. In een datumvak gaan ← en → langs dag, maand en jaar.
  8. 8Werken zoals in Excel: klik op een hoofdstukkop (de balk met de fasenaam) en het hele hoofdstuk met al zijn regels is gekozen. Shift+klik op een tweede kop kiest alles daartussen, Ctrl+klik zet een hoofdstuk erbij of haalt het eruit. Druk dan Ctrl+C: een volledig gekozen hoofdstuk wordt als hoofdstuk gekopieerd en krijgt een stippellijn. Kies de plek en druk Ctrl+V; het hoofdstuk komt erin op dezelfde datums, met de koppelingen tussen de regels. Na het plakken verdwijnt de stippellijn, maar het klembord blijft staan, dus met nog een Ctrl+V plak je het opnieuw (bijvoorbeeld voor blok 2 en blok 3). Escape leegt het klembord en haalt de selectie weg. Kopieer je twee hoofdstukken tegelijk, dan komt elke regel terug in zijn eigen fase. Wil je de kopie op andere datums, sleep de balken daarna naar de juiste plek. Ook bij losse regels komen koppelingen tussen de gekopieerde regels mee.
  9. 9Knippen (Ctrl+X, of Knippen in het regelmenu) verplaatst in plaats van te kopiëren. De geknipte regels worden gedimd met een stippellijn, maar er verdwijnt nog niets. Kies de regel waaronder ze moeten komen en druk Ctrl+V: dezelfde regels verhuizen daarheen, met hun voortgang, afvinkingen en koppelingen. De datums blijven daarbij staan. Ctrl+Z zet de verplaatsing in één keer terug, Escape heft het knippen op. Knippen en plakken kan binnen dezelfde planning; naar een andere planning gebruik je kopiëren.
  10. 10Een heel hoofdstuk kopiëren: klik met de rechtermuisknop op de hoofdstukkop, of op ⋮ ernaast, en kies Hoofdstuk kopiëren. Kies daarna in hetzelfde menu Gekopieerd hoofdstuk plakken, of Plak hoofdstuk onder de lijst. Er wordt niets gevraagd: de kopie krijgt dezelfde datums als het origineel. Alle regels komen mee in dezelfde volgorde, met de koppelingen binnen het hoofdstuk. Hoofdstuk dupliceren doet beide in één keer; Gekopieerde regels hierin plakken zet de regels in een bestaand hoofdstuk. Een gekopieerd hoofdstuk kun je ook in een andere planning plakken. De regels komen in dezelfde fase terecht; er wordt geen naam gevraagd.
  11. 11Een planning begint met de vaste fasen als hoofdstukken: Calculatie, Werkvoorbereiding, Uitvoering en Oplevering (en Algemeen). Daarnaast maak je zoveel eigen hoofdstukken als je wilt. + Nieuw hoofdstuk onder de lijst opent een klein venster: klik op een ontbrekende vaste fase om die direct toe te voegen, of geef een eigen naam (bijvoorbeeld Sloopwerk) en kies een kleur en klik op Toevoegen. Het nieuwe hoofdstuk krijgt meteen een regel .... Een nieuw eigen hoofdstuk komt achteraan (vóór Algemeen) en geldt voor alle planningen van je organisatie. Hoofdstukken verslepen: pak de greep (de stippeltjes vóór de naam in de hoofdstukkop) en laat los op een andere hoofdstukkop: in de bovenste helft komt het hoofdstuk erboven, in de onderste helft eronder. Alle regels gaan mee; hun datums veranderen niet. Op een tablet of met het toetsenbord kies je in het ⋮-menu Hoofdstuk omhoog of Hoofdstuk omlaag. De volgorde geldt, net als de hoofdstukken zelf, voor alle planningen van je organisatie. Dubbelklik op de naam in een hoofdstukkop (of kies Kleur wijzigen in het ⋮-menu) om de kleur te veranderen; bij een eigen hoofdstuk kun je daar ook de naam aanpassen. De naam van een vaste fase blijft staan, en Standaardkleur zet de oorspronkelijke kleur terug. De kleur geldt voor de kop (naam, stip en band); de balken houden hun eigen kleur.
  12. 12Selecteer meerdere regels uit dezelfde planning: Ctrl (of Cmd) klikt een regel aan of uit, Shift kiest de reeks van je vorige klik tot deze regel, in de volgorde die je op het scherm ziet, en Ctrl+Shift voegt zo'n reeks toe aan wat al gekozen was. Ctrl+L verbindt ze in de schermvolgorde, Ctrl+Shift+L verwijdert alleen onderlinge koppelingen; een losse afhankelijkheid leg je in het bewerkkaartje (dubbelklik op de balk) bij Hangt af van.
  13. 13Sleep je een geselecteerde balk, dan schuiven alle geselecteerde balken samen mee, met dezelfde verschuiving in werkdagen; gereed werk schuift nooit mee. Het is één wijziging en dus één keer ongedaan te maken. Selecteren met Shift of Ctrl kan op een computer; op een tablet is er geen aparte bediening voor.
  14. 14De overlapwaarschuwing selecteert overlappende, zichtbare activiteiten van dezelfde partij. De datums veranderen niet.
  15. 15Een lege tijdcel selecteert de bijbehorende activiteit. Een opnieuw aangezette kolom komt op zijn registerplek terug.

Een vrije dag in de werkkalender? Bij het openen van de planning en bij het sluiten van de vrije dagen kalender worden balken die op een niet-werkbare dag staan automatisch naar werkdagen hersteld (alleen voor wie mag plannen, zonder ongedaan maken). Wat dit niet raakt, bekijk je met Bekijk en herbereken…. Bij een fout controleer je eerst de planning voordat je nogmaals plakt. Kopieren is geen export en bewaart geen gegevens buiten dit tabblad.

De balkenplanning met de werkbalk, een balk en een hoofdstukkop

Planning · werkbalk

Een rustige balk boven de planning

Boven de planning staat één smalle balk, rechts uitgelijnd: het zoekveld Zoek activiteit…, Vastzetten, Wk … t/m …, de schaal (Maand, Week, Dag, Halve dag) en twee iconen.

  1. 1Typ in Zoek activiteit… een deel van de naam; de lijst toont dan alleen de activiteiten die erop passen. Met het kruisje in het veld wis je de zoekterm.
  2. 2Bij Wk … t/m … kies je welke weken op de tijdas staan: vul bijvoorbeeld 1 en 52 in, of 45 en 50, met het jaar erachter, en druk op Enter. De schuifbalk loopt dan alleen tussen die weken. Alle activiteiten blijven in de lijst staan; een balk die buiten de gekozen weken doorloopt, is aan die kant recht afgekapt. Een bereik als 50 t/m 5 loopt door tot in het volgende jaar. Printen / PDF neemt de gekozen weken over. Met het kruisje zie je weer de hele planning.
  3. 3Het schuifjesicoon opent Filters & weergave: links de filters, rechts Heel jaar, de kolommen, de balkkleur en alles in- of uitklappen. Staat er een filter aan, dan staat het aantal op het icoon.
  4. 4Het icoon met de vier hoeken zet de planning op volledig scherm; met Esc ga je terug.
  5. 5Het weeknummer (wk 46) staat boven de woensdag, het midden van de werkweek.

Er is geen datumveld en geen knop Vandaag meer: kies de weken bij Wk … t/m …, scrol naar de week die je zoekt, of zet Heel jaar aan.

Planning · Vastzetten

Balken aan elkaar vastzetten

Met de knop Vastzetten in de werkbalk van een planning schuiven gekoppelde activiteiten samen op. De afstand tussen gekoppelde balken blijft in werkdagen gelijk, of je nu vooruit of terug schuift; weekenden en vrije dagen worden overgeslagen.

  1. 1Klik op Vastzetten en kies Vanaf deze werkzaamheden of Totaal. De knop wordt oranje en noemt je keuze. Er komt een lichte oranje waas over de tijdas, en pijltjes tussen de balken laten zien wat er gekoppeld is.
  2. 2Tijdens het slepen zie je ook het voorbeeld van de gekoppelde activiteiten die meeschuiven. Pas bij loslaten wordt de wijziging opgeslagen. De tijdas blijft daarna staan waar hij stond, zodat je ziet hoever alles is opgeschoven; met een schaalknop zet je hem weer passend op het werk.
  3. 3Kies Totaal om bij elke verschuiving alle activiteiten mee te nemen, ook die ervóór staan.
  4. 4Kies Vanaf deze werkzaamheden om alleen de activiteit die je verschuift en alles wat erna komt mee te nemen. Elke regel hangt aan de regel erboven.
  5. 5Bij Vanaf deze werkzaamheden schuift alles erna ook op als je een balk langer of korter maakt: aan de rechterrand van de balk, in de kolom Duur of met de einddatum.
  6. 6Bij Vanaf deze werkzaamheden sleep je een balk ook terug: hij gaat zoveel werkdagen eerder als je sleept, en alles erna gaat dezelfde afstand mee naar voren. Wat ervóór staat blijft staan; de balk mag daar overheen schuiven. Wil je de activiteiten ervóór ook mee terug, kies dan Totaal.
  7. 7Trek je alleen het begin van een balk naar voren (aan de linkerrand), dan stopt dat de werkdag na het einde van de activiteit waar hij aan vastzit, en de melding zegt waarom.

Gereed werk schuift nooit mee. Klik nogmaals op de oranje knop om vastzetten uit te zetten; de knop krijgt dan geen kleur meer en je verschuift één balk los.

Planning · sjabloon per project

Dezelfde handelingen voor veel projecten tegelijk

Bij het aanmaken van een nieuwe planning kies je in hetzelfde formulier waarmee je begint: een lege planning of een sjabloon. Met een sjabloon zet je een vaste reeks activiteiten in één keer in de planning; daarna staat er geen sjabloonknop meer, zodat een bestaande planning nooit ongewild een sjabloon erbij krijgt. Het sjabloon Eigen handelingen per project bevat vijf handelingen voor jezelf: Def. begroting versturen, Opdracht ontvangen, Brief versturen, Deelname delen en Oplevering.

  1. 1Kies in het dashboard bij Planning Nieuwe planning. Vul de naam, de Startdatum en de Planningsprecisie (bijvoorbeeld Week) in.
  2. 2Klik onder Beginnen met op het sjabloon. Het sjabloon rekent vanaf de startdatum en in de planningsprecisie die je hierboven invulde; die hoef je niet nog een keer op te geven.
  3. 3Zet bij Per project één project per regel, bijvoorbeeld BKT Complex 12. Zet er een datum achter (dd-mm-jjjj) als dat project later begint.
  4. 4Klik Aanmaken en openen. Elk project krijgt de handelingen onder zijn eigen naam. Versleep daarna de balken naar de juiste week.

Laat Per project leeg om het sjabloon één keer toe te voegen. Maximaal 50 projecten per keer. Wil je geen sjabloon, laat dan Lege planning gekozen staan (dat is de standaard). Toch later een sjabloon? Zolang de planning nog leeg is, staat in het midden de knop Sjabloon kiezen of zelf maken…; zodra er een activiteit staat verdwijnt die.

Planning · weergave

Kleur balken op fase of status

Standaard krijgt elke balk de kleur van zijn fase: Calculatie geel, Werkvoorbereiding blauw, Uitvoering paars en Oplevering groen. Zo zie je in één oogopslag in welke fase iets valt.

  1. 1Klik op Filters & weergave (het schuifjesicoon rechtsboven).
  2. 2Kies bij Kleur balken op voor Fase of Status. De keuze wordt op dit apparaat onthouden.

Een geblokkeerde activiteit blijft rood en een vervallen activiteit grijs, ook in de fasestand. Een kleur die je zelf bij een activiteit kiest gaat altijd voor. De status staat daarnaast altijd op het stipje vóór de naam.

Planning · weergave

Een kolom breder, smaller of passend maken

De kolommen links van de planning (zoals Activiteit en Project) hebben een lijn aan de rechterrand van hun kop. Daarmee stel je de breedte in, net als in Excel.

  1. 1Sleep de lijn rechts in de kolomkop naar links of rechts om de kolom smaller of breder te maken.
  2. 2Dubbelklik op die lijn om de kolom passend te maken: precies zo breed dat de kop en alle regels eronder volledig leesbaar zijn.

Een kolom is minimaal 48 en maximaal 400 pixels breed; een heel lange naam blijft daarboven afgekapt. De breedte van een eigen kolom geldt voor de hele organisatie, die van een vaste kolom alleen in deze sessie.

Planning · legenda

Een eigen kleur per partij

Elke partij heeft een eigen kleur. Staat Kleur balken op op Status, dan krijgt de balk van haar activiteiten die kleur. Zo zie je in één oogopslag welke onderaannemer wanneer aan de beurt is.

  1. 1Klik als planner op het kleurvakje naast de partijnaam in de legenda.
  2. 2Kies een kleur. Na opslaan geldt die ook op andere planningen van dezelfde partij.

In de stand Fase kleurt de balk naar de fase en niet naar de partij. Een geblokkeerde of vervallen activiteit houdt de kleur van die status, en een kleur die je zelf bij een activiteit kiest gaat vóór de partijkleur. Een activiteit zonder partij houdt de statuskleur. Is kleurbeheer nog niet ingesteld, dan blijft het vakje alleen leesbaar.

Planning · persoon per regel

Wie doet het, in een eigen kleur

Achter de naam van een activiteit staan de initialen van de persoon die erop staat, in een rondje. Standaard is dat rondje donkerblauw; je kunt iedere persoon een eigen kleur geven.

  1. 1Kies de persoon in de kolom Persoon of dubbelklik op de balk en kies hem in het kaartje onder Persoon. Niemand haalt de persoon weer van de regel.
  2. 2Staat er een persoon op de regel, dan verschijnt eronder Kleur van …. Kies daar een kleur; het rondje van die persoon krijgt hem meteen.
  3. 3Standaard zet het rondje terug op de gewone kleur.

De kleur hoort bij de persoon, niet bij de regel: hij geldt op elke regel en in elke planning waar die persoon op staat. De kleur van de balk verandert er niet door.

3.3Woningplanning

Seriematige renovatie van badkamers, keukens en toiletten, per adres, met een verschoven start.

Planning · Woningplanning

Een woningplanning maken

Voor seriematige renovatie van badkamers, keukens en toiletten: iedere woning doorloopt dezelfde reeks stappen, met een verschoven startdag. De Woningplanning hoort bij het pakket Business.

  1. 1Ga naar het dashboard, kies Planning opstellen en het tabblad Woningplanning.
  2. 2Kies bij Project het project, geef de planning een naam en klik op Maken. De adressen, de werkvolgorde en de B/K/T-symbolen komen uit de kaart van dat project zoals die het laatst is opgeslagen; het project hoeft niet open te staan.
  3. 3Elk adres wordt een regel, in de volgorde van de werkvolgorde; vier appartementen in één pand worden vier regels. Heb je de kaart later aangevuld, kies dan links onder Adressen Overnemen uit het project.
  4. 4Staan er op de kaart geen B/K/T-symbolen, dan heeft geen enkel adres een badkamer, keuken of toilet en blijft de planning leeg. Bovenaan staat dan waarom, met knoppen om in één keer Badkamer + toilet, Keuken of Badkamer, keuken en toilet voor alle adressen te kiezen, of Per adres instellen. Opslaan gebeurt vanzelf.
  5. 5Links staat het menu van de planning: Planning (het rooster), Adressen (volgorde, B/K/T en eigen kolommen), Activiteiten (de stappen met duur, symbool en de tekst voor de bewoner), Onderaannemers (welke onderaannemers bij deze planning horen: koppelen uit het adresboek of meteen een nieuwe aanmaken met Aanmaken en koppelen, en per stap kiezen wie het doet; met het vinkje Zelfde onderaannemer voor dezelfde stap kies je bijvoorbeeld Tegelen één keer voor Badkamer, Toilet en Keuken), Bewoners (per adres de bewonersplanning), Vrije dagen en Afdrukken.
  6. 6Een stap van meer dagen staat als één doorlopende balk, met de naam en het symbool aan het begin. Vandaag is oranje gemarkeerd. Met Start en Vandaag spring je naar het begin van de planning of naar vandaag; met Zoek adres… toon je alleen de adressen die passen (er verdwijnt niets uit de planning).
  7. 7Kies de schaal: Halve dag (twee weken, per dagdeel een eigen vak met de naam), Dag (zes weken), Week (26 weken) of Maand (18 maanden). In Week en Maand staan de dagen als smalle streepjes in de kleur van de onderaannemer; ook daar vink je af met de rechtermuisknop. Met de twee knoppen ernaast zet je ochtend en middag naast elkaar of onder elkaar in een dagvak.
  8. 8Je bestaande woningplanningen staan in het tabblad onder Bestaande woningplanningen, met het project, het aantal adressen, of er al B/K/T is ingesteld en de datum van de laatste wijziging. Klik op de regel (Openen) om hem te openen.
  9. 9De planning is één overzicht met een hoofdstuk per stroom: bovenaan Badkamer + Toilet, daaronder Keuken. De adressen staan onder elkaar, de dagen naast elkaar; de datumkop blijft bovenaan staan, zodat dezelfde dag in elk hoofdstuk recht onder elkaar staat.
  10. 10Elk blokje is een halve of hele dag, in de kleur van de onderaannemer, met het symbool van het werk (slopen, leidingwerk, elektra, stucen, tegelen, keuken plaatsen …). Een droogtijd draagt de zandloper (Drogen): dan wordt er in die ruimte niet gewerkt. Onder Legenda in de werkbalk staan de onderaannemers (klik op de kleur om hem te wijzigen) en de symbolen. Wil je een stap opvallend maken, vink dan bij Instellingen stroom Streep aan: de blokjes van die stap worden gestreept. Met Tegelijk begint een stap op hetzelfde moment als de stap erboven in plaats van erna.
  11. 11Een onderaannemer kan niet op twee plekken tegelijk. Is hij bij de vorige woning nog bezig, dan begint de volgende woning later, zodat zijn hele reeks aaneengesloten past: nooit eerst slopen en dan dagen wachten. De planning loopt zo op het tempo van de drukste onderaannemer. Staat er in de werkbalk … woningen wachten op een vrije onderaannemer, klik dan op Ploegen instellen en vul bij Onderaannemers per onderaannemer in hoeveel woningen hij tegelijk aankan (ploegen, standaard 1). Een droogtijd telt niet mee: dan kan de onderaannemer al naar de volgende woning. Een woning met een eigen startdatum (versleept of in het adrespaneel gekozen) blijft altijd op die datum staan.
  12. 12De Woningplanning staat los van de projectplanning: woningplanningen en hun activiteiten staan alleen onder het tabblad Woningplanning, niet tussen de Projectplanningen, niet in de projectplanning van het project en niet in Balkenplanning · alle projecten.

Weekenden tonen staat standaard aan: je ziet zaterdag en zondag lichtgrijs; zet het uit en BezitKaart onthoudt dat. Een stap die over een weekend of vrije dag heen loopt, wordt daar onderbroken. Op die dagen wordt nooit iets op ingepland, net zo min als op feestdagen en de eigen vrije dagen uit de werkkalender. Met Symbolen zet je de symbolen op het scherm aan of uit; op de bewonersplanning staan ze altijd.

Planning · Woningplanning

Stromen, startdagen en reeksen instellen

Er zijn twee standaardstromen: Badkamer + Toilet (één woning per startdag) en Keuken (twee per startdag).

  1. 1Klik in het hoofdstuk van een stroom op Instellingen stroom; de instellingen openen rechts. Kies de Startdatum, de Startdagen en het aantal Woningen per startdag.
  2. 2Per reeks kies je bij Stap een vaste term (Afdekken, Slopen, Demontage, Frezen, Leidingwerk, Elektra, Stucen, Tegelen, Sanitair plaatsen, Keuken plaatsen, Afmontage, Schoonmaak, Oplevering) of Eigen naam…. Verder zet je het Symbool (standaard automatisch uit de naam; herkent BezitKaart een eigen naam niet, dan staat er Niet herkend: kies een symbool en kies je het zelf), het aantal dagen (per halve dag), de Droogtijd en de Onderaannemer. Een woning met alleen een toilet krijgt de kortere toiletreeks.
  3. 3Bij Bewoner vul je per stap de omschrijving voor de bewoner in, wat er van de bewoner verwacht wordt en de tijdelijke hinder. Dat geldt voor iedere woning met die stap.
  4. 4De volgorde van de adressen wijzig je door in de planning de greep (⠿) vóór een adres naar boven of beneden te slepen, of onder Adressen en volgorde aan het grijpvierkantje of met ▲▼ rechts. Daar zet je ook per adres B, K of T aan of uit (of met Voor alle adressen aan/uit in één keer voor iedereen), en kies je Samen om badkamer, keuken en toilet in één periode uit te voeren.
  5. 5Een planning voor alleen een paar adressen: vink ze aan onder Adressen en volgorde en kies Alleen deze adressen houden (of Uit deze planning halen). Overnemen uit het project haalt ze terug.
  6. 6Onder Eigen kolommen na het adres maak je een kolom, bijvoorbeeld Asbest met een oranje gevarendriehoek. Klik in de planning op het vakje om de markering bij een adres aan of uit te zetten. Een tekstkolom vul je in het adresoverzicht in; zet daar nooit namen of telefoonnummers van bewoners in.
  7. 7De start van één woning verschuif je door een blokje van die woning met de muis naar links of rechts te slepen, of in het adresoverzicht met 1 dag eerder / 1 dag later of een eigen startdatum. Terug naar het ritme haalt een eigen startdatum weer weg. De einddatum volgt uit de stappen.

Badkamer en keuken mogen maanden uit elkaar liggen: elke stroom heeft een eigen startdatum.

Planning · Woningplanning

Opslaan gebeurt vanzelf

Elke wijziging wordt na een tel vanzelf opgeslagen, en de planning rekent zichzelf opnieuw uit.

  1. 1Je hoeft niets te doen. Rechtsboven zie je de stand: Opslaan (er is nog iets niet opgeslagen), Opslaan… of ✓ Opgeslagen. Klik op Opslaan om het meteen te doen.
  2. 2Sluit je de planning, dan wordt eerst opgeslagen. Open je hem later weer, dan staat alles zoals je het achterliet.
  3. 3Een stap die met de hand is verschoven (bijvoorbeeld in de balkenplanning) of waaraan al gewerkt wordt, blijft staan. Er verschijnt dan een melding; met Ook herberekenen neem je die stappen toch mee.

Dezelfde planning staat ook bij Projectplanningen. Daar kun je hem afdrukken, per partij delen en dagen afvinken.

Planning · Woningplanning

Afdrukken

Met Afdrukken / PDF opent het afdrukvoorbeeld van de hele planning, met de hoofdstukken, de legenda en de symbolen.

  1. 1Kies het Papier (A4, A3, A2, A1 of A0 liggend), de periode met Van en Tot en met (je kiest weken: Week 20 · 17 mei 2027), en bij Adressen eventueel alleen de adressen die je wilt afdrukken. De planning vult altijd het hele papier: kolommen of rijen worden breder of hoger, en het geheel staat in een kader met rechtsboven het logo van je organisatie (Dashboard → Instellingen) of, als je geen eigen logo hebt, het BezitKaart-logo.
  2. 2Bovenaan staat Woningplanning met daaronder het Projectnummer, de Projectnaam, de Versie en de Datum. Onderaan staat de legenda: bij Kleur wat de onderaannemer doet (de discipline, zoals Sloopwerk of Tegelwerk), bij Symbool het soort werk, en bij Uitleg wat er verder op het blad staat, zoals een niet-werkbare dag (lichtblauw) of een afgevinkt blokje. Vul de discipline in bij Planning-instellingen → Onderaannemers; zonder discipline staat de bedrijfsnaam in de legenda.
  3. 3Passend op 1 pagina staat standaard aan. Zet je het uit, dan wordt de planning op ware grootte verdeeld over meerdere pagina's: per groep adressen alle weken, met pagina 1 van n in de kop. Elke pagina gebruikt de hele breedte van het papier.
  4. 4Het Detail volgt het papier: op A4 staan alleen de kleur en het symbool, op A3 ook de naam van de stap, en op A2, A1 en A0 de volledige namen en hogere rijen.
  5. 5Klik op Printen / PDF. Kies in het printvenster een printer of Opslaan als PDF.

Wordt de schaal klein, kies dan een groter papier, een kortere periode, of zet Passend op 1 pagina uit.

Planning · Woningplanning

Vaststellen en de onderaannemers laten weten

Is de planning klaar, klik dan rechtsboven op Vaststellen. Alle onderaannemers in de planning krijgen een e-mail: de planning staat klaar.

  1. 1De e-mail gaat naar de personen met Meldingen aan en naar het e-mailadres van het bedrijf (Planning-instellingen → Onderaannemers). In de e-mail staan de naam van de planning, het project en het bedrijf, en een knop naar de planning. Er staan geen adressen van bewoners in.
  2. 2Vaststellen zet de planning op Actief. Staat Planning: delen via link aan, dan krijgt elke onderaannemer in de e-mail de knop Bekijk de planning: zonder inloggen, alleen lezen, en alleen de stappen van zijn eigen bedrijf, met het adres van de woning. De link is 180 dagen geldig. Wil hij werk afvinken, dan logt hij in via de link eronder.
  3. 3Verandert er daarna iets, dan zie je in de balk Nog niet gemeld en voor wie. Alleen wie de wijziging aangaat krijgt een e-mail: de oude en de nieuwe onderaannemer van een verschoven of vervallen stap. Valt een hele woning uit, dan krijgt iedereen een e-mail.
  4. 4Klik op Nu melden, of sluit de planning: wat nog openstaat wordt dan vanzelf gemeld.

Afvinken is geen wijziging van de planning en geeft geen e-mail. Per planning gaan er hooguit 20 meldingen per uur uit.

Planning · Woningplanning

Werk afvinken

Klik met de rechtermuisknop op een blokje om die activiteit af te vinken; op een tablet houd je het blokje even ingedrukt (lang indrukken). Alle blokjes van die activiteit worden lichter van kleur, met een vinkje erin.

  1. 1Nog een keer rechtsklikken of lang indrukken haalt het vinkje weg. Schuif je tijdens het indrukken, dan scroll je door de planning en wordt er niets afgevinkt.
  2. 2De planner en de uitvoerder kunnen alles afvinken. Een onderaannemer kan alleen het werk van zijn eigen partij afvinken. Een meekijker kan niets afvinken.
  3. 3Een nieuwe stap kun je afvinken zodra hij is opgeslagen; dat gebeurt vanzelf. Een afgevinkte activiteit verschuift niet meer.

Het vinkje is dezelfde status Gereed als in de balkenplanning.

Planning · Woningplanning

Het adresoverzicht en de bewonersplanning

Kies links Bewoners (of klik op een adres): links de adressen, rechts alle werkzaamheden van de gekozen woning, per stroom en per dag, met een groot symbool vóór elke activiteit. Een klik op een blokje opent dit niet.

  1. 1Bij een afwijkende woning vul je een Eigen startdatum in of kies je Uit deze stroom halen.
  2. 2Met Afwijkend voor dit adres pas je de bewonerstekst alleen voor deze woning aan.
  3. 3Met Bewonersplanning (PDF) download je een planning voor de bewoner, als bijlage bij de bewonersbrief: per ruimte de periode en het aantal werkdagen, per dag de activiteit met hetzelfde symbool als in de planning en een korte uitleg, in een oranje vlak Van u gevraagd, en de hinder als symbolen. Elke soort hinder (water, stroom, toilet, douche, keuken, geluid, stof, toegang) heeft een vaste kolom, zodat bijvoorbeeld de druppel op elke rij op dezelfde plek staat; de Legenda onderaan legt de symbolen uit. De planning past op één pagina.

Op de bewonersplanning staan geen namen van onderaannemers. Gebruik in de teksten nooit namen van bewoners.

3.4Planning-instellingen

Wat voor alle planningen van je organisatie geldt, staat op één plek: knop Planning-instellingen naast de soorten planning.

Planning · Planning-instellingen

Vrije dagen: feestdagen en vakanties

Het tabblad Vrije dagen toont het hele jaar. Weekenden zijn lichtgrijs, de Nederlandse feestdagen oranje: daar wordt nooit op gepland.

  1. 1Open Planning-instellingen (of in een woningplanning de knop Vrije dagen). Kies met de pijltjes het jaar.
  2. 2Klik op een weeknummer om de hele week (maandag t/m vrijdag) te kiezen, bijvoorbeeld de weken van de bouwvak of de kerstvakantie. Losse dagen klik je aan; met Shift+klik kies je alles ertussen.
  3. 3Kies een omschrijving (Bouwvak, Kerstvakantie, Bedrijfssluiting of eigen tekst) en klik op Niet werkbaar maken. De dagen worden lichtoranje.
  4. 4Wordt er op een feestdag toch gewerkt? Kies die dag en klik op Weer werkbaar maken (groen).
  5. 5Rechts staan de periodes van het jaar; met × haal je een periode weg. Alleen een beheerder van de organisatie kan iets wijzigen.

Alle planningen gebruiken deze kalender. Een woningplanning die openstaat rekent zichzelf meteen opnieuw uit en slaat dat vanzelf op.

Planning · Planning-instellingen

Onderaannemers en hun personen

Het tabblad Onderaannemers is het adresboek van de bedrijven die het werk doen, voor alle planningen. Het is dezelfde lijst als Partijen bij Inkoop.

  1. 1Klik op + Onderaannemer: hij komt onderaan de lijst. Vul de Bedrijfsnaam, de Discipline (bijvoorbeeld Sloopwerk, Tegelwerk, Timmerwerk) en het Algemeen e-mailadres in. Een eigenaar of beheerder van de organisatie die je hier als account koppelt, houdt altijd al zijn rechten: de koppeling beperkt alleen accounts van de onderaannemer zelf. Een veld wordt bewaard zodra je het verlaat; met Opslaan rechtsboven bewaar je alles in één keer, en Sluiten bewaart eerst wat nog openstaat.
  2. 2Kies een Kleur. Die kleur krijgen de balken van dit bedrijf in elke planning.
  3. 3Onder Contactpersonen klik je op + Contactpersoon, zo vaak als nodig: iedereen van dit bedrijf die meldingen krijgt of moet kunnen afvinken. Kies per contactpersoon het Recht: Alleen bekijken, Eigen taken afvinken (ziet en vinkt alleen het werk van dit bedrijf af) of Alles afvinken.
  4. 4Het recht werkt voor iemand met een account: kies dat bij Account. Het geldt in elk project, tenzij iemand in een project een eigen rol heeft. Met Meldingen bepaal je wie de e-mail over de planning krijgt.

Personen en rechten kan alleen een beheerder van de organisatie wijzigen. Zet hier geen gegevens van bewoners neer.

3.5Delen en meldingen

De planning bij de juiste mensen krijgen: een link voor een partij en je eigen meldingen.

Planning · delen

Een link voor een partij

Als delen is ingeschakeld, kan een planner de toegang beperken tot een partij.

  1. 1Open Delen en kies bij Voor wie de hele planning of alleen een partij.
  2. 2Geef de link een naam en geldigheidsduur. Maak de link aan.
  3. 3Controleer de partij in de lijst. Met Intrekken stopt de toegang.

De link is alleen-lezen. Een partijlink toont uitsluitend werkzaamheden van die partij. Via de link is alleen een planning op Actief (of Afgerond) te zien; een planning op Concept blijft leeg voor wie de link opent. Delen staat standaard uit; zonder de knop blijft PDF-export beschikbaar.

Planning · persoonlijke meldingen

Jouw kalender en ontvangers controleren

De kalender Mijn herinneringen toont alleen de herinneringsmails die jíj krijgt, niet je activiteiten en niet de mails van collega's.

  1. 1Open Meldingen. De twaalfmaandskalender Mijn herinneringen en de daglijst horen bij jouw account, niet bij alle medewerkers. Een stipje staat op de dag dat de mail verstuurd wordt, niet op de startdag. Staat er niets, dan zegt Geen herinneringen gepland voor jou erboven waarom.
  2. 2Bij een planning op Live staat de herinnering aan. Wordt het bolletje oranje met Live · 0 ontvangers, dan gaat er uit die planning geen enkele mail: meestal hebben de activiteiten geen verantwoordelijke.
  3. 3Open de ontvangerstelling bij een ingeschakelde planning: controleer namen, e-mailadressen en het aantal verwachte e-mails. Klik op activiteiten zonder verantwoordelijke voor de lijst; met Openen ga je naar die activiteit in de planning om een verantwoordelijke te kiezen. Een verantwoordelijke zonder geldig e-mailadres staat er op dezelfde manier bij.
  4. 4Bij de planning kies je Hoeveel van tevoren (werkdagen of werkweken). Zet je daarnaast Ook een herinnering op de startdag zelf aan, dan komt er op de ochtend dat de activiteit begint nog een tweede mail; in de kalender staan dan twee stipjes. Staat Hoeveel van tevoren op 0, dan is de enige herinnering al op de startdag.
  5. 5Staat de Planningsprecisie op Week, dan werkt de herinnering als weekmail: elke maandag om 06:30 krijgt elke verantwoordelijke één e-mail met zijn activiteiten van die week, ook wat van de week ervoor doorloopt. Hoeveel van tevoren en Ook een herinnering op de startdag zelf verdwijnen dan uit het formulier; ze blijven bewaard voor als je de precisie terugzet. In de kalender staat het stipje op de maandag.
  6. 6Wil je voor sommige activiteiten wél een herinnering en voor andere niet? Zet in de planning bij Weergave → Kolommen de kolom Herinnering aan. Elke regel krijgt dan een schuifje: zet het op Uit en voor die activiteit gaat er geen herinnering (ook niet in de weekmail), en in de kalender staat er geen stipje voor. Het schuifje kan alleen uitzetten: staat de herinnering van de planning zelf uit, of staat de planning nog op concept, dan gaat er voor geen enkele activiteit een mail. Het schuifje is dan gedimd, maar je kunt het al vooraf instellen. De kolom verberg je weer door het vinkje bij Kolommen uit te zetten; je keuze blijft bewaard.
  7. 7De herinnering gaat via noreply@bezitkaart.nl naar de verantwoordelijke: heeft die een BezitKaart-account, dan naar zijn aanmeldadres; zo niet (een medewerker zonder account of een externe uitvoerende partij), dan naar het e-mailadres op zijn personeelskaart. Een Microsoft-koppeling is daarvoor niet nodig.
  8. 8Wie geen account heeft, krijgt een herinnering zonder link en met de zin dat hij geen toegang tot de planning heeft; vragen gaan naar de planner. Wil je dat iemand de planning wél kan openen, open dan Ontvangers koppelen en kies het account van die persoon. Alleen een eigenaar of beheerder kan dat; in de lijst staan alleen actieve leden van je organisatie, en elk account hoort bij één kaart.
  9. 9De knop in de herinneringsmail opent de gekoppelde planning en activiteit als je daarvoor toegang hebt. Zonder toegang blijft de activiteit afgeschermd.
  10. 10Met Testherinnering versturen krijg je een voorbeeld via noreply@bezitkaart.nl op je eigen aanmeldadres. Wacht vijf minuten tussen tests.

Dit is een voorspelling, geen verzendbewijs. Elke herinnering (vooraf en op de startdag) gaat hooguit één keer; wordt de startdatum verplaatst, dan komt er een nieuwe herinnering voor de nieuwe datum. Lukt het versturen tijdelijk niet, dan wordt het later die ochtend nog eens geprobeerd, zonder dubbele mails.

Planning · weekoverzicht

Elke maandag je week in de mail

Met het weekoverzicht krijg je elke maandag om 08:00 één e-mail met wat er die week voor jou in de planning staat. De mail komt van noreply@bezitkaart.nl naar je aanmeldadres.

  1. 1Open Meldingen. Elke planning heeft twee schuifjes: Herinnering (een mail per activiteit, voor alle verantwoordelijken) en Weekoverzicht (alleen voor jou).
  2. 2Zet Weekoverzicht aan bij de planningen die je wilt volgen. In de mail staan je eigen activiteiten van die week en de activiteiten zonder verantwoordelijke, gegroepeerd per project.
  3. 3Kies Test weekoverzicht versturen om te zien hoe de mail eruitziet. De test gebruikt voorbeeldregels en gaat alleen naar je eigen aanmeldadres.

Je zet het weekoverzicht alleen voor jezelf aan, niet voor een collega. Er komt pas een mail zodra de planning op Actief staat en er die week iets gepland is. Een Microsoft-koppeling is niet nodig. Let op: een planning met precisie Week en de herinnering aan stuurt al om 06:30 een weekmail naar elke verantwoordelijke. Staat daar ook je weekoverzicht aan, dan krijg je op maandag twee mails.

Module 4

Projectkaart

De projectkaart: adressen inladen, woningen inkleuren, tekenen en meten, de volgorde van het werk bepalen en het resultaat exporteren als plattegrond of rapport.

  1. 4.1Aan de slag
  2. 4.2Projecten
  3. 4.3Adressen toevoegen
  4. 4.4Werken met de kaart
  5. 4.5Kaartlagen
  6. 4.6Woningen inkleuren
  7. 4.7Tekenen en symbolen
  8. 4.8Meten
  9. 4.9Verkeersplan
  10. 4.10Tekeningen: gevels en foto’s
  11. 4.11Werkvolgorde en routes
  12. 4.12Omwonenden en bewonersbrief
  13. 4.13Opdrachtbalk
  14. 4.14Bewerken en ongedaan maken
  15. 4.15Samenwerken in een project
  16. 4.16Exporteren
  17. 4.17Spiekbrief

4.1Aan de slag

BezitKaart bestaat uit drie vaste delen. Links zet je je project op, in het midden ligt de kaart, rechts bewerk je hem.

Het hele scherm

De drie delen van het scherm

Alles wat je nodig hebt zit in deze drie zones — de rest van deze handleiding volgt die indeling.

  1. 1Links: adressen invoeren, legenda en tellingen.
  2. 2Rechts: Kaart bewerken — lagen, kleuren, tekenen, exporteren.
  3. 3Bovenin: of je werk is opgeslagen, kaartversies, en de opdrachtbalk.
Het volledige scherm met de zijbalk links, de kaart in het midden en de werkbalk rechts

Bovenbalk

De bovenbalk

De knoppen die altijd bereikbaar zijn terwijl je op de kaart werkt.

  1. 1Dashboard (op een kleiner scherm alleen het huisje) en het logo linksboven brengen je terug naar het dashboard. Staat er nog iets dat niet is opgeslagen, dan krijg je eerst de vraag wat je ermee wilt.
  2. 2Sluiten sluit het project dat je open hebt. Staat er nog iets dat niet is opgeslagen, dan krijg je eerst de vraag wat je ermee wilt.
  3. 3Rechts van Sluiten staat of je werk bewaard is: Niet-opgeslagen wijzigingen, Opslaan…, ✓ Opgeslagen of Opslaan mislukt. Dat is geen knop: ben je aangemeld, dan gaat opslaan vanzelf. Zonder aanmelding staat hier de knop Projectbestand downloaden.
  4. 4Kaartversies — wissel tussen plattegrondvarianten van hetzelfde project.
  5. 5Met het pijltje onder de balk klap je de hele bovenbalk op, zodat de kaart hoger wordt.
De bovenbalk met Sluiten, de opslagstatus en de kaartversiesknop

Zijbalk links

De secties in de zijbalk

Klik een kop om die sectie open of dicht te klappen.

  1. 1Adressen toevoegen — een adressenlijst inlezen (Excel, CSV of PDF) of adressen typen.
  2. 2Slim importeren — constateringen uit een projectdocument halen.
  3. 3Op de kaart — wat er nu van de aangevinkte kaartlagen te zien is.
  4. 4Legenda — je kleurcategorieën, met per kleur het aantal woningen en het totaal eronder.
  5. 5Tellingen — welke symbolen en objecten er op de kaart staan.
  6. 6In de omgeving — gemeente, voorzieningen en erfgoed bij je project.
De linker zijbalk met alle secties dichtgeklapt

Bovenbalk · Kaartversies

Meerdere plattegronden in één project

Verschillende varianten van dezelfde plattegrond, zonder het project te dupliceren.

  1. 1Klik op Kaartversies in de bovenbalk.
  2. 2Maak een nieuwe versie, of wissel naar een bestaande.
  3. 3Elke versie heeft zijn eigen kleuren, tekeningen en werkvolgorde, maar deelt dezelfde adressen, woningen en documenten.
  4. 4Heeft het project kenmerken (Inventarisatie in het woningdossier), dan staat er ook + Kaartversie op kenmerk…. Kies het kenmerk en wat er met Panden zonder dit kenmerk gebeurt (Grijs tonen of Verbergen), en klik op Kaartversie maken. Er komt een nieuwe versie bij, met het kenmerk in oranje, panden waarvan maar een deel van de adressen het kenmerk heeft in een lichtere kleur ((deels)), en de rest grijs of verborgen. De kaart die openstond blijft ongewijzigd.

Handig voor bijvoorbeeld een "huidige situatie" en een "toekomstige situatie" van hetzelfde project. Een kaartversie op kenmerk is een momentopname: zet je daarna bij een adres een kenmerk aan of uit, maak dan een nieuwe kaartversie op kenmerk. Verborgen panden blijven gewoon in het project; met het oogje in de legenda zet je ze weer aan.

Tablet

Werken op een tablet

Op een aanraakscherm zijn de knoppen groter en zijn er vervangers voor toetsen die een tablet niet heeft.

  1. 1Zet Inkleuren met een tik aan en tik de panden aan. Voor een hele rij gebruik je Hele rij: tik het eerste en het laatste pand in plaats van Shift.
  2. 2Houd je vinger even op een pand voor hetzelfde menu als een rechtsklik: het woningdossier, of het venster van een rijksmonument, perceel of gevel op die plek.
  3. 3Bij een routeplanning staan bij elke stop de knoppen Eerder in de route (↑) en Later in de route (↓).
  4. 4Bij foto’s in Uitvoering staat Foto maken vooraan, zodat je op locatie de camera van het toestel opent.
  5. 5Op een tablet vraagt BezitKaart de browser stilletjes om je gegevens blijvend op het toestel te mogen bewaren, zodat werk zonder verbinding niet door de browser wordt opgeruimd. Je hoeft niets te doen.

Een tablet gebruikt dezelfde BezitKaart in de browser; zie ook het hoofdstuk App installeren en bijwerken.

Zijbalk

De zijbalk breder of smaller

Meer kaart zien, of meer ruimte voor je adressenlijst.

  1. 1Het pijltje klapt de hele zijbalk in en weer uit.
  2. 2Sleep de rechterrand om hem breder of smaller te maken. Dubbelklik zet hem terug op de standaardbreedte.
De inklapknop van de zijbalk en de sleepgreep aan de rechterrand

Werkbalk

De werkbalk breder of smaller

Hetzelfde geldt voor de werkbalk rechts.

  1. 1Het minteken klapt de werkbalk in.
  2. 2Sleep de linkerrand om hem breder of smaller te maken.
De inklapknop van de werkbalk en de sleepgreep aan de linkerrand

4.2Projecten

Projectgegevens komen op de export terecht; opgeslagen projecten kun je later weer openen.

Werkbalk · Projectgegevens

De gegevens van je project

Deze velden verschijnen in het kader op de export.

  1. 1Projectnaam en projectnummer.
  2. 2Per projectnummer bestaat één kaart. Maak je een nieuw project met een nummer dat al bestaat, dan kies je: de bestaande kaart openen, Bestaande kaart wissen en opnieuw beginnen, of Nummer aanpassen. Wissen ruimt ook de uitvoeringsgegevens van dat nummer op en kan niet ongedaan gemaakt worden.
  3. 3Complexnummer en versie.
  4. 4Contactpersoon en telefoonnummer.
De sectie Projectgegevens met de invulvelden

Werkbalk · Exporteren

De export

In deze sectie staat alles wat met de uitvoer van je project te maken heeft.

  1. 1Exporteren opent het exportvenster (hoofdstuk 10).
  2. 2Op de afdruk staat rechtsboven in de hoek het BezitKaart-logo met “Gemaakt met” erboven. Het logo van je organisatie (linksboven) stel je in via Dashboard → Instellingen.
De sectie Exporteren met de exportknop

Bovenbalk

Opslaan en weer openen

Ben je aangemeld, dan bewaart BezitKaart je werk vanzelf — je hoeft er niets voor te doen.

  1. 1Werk door op de kaart; zodra je een paar seconden stil bent, wordt er opgeslagen. Werk je onafgebroken door, dan gebeurt het toch minstens eens per minuut. Ook als je naar een ander tabblad of een andere app gaat, wordt meteen opgeslagen.
  2. 2In de bovenbalk zie je hoe het ervoor staat: Niet-opgeslagen wijzigingen, Opslaan… en daarna ✓ Opgeslagen. Je hoeft nergens op te klikken.
  3. 3Lukt het niet, dan staat er Opslaan mislukt met de knop Opnieuw proberen. Je wijzigingen blijven op de kaart staan; er wordt ook vanzelf opnieuw geprobeerd.
  4. 4Ga je naar het dashboard of kies je Sluiten terwijl er nog iets niet is opgeslagen, dan vraagt BezitKaart wat je wilt: Opslaan en doorgaan, Wijzigingen verwerpen of Annuleren. Is alles opgeslagen, dan krijg je die vraag niet.
  5. 5Sluit of ververs je het tabblad terwijl er nog iets niet is opgeslagen, dan waarschuwt je browser je met zijn eigen melding.
  6. 6Een bestaand project open je via het dashboard — klik op het logo linksboven en kies in het menu links Projecten. Dat opent een volledig scherm met al je projecten; klik op een project om het te openen.
  7. 7Elk project draagt een gekleurde streep en een label met de fase waarin het staat: Projectkaart (blauw), Uitvoering (oranjebruin) of Oplevering (groen). Grijs met Fase onbekend betekent dat er voor dat project nog geen fase bekend is.

Zonder aanmelding kan er niet automatisch bewaard worden: dan levert Projectbestand downloaden een projectbestand op je eigen apparaat op, en open je dat later terug via Bestand van dit apparaat openen… op het dashboard.

4.3Adressen toevoegen

Er zijn drie manieren om woningen op de kaart te krijgen: een lijst importeren, adressen typen, of ze laten herkennen uit een bestaand document.

Zijbalk · Adressen toevoegen

Excel, CSV of PDF importeren

De snelste route als je al een adressenlijst hebt.

  1. 1Sleep je bestand op het vak, of klik erop om te bladeren.
  2. 2Geen lijst bij de hand? Download eerst het Excel-sjabloon.
  3. 3Importbestanden zijn maximaal 20 MB. XLSX-bestanden met macro’s of ingesloten objecten worden geweigerd; sla ze eerst op als een gewone XLSX zonder macro’s.
  4. 4Een PDF met een adressenlijst kan ook. Is de PDF een scan (een afbeelding zonder selecteerbare tekst), dan leest BezitKaart de adressen met tekstherkenning, in je eigen browser; dat duurt per pagina enkele seconden. Tekstherkenning kan zich in een cijfer vergissen, dus controleer bij een scan altijd de huisnummers — de controle zegt het er ook bij. Noemt de PDF zelf het aantal (“87 woningen”), dan zie je onder Controle vóór genereren of dat klopt met wat er is uitgelezen.
  5. 5Staat er in de lijst geen postcode of plaats, dan verschijnt Plaats van deze lijst. Liggen alle straten samen in maar één plaats, dan vult BezitKaart die zelf in; klopt hij niet, typ dan de juiste plaats en klik op Toepassen. Is het niet zeker, dan blijft het veld leeg en moet je de plaats zelf invullen voordat Genereer kaart doorgaat.
  6. 6Staan er in je lijst ook kolommen met namen, telefoonnummers, e-mailadressen of geboortedata van bewoners, dan wordt het hele bestand niet ingelezen: BezitKaart verwerkt geen lijsten met gegevens van personen. De melding Bestand niet ingelezen: er staan persoonsgegevens in noemt de kolommen. Haal die kolommen uit het bestand, of vul het Excel-sjabloon in (de knop staat in de melding). Staat er alleen in een adrescel een telefoonnummer of naam, dan wordt dat deel weggelaten en het adres wel ingelezen. Zie Persoonsgegevens in een bestand.

Kolommen die herkend worden: straat, huisnummer, postcode, plaats — of één kolom adres met straat én nummer erin. Optioneel: kleur, complex, fase, werksoort. Lukt het herkennen niet, dan koppel je de kolommen zelf. Een postcode is niet verplicht: straat, huisnummer en plaats is genoeg. BezitKaart controleert de straat, het huisnummer, de toevoeging en de plaats. Klopt een adres niet precies — een toevoeging die niet in de BAG staat, of de gemeente in plaats van de woonplaats — dan verschijnt na Genereer kaart eerst Controleer de adressen: groen wordt ingekleurd, bij oranje kies je zelf het juiste adres of Niet inkleuren, rood is niet gevonden. Pas na Kaart maken wordt er ingekleurd. Dubbele regels worden maar één keer opgezocht. Bij een lange lijst zie je de voortgang en kun je met Stoppen afbreken; er wordt dan niets ingekleurd. Boven de 2.000 adressen is de Portefeuille-import geschikter.

De sectie Adressen toevoegen met het sleepvak en de knop Excel-sjabloon downloaden

Zijbalk · Adressen toevoegen

Adressen typen of plakken

Voor een handjevol adressen, of om er later een paar bij te zetten.

  1. 1Typ of plak de adressen in het vak — één per regel, met straat, huisnummer en plaats (bijvoorbeeld Kerkstraat 2-1 Arnhem).
  2. 2Klik op Genereer kaart.
  3. 3BezitKaart controleert de straat, het huisnummer, de toevoeging en de plaats, net als bij een bestand. Klopt een adres niet precies — een tikfout in de straat, of een woning met een toevoeging die je niet hebt ingevuld — dan verschijnt eerst Controleer de adressen: kies het juiste adres of laat het op Niet inkleuren, en klik op Kaart maken. Een adres zonder huisnummer wordt niet ingekleurd.
  4. 4Plak je een regel met een telefoonnummer, e-mailadres of Fam.-naam erin, dan haalt BezitKaart dat deel eruit voordat het adres wordt opgezocht. Het vak toont daarna de opgeschoonde regels.

Zoom daarna in tot minimaal niveau 15: pas dan laadt BezitKaart de pandcontouren en huisnummers.

De sectie Adressen toevoegen met het invoervak en de knop Genereer kaart

Zijbalk · Slim importeren

Constateringen uit een document halen

Upload een bestaand projectdocument en laat BezitKaart herkennen welke woningen erin genoemd worden en wat ermee aan de hand is.

  1. 1Klik op Document uploaden en kies een PDF, TXT, CSV of e-mail (.eml). Zet Word- en Excel-documenten eerst om naar PDF.
  2. 2BezitKaart koppelt elke gevonden constatering aan een woning die al in het project staat, of markeert hem als "geldt voor het hele project" als dat niet lukt.
  3. 3Na de analyse schuift rechts naast de kaart het resultaatpaneel open. Bovenin staan vier tellers: Gekoppeld, Controle nodig, Niet gevonden en Hele project. Klik op een teller om alleen die regels te zien; nog een klik toont weer alles.
  4. 4Loop de lijst na. De regels staan per categorie gegroepeerd; met de categorieknoppen en het zoekveld maak je hem kleiner. Klik op een regel voor de omschrijving, het citaat en de bronpagina, en met Toon op kaart zie je om welk pand het gaat. Zet regels aan of uit met het vinkje.
  5. 5Gesloten? Met Resultaten openen in de zijbalk komt het paneel terug.
  6. 6Staat een adres op Niet gevonden, of koppelde BezitKaart het aan het verkeerde pand? Klap de regel open en klik op Woning aanwijzen op kaart (of Andere woning aanwijzen), en klik daarna op de kaart op het pand. Alleen panden van het project tellen. Met Aanwijzing ongedaan maken of Escape zet je het terug.
  7. 7Klik op Plaatsen op kaart om de geaccepteerde constateringen echt toe te voegen.

Uploaden verandert de kaart nog niet — dat gebeurt pas bij "Plaatsen op kaart", en dus ná jouw controle. Een bestand dat niet is wat de extensie zegt, of dat scripts, macro's of ingesloten bestanden bevat, wordt geweigerd vóór het geanalyseerd wordt; een e-mail met een bijlage als .exe, .js of .zip ook. Dat is een inhoudscontrole en geen virusscanner. Bevat het document herkenbare persoonsgegevens van bewoners, of is het een scan zonder leesbare tekst, dan wordt het niet naar de AI verstuurd — zie Persoonsgegevens in een bestand.

Importeren · Privacy

Persoonsgegevens in een bestand

BezitKaart werkt met adressen, niet met bewoners. Namen, telefoonnummers en e-mailadressen van bewoners zijn voor het werk niet nodig en worden daarom niet ingelezen of verstuurd.

  1. 1Adressenlijst (Excel/CSV/PDF): staat er een kolom met bewonersnamen, telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedata, rekeningnummers of BSN in, dan wordt het hele bestand niet ingelezen en niets opgezocht. De melding Bestand niet ingelezen: er staan persoonsgegevens in noemt de kolommen en heeft een knop naar het Excel-sjabloon. Upload alleen adressen.
  2. 2Portefeuille, prestatie-eisen en planning (Excel/CSV): zulke kolommen worden bij het inlezen overgeslagen. Je ziet welke, met de melding Niet ingelezen, want BezitKaart heeft deze persoonsgegevens niet nodig. De import gaat gewoon door met de rest.
  3. 3Staat een telefoonnummer, e-mailadres of Fam.-naam in een cel die wel nodig is (een adres, een omschrijving, een activiteit), dan wordt alleen dat deel weggelaten.
  4. 4Laten uitlezen door de AI (Slim importeren, Offerte uitlezen, en Laat de tabel uitlezen bij prestatie-eisen en planning): staat er nog een herkenbaar persoonsgegeven van een bewoner in, dan wordt niets verstuurd. De melding Niet verstuurd naar de AI zegt wat er gevonden is en waar (kolom en rij, of pagina). Haal het weg en probeer het opnieuw.
  5. 5Van een PDF gaat alleen de tekst naar de AI, geen foto’s of tekeningen. Een pagina zonder leesbare tekst (een scan of foto) gaat niet mee. Bestaat het hele document uit scans, dan wordt het geweigerd: BezitKaart kan dan niet controleren wat erin staat.

Namen van collega’s, opdrachtgevers, leveranciers en onderaannemers, complexnamen en straatnamen worden niet als persoonsgegeven gezien. Een telefoonnummer of naam wordt alleen herkend als het document zelf zegt dat het om een bewoner gaat (Bewoner: …, Fam. …, een kolom Naam huurder), of als het een hele lijst contactgegevens is. Het is een patrooncontrole: een naam zonder zo’n aanwijzing herkent BezitKaart niet. Controleer je bestand dus zelf ook vóór je het uploadt.

4.4Werken met de kaart

Verplaatsen doe je door te slepen. Voor de rest zijn er vier knopjes links van de kaart en de sectie Kaarten rechts in de werkbalk.

Op de kaart

Zoomen en draaien

De knoppen staan links van de kaart, onder de inklapknop van de zijbalk.

  1. 1+ — inzoomen.
  2. 2– — uitzoomen.
  3. 3Noordpijl — zet de kaart terug op het noorden.
  4. 4Draaischijf — sleep om de kaart te draaien.
De vier kaartknoppen: inzoomen, uitzoomen, noordpijl en draaischijf

Werkbalk · Kaarten

Een andere basiskaart kiezen

De ondergrond waarop je werkt: van topografisch tot satelliet.

  1. 1Open de sectie Kaarten rechts, boven Kaartlagen.
  2. 2Klik op de basiskaartknop om het tegelpaneel te openen.
  3. 3Klik een tegel — de kaart wisselt meteen. De kaarten staan gegroepeerd in licht en donker.
De geopende sectie Kaarten met het tegelpaneel per kaartsoort

Werkbalk · Street View

Street View erbij

Kijk vanaf straatniveau naar een pand, naast je eigen kaart.

  1. 1Zet Google Street View aan.
  2. 2Kies of je hem naast je eigen kaart of naast een Google-kaart wilt.
  3. 3Klik bovenaan op Maximaliseren om Street View over het hele kaartvlak te zien, en op Half scherm om terug te gaan. Street View sluiten zet hem weg. Dit werkt ook in Adres zoeken.

Street View en de Google-kaart gaan nooit mee in de export.

De sectie Street View met de schakelaar en de twee weergavekeuzes

4.5Kaartlagen

Kaartlagen zijn de extra informatie die je over je kaart heen legt. Ze staan gegroepeerd, zodat je alleen openklapt wat je nodig hebt.

Werkbalk · Kaartlagen

De acht groepen

Van pandcontouren tot leveranciers — alles zit in één van deze groepen.

  1. 1Alle lagen uit schakelt in één klik alles uit.
  2. 2Klik een groep open: Basis, Verkeer & parkeren, Grenzen, Erfgoed & bescherming, Energetisch, Flora & Fauna, Zorgvoorzieningen of Leveranciers.
  3. 3Direct onder Basis staat Tekenen & toevoegingen. Klap die open: het schuifje daarin zet alles wat je zelf op de kaart hebt gezet in één keer aan of uit.
De sectie Kaartlagen met de knop Alle lagen uit en de acht groepen

Werkbalk · Kaartlagen

Losse lagen aanzetten

Binnen een groep zet je elke laag apart aan of uit.

  1. 1Klap de groep open en vink de laag aan die je wilt zien, bijvoorbeeld BAG-pandcontouren of Huisnummers.
  2. 2Nogmaals klikken zet de laag weer uit; er gaat nooit iets van je project verloren.

Lagen laden op basis van je kaartbeeld. Zie je niets, zoom dan verder in of verschuif de kaart naar het gebied dat je wilt zien.

De groep Basis opengeklapt met vinkjes voor pandcontouren, huisnummers en percelen

Werkbalk · Kaartlagen

Wat zit er in welke groep?

Zo hoef je niet te zoeken.

  1. 1Basis — BAG-pandcontouren, huisnummers, uitvoeringsstatus, kadastrale percelen en gebouwen.
  2. 2Tekenen & toevoegingen — na openklappen één schuifje voor je eigen tekeningen en vormen, symbolen, constateringen uit documenten, foto’s en werkvolgordenummers. Uitzetten verbergt ze alleen; er gaat niets verloren.
  3. 3Verkeer & parkeren — parkeergarage, parkeerplaats, P+R, carpoolplaats, EV-laadpunt, tankstation, betaald & gereguleerd parkeren, vergunninghouders en zero-emissiezone.
  4. 4Grenzen — provincie-, gemeente- en woonplaatsgrenzen.
  5. 5Erfgoed & bescherming — beschermd stads- en dorpsgezicht, rijksmonumenten.
  6. 6Energetisch — energielabels bij de woningen.
  7. 7Flora & Fauna — SMP (in ontwikkeling; nog niet aan te zetten).
  8. 8Zorgvoorzieningen — huisarts, ziekenhuis / SEH.
  9. 9Leveranciers — BMN, Jongeneel, PontMeyer, Sikkens Center, AGC, Boels, LOXAM.

Energielabels: je ingekleurde woningen krijgen altijd een labelbadge. Zoom je verder in dan niveau 17, dan komen ook de niet-ingekleurde panden in beeld erbij.

Kaart · Uitwisseling

KML en KMZ ontvangen

Ontvangen geografische plannen gebruiken de bestaande uitwisseling.

  1. 1Importeer een KML of KMZ via het uitwisselscherm. Een KMZ moet precies een KML bevatten.
  2. 2Controleer de positie voordat je het plan gebruikt. Externe afbeeldingen en netwerklinks worden niet geladen.
  3. 3Een ontvangen onderlegger blijft onder eigen tekeningen; versies en zichtbaarheid blijven apart instelbaar.

Kaart · Tekenen en export

Afronden en afdrukgebied

Bestaande tekeningen en de globale legenda blijven behouden.

  1. 1Op een aanraakscherm kun je afronden, het laatste punt terugnemen of annuleren.
  2. 2Het afdrukkader volgt formaat en kaartstand. De afdruklegenda telt alleen objecten die het afdrukgebied raken.
  3. 3B/K/T/M-symbolen worden bij een eenduidige straat naar de straat gericht; handmatige wijzigingen blijven leidend.
  4. 4Het symbolenoverzicht per woning bevat aantallen van gebruikte B/K/T/M-symbolen. Symbolen die aan geen woning hangen, staan op een eigen regel Los op de kaart (Niet aan een woning gekoppeld) en tellen mee in het totaal.

Kaart · Erfgoed en locatie

Erfgoed en eigen positie

Gegevens en locatie blijven indicaties, geen automatische woningkeuze.

  1. 1Het woningdossier toont beschikbare metadata van geladen erfgoedvlakken. Controleer de officiele bron voor de actuele status.
  2. 2Een Rijksmonument dat als punt op de kaart staat en binnen de contour van een pand ligt, telt voor dat pand mee als Rijksmonument. Klik je met de rechtermuisknop op zo'n punt, dan opent het erfgoedvenster en niet het woningdossier van het pand eronder; het venster noemt het type.
  3. 3De knop Mijn locatie volgt je op de kaart; de cirkel toont hoe nauwkeurig de meting is. Bij betrouwbare beweging toont hij een richtingspijl. Zonder bruikbare richting blijft de gewone stip zichtbaar.
  4. 4Je positie wordt niet opgeslagen en kiest nooit automatisch een woning.

Zijbalk · In de omgeving

Wat er rond je project ligt

Een samenvatting van de omgeving van je ingekleurde woningen.

  1. 1Gemeente — in welke gemeente je project ligt.
  2. 2Voorzieningen & leveranciers — wat er in de buurt zit.
  3. 3Erfgoed in dit project — of er beschermde panden tussen zitten.

Een tegel verschijnt zodra de bijbehorende kaartlaag aanstaat.

4.6Woningen inkleuren

Inkleuren is de kern van BezitKaart: een woning hoort bij je project zodra ze een kleur heeft. Elke kleur wordt vanzelf een categorie in de legenda.

Werkbalk · Kleuren

Een kleur kiezen en panden aanklikken

Kies rechts een kleur, klik daarna de panden op de kaart aan.

  1. 1Klik een kleur uit het palet.
  2. 2Wil je een andere tint? Klik het regenboogvakje voor een eigen kleur.
  3. 3Schuif de transparantie als de ondergrond zichtbaar moet blijven.
  4. 4Een hele rij in één keer? Houd op een computer Shift ingedrukt en klik het laatste pand van de rij. Een tablet heeft geen Shift: zet daar Hele rij: tik het eerste en het laatste pand aan en tik de twee uiteinden aan; alle panden ertussen krijgen de kleur.

Nogmaals klikken met dezelfde kleur maakt het pand weer leeg. Inkleuren staat standaard uit: zet Inkleuren met de muis aan (op een tablet heet het Inkleuren met een tik). Is het werk in de uitvoering gestart, dan ligt de inkleuring vast: geen woningen erbij, geen woningen leeg en geen andere kleur, in geen enkele kaartversie. Wil je toch iets veranderen, zet het project dan eerst stop (Oplevering → Project stopzetten).

De sectie Kleuren met het palet, de eigen-kleurkiezer en de transparantieschuif

Zijbalk · Legenda

De legenda bijwerken

Elke gebruikte kleur krijgt hier een regel die je kunt hernoemen.

  1. 1Klik het kleurvlakje om de kleur te wijzigen.
  2. 2Klik de naam om de categorie te hernoemen.
  3. 3Het oogje verbergt de categorie op de kaart.
  4. 4Toon alles / Verberg alles schakelt ze allemaal in één keer.
  5. 5Het aantal woningen komt uit de BAG: elk verblijfsobject met een woonfunctie dat in gebruik of in verbouwing is, telt één keer — ook als er twee adressen bij horen. Winkels, kantoren, ingetrokken en nog niet gebouwde objecten tellen niet mee; dat staat er als regel onder.
  6. 6Is de BAG nog niet voor elk adres nagevraagd, dan staat er Minstens voor het totaal en een ? bij de kleuren. Is er niets bekend (de BAG is niet bereikbaar), dan staat er Aantal woningen onbekend — dat is iets anders dan nul. Een pand waarvan de huisnummers nog niet geladen zijn telt pas mee als je erop inzoomt.
  7. 7Op de afdruk staan dezelfde aantallen, voor de panden op het blad. Is de telling niet volledig, dan staan er geen aantallen op het blad en zegt de exportmelding waarom.

Verwijderen kan pas als er geen panden meer aan de categorie hangen.

De sectie Legenda met per categorie een kleurvlakje, naam, aantal, oogje en prullenbak

Op de kaart · Woningdossier

Alles van één woning op één plek

Rechtermuisknop op een pand opent het woningdossier: vijf tabbladen met alles wat BezitKaart over die woning weet.

  1. 1Klik met de rechtermuisknop op een pand. Op een tablet houd je je vinger even op het pand: dat is hetzelfde als een rechtsklik, dus staat er op die plek een rijksmonument, een perceel of een gevel, dan opent het bijbehorende venster of menu, en anders het woningdossier.
  2. 2Overzicht — adres, categorie, bouwjaar, gebruiksdoel, energielabel en de uitvoeringsstatus als die er is. Is de woning een Rijksmonument of ligt ze in een beschermd stads- of dorpsgezicht, dan staat daar bovenaan een strook met de soort, de naam en het monumentnummer.
  3. 3Opmerkingen, Foto’s en Documenten — alles wat aan deze ene woning hangt.
  4. 4Geschiedenis — wanneer iets aan deze woning is toegevoegd of gewijzigd.

Onderaan het overzicht opent een link het pand in de BAG-viewer van het Kadaster. Er staat altijd maar één woningdossier open: klik je ergens anders, dan sluit het vanzelf.

Het woningdossier met de tabbladen Overzicht, Opmerkingen, Foto’s, Documenten en Geschiedenis

Op de kaart · Woningdossier

Foto’s per adres

Elke foto hoort bij één adres, krijgt een vast fotonummer en onthoudt wanneer hij gemaakt is.

  1. 1Open het woningdossier en klik op + Foto toevoegen. De bestandskeuze gaat meteen open; op een tablet kun je op de fotopagina ook Foto maken kiezen.
  2. 2Heeft het pand meer dan één adres, kies dan eerst bij welk adres de foto hoort (of Hele pand voor gevel, dak of gemeenschappelijke ruimte). De fotopagina toont de foto’s daarna per adres.
  3. 3Elke foto krijgt een vast nummer (Foto 1, Foto 2, …). Verwijder je een foto, dan houden de andere hun nummer; een nummer wordt nooit opnieuw uitgedeeld.
  4. 4Onder het nummer staat de datum: Opname als de camera die in de foto heeft gezet, anders Toegevoegd met de dag waarop je hem toevoegde.
  5. 5Op het overzicht opent de tegel Foto’s bekijken alle foto’s van dit pand.
  6. 6Op de kaart staat bij een woning met foto’s een cameraatje. Klik erop en het woningdossier opent meteen op de fotopagina van die woning.
  7. 7Met Luchtfoto PDOK komt er een uitsnede van de luchtfoto van PDOK rond dit pand bij, met de omtrek van het pand in oranje. Het is een gewone foto bij het adres: met een nummer, een kenmerk en in de fotobijlage. De bronvermelding staat in het beeld en in de omschrijving.
  8. 8Met Bewerken bij een foto zet je er tekst, een pijl, een cirkel of een kader op. Typ de tekst en klik op de foto om hem te plaatsen; sleep voor een pijl, cirkel of kader. Klik een aantekening aan om hem te verslepen, van kleur of grootte te veranderen of met Verwijderen weg te halen. Na Opslaan heet de knop Bewerkt; de grote weergave en de fotobijlage tonen de foto met de aantekeningen. Het origineel blijft bewaard: met Alles wissen en Opslaan is de foto weer zoals hij was. Zet geen namen of andere gegevens van bewoners op een foto.

Bij een hoog gebouw ligt de oranje omtrek iets naast het dak: de omtrek is de voetafdruk uit de BAG, en een luchtfoto legt een hoog gebouw schuin vast. Een foto wordt verkleind tot 1600 pixels. Daarbij gaan de gegevens die een camera in het bestand zet verloren, ook een eventuele GPS-locatie; alleen de opnamedatum wordt vooraf overgenomen.

Op de kaart · Woningdossier

Inventarisatie per adres

Leg per adres vast wat er staat, bijvoorbeeld welke woning een afdak bij het achtergebouw heeft, en koppel er foto’s aan.

  1. 1Open het woningdossier. Rechts op het overzicht staat het blok Inventarisatie.
  2. 2Typ een nieuw kenmerk, bijvoorbeeld Afdak achtergebouw, en klik op Kenmerk toevoegen. De lijst is van het hele project: een kenmerk dat je één keer maakt, staat daarna bij elk adres klaar. Heeft het pand één adres, dan krijgt dat adres het nieuwe kenmerk meteen.
  3. 3Klik een kenmerk aan om het aan te zetten voor dat adres; nog een keer klikken zet het uit. Bij een pand met meer adressen staat er per adres een eigen rij.
  4. 4Op de fotopagina kies je bij een foto onder Geen kenmerk bij welk kenmerk hij hoort. Heeft het adres dat kenmerk nog niet, dan wordt het erbij aangezet.
  5. 5Dezelfde kenmerken zie je in de uitvoering terug, in de lade van een woning onder Kenmerken.

Een kenmerk gaat over het gebouw, nooit over de bewoner: zet er geen namen of telefoonnummers in. Een kenmerk aan- of uitzetten bij een adres gaat niet terug met Ongedaan maken; het kenmerk van een foto wel.

Zijbalk · Foto’s koppelen

Meerdere foto’s tegelijk koppelen

Hang een reeks foto’s in één keer aan de adressen van het project, of zet een PDOK-luchtfoto bij veel adressen tegelijk.

  1. 1Open in de zijbalk Foto’s koppelen en klik op Meerdere foto’s…. Kies de foto’s (hooguit 60 per keer).
  2. 2Per foto staat een GPS-voorstel: het adres dat het dichtst bij de plek ligt waar de foto genomen is, met de afstand. Staat er twijfel bij (oranje rand), dan ligt een tweede adres bijna even dichtbij. Er wordt niets vanzelf ingevuld.
  3. 3Klik op GPS-voorstellen overnemen om de voorstellen in de keuzelijsten te zetten, en controleer ze. Kies bij de andere foto’s zelf het adres; een foto op Niet koppelen wordt overgeslagen. Met Kenmerk voor alle krijgen alle foto’s hetzelfde kenmerk.
  4. 4Klik op … foto’s koppelen. Elke foto komt bij zijn adres, met vast nummer en datum, net als bij + Foto toevoegen in het woningdossier.
  5. 5Met Luchtfoto’s PDOK… kies je Alle adressen van het project of de adressen met één kenmerk. Er komt één luchtfoto per pand: bij een pand met één adres hangt hij aan dat adres, bij een pand met meer adressen (een flat) aan het hele pand. Panden die al een luchtfoto hebben worden overgeslagen; met Stoppen breek je af.

De GPS-positie is de plek van de fotograaf, meestal op straat; in een rij woningen is het dichtstbijzijnde adres soms de buurman. De positie wordt niet bewaard. Ongedaan maken haalt de hele reeks foto’s in één keer weg; een kenmerk dat daarbij aan een adres is toegevoegd blijft staan.

Op de kaart · Woningdossier

Foto’s op de plattegrond

Zet een woningfoto als kader op de plattegrond, met het fotonummer eronder en een pijl naar de woning.

  1. 1Open het woningdossier, ga naar Foto’s en klik bij een foto op Op plattegrond. Het dossier sluit; de foto staat op een vrije plek naast de woning.
  2. 2Versleep de foto naar de plek die je wilt (op een tablet met één vinger). De pijl blijft vast aan de foto en aan de woning.
  3. 3Klik op de foto voor de bewerkbalk: Grootte (de breedte op een A4-afdruk), Draaien en Pijl naar de woning.
  4. 4Van plattegrond in het dossier, of de prullenbak in de bewerkbalk, haalt alleen het kader weg; de foto blijft in het woningdossier.
  5. 5Met Nieuwe foto’s ook op de plattegrond zetten komt een foto die je toevoegt meteen op de kaart.
  6. 6De laag Foto’s op de plattegrond (Kaartlagen) zet alle kaders in één keer uit of aan; uit is de basisplattegrond. Die keuze onthoudt elke kaartversie apart.

De foto staat op papiermaat, niet op schaal: op elk formaat (A4 tot A0) neemt hij hetzelfde deel van de kaart in, dus hij blijft leesbaar. Zoom je verder uit dan straatniveau, dan krimpt de foto mee met de kaart, zodat hij in een overzicht de wijk niet bedekt; dat geldt ook voor een afdruk van zo’n overzicht. Het nummer is het projectnummer plus het vaste fotonummer, bijvoorbeeld 2026-114-F012 — hetzelfde in het dossier, op de plattegrond en in de fotobijlage. Verwijder je een foto uit het dossier, dan verdwijnt hij ook van de plattegrond.

4.7Tekenen en symbolen

Alles wat je zelf op de kaart tekent zit in één sectie, gegroepeerd per soort.

Werkbalk · Tekengereedschap

De vier groepen gereedschap

Onder de kop Tekengereedschap staan de vier groepen direct onder elkaar. Klik op een groep: het tekenpaneel schuift rechts uit met precies die groep open. Openen toont het hele paneel.

  1. 1Tekenen — pijl, lijn, route, wegafsluiting, start- en eindpunt, bouwplaats, rechthoek, cirkel, polygoon, tekst en tekstvak.
  2. 2Symbolen — badkamer, keuken, toilet en meterkast (B/K/T/M), gevaren zoals asbest en chroom-6, en flora & fauna zoals huismus, gierzwaluw en vleermuis.
  3. 3Weergave — de grootte van alle symbolen. Een woningsymbool staat altijd op de woning; één symbool verschuiven kan per woning.
  4. 4Objecten op schaal — bouwplaatsobjecten op ware grootte (zie hieronder).

Hoe teken je wat? Pijl en lijn: klik begin, klik eind. Route en polygoon: klik elk punt, dubbelklik of Esc om af te ronden. Rechthoek: sleep van hoek naar hoek. Cirkel: sleep van midden naar rand. Symbolen en tekst: één klik op de plek. Houd je bij B/K/T/M Shift ingedrukt, dan komt het label op dezelfde plek in de woning als het vorige, zodat een hele rij op één lijn staat. Meten heeft sinds kort een eigen sectie — zie het hoofdstuk Meten.

De sectie Tekengereedschap met de groepen Tekenen, Symbolen, Weergave en Objecten op schaal

Werkbalk · Tekengereedschap

Objecten op ware grootte

Bouwplaatsobjecten die écht zo groot op de kaart staan als in werkelijkheid.

  1. 1Open Objecten op schaal en kies een standaardobject — bijvoorbeeld een schaftwagen, een zeecontainer of een hoogwerker — of upload je eigen foto.
  2. 2Klik op de kaart om het object neer te zetten.
  3. 3Sleep de grepen om te verplaatsen of te draaien; de afmetingen blijven kloppen, ook bij inzoomen.

Kan ook als eenvoudig gekleurd vlak, zonder foto, voor bijvoorbeeld een tijdelijke opslagplek.

Op de kaart

Een object aanpassen of weghalen

Alles wat je getekend hebt blijft bewerkbaar.

  1. 1Klik het object aan — er verschijnt een venster met kleur, grootte en hoek.
  2. 2Sleep de grepen om te verplaatsen, te vergroten of te draaien.
  3. 3In hetzelfde venster zit ook de knop om het object te verwijderen.

Staan er meerdere B/K/T/M-letters vlak bij elkaar? Dan voegt BezitKaart ze samen tot één label, in de vaste volgorde B – K – T – M. Zet je een flora- en faunasymbool op een pand, dan kun je met de rechtermuisknop aangeven aan welke gevel het hoort — het symbool blijft daarna aan die kant staan, ook als je de kaart draait.

Zijbalk · Slim importeren

Ecologische tekening importeren

Een GeoJSON-bestand van een ecoloog rechtstreeks omzetten naar flora- en faunasymbolen op de kaart.

  1. 1Upload het GeoJSON-bestand bij Slim importeren.
  2. 2BezitKaart herkent de soorten erin en zet ze om naar de bijbehorende symbolen.
  3. 3Dubbele symbolen op dezelfde plek worden niet nogmaals geplaatst.

De geïmporteerde symbolen zijn daarna gewone symbolen: ze tellen mee, staan in de legenda en zijn net als elk ander symbool te verplaatsen of te verwijderen — in één stap ongedaan te maken.

4.8Meten

Afstanden en oppervlaktes opmeten, rechtstreeks op de kaart.

Werkbalk · Meten

Een meting maken

Een eigen sectie, los van het tekengereedschap.

  1. 1Kies Meten m1 (een lengte, de meetlat) of Meten m2 (een oppervlakte, het vierkantje met m²) en klik het eerste punt aan.
  2. 2Klik verder, punt voor punt, langs de lijn of het vlak dat je wilt meten.
  3. 3Dubbelklik of druk op Esc om de meting af te ronden.

Met Meten m1 meet je bij een open lijn de afstand; sluit je af bij het beginpunt, dan komt de oppervlakte erbij. Meten m2 sluit het vlak altijd zelf (minstens drie punten) en geeft het een gele vulling op 50%, zodat het gemeten oppervlak meteen te zien is. Beide lopen live mee terwijl je klikt.

Op de kaart

Wat je te zien krijgt

Twee soorten maten tegelijk.

  1. 1Bij het middelpunt staat het totaal: de omtrek en, bij een gesloten vorm, de oppervlakte in vierkante meters.
  2. 2Op elke zijde staat bovendien de eigen lengte van dat stuk, in meters.

Een zijde korter dan 0,2 meter, of een meting die uit maar één lijnstuk bestaat, krijgt geen apart zijdelabel — dan zegt het totaal al genoeg.

Werkbalk · Meten

Een raster op schaal over de kaart

Vierkantjes van een vaste maat in meters, bijvoorbeeld om een bouwplaats in te tekenen.

  1. 1Zet onder Meten Raster op schaal aan. Het raster begint in het midden van het kaartbeeld.
  2. 2Kies de Vakgrootte (0,25 tot 10 m, of een eigen maat) en of er om de zoveel vakjes een dikke lijn komt.
  3. 3Draai het raster met de schuif of het getal bij Draaiing, of klik Langs gevel leggen en daarna op een pand: het raster loopt dan langs die gevel en begint op de hoek ervan. Noord zet het weer recht.
  4. 4Met Beginpunt kiezen klik je zelf aan waar stramien A / 1 begint.
  5. 5Kies bij Aanduiding stramien (A-B-C / 1-2-3), meters vanaf het beginpunt of geen, en pas Kleur en Transparantie aan.

Het raster wordt in meters op de grond uitgerekend, net als Meten en de maatstaf: een vakje van 1 m blijft 1 m op elke zoom en op de PDF. Rechtsonder op de kaart, boven de schaalbalk, staat hoe groot een vakje is (en de dikke lijn); op de PDF staat dat in de legenda. Het is niet nauwkeuriger dan de kaart eronder: BAG-contouren en luchtfoto’s kunnen tientallen centimeters afwijken van de werkelijkheid, dus voor uitzetwerk blijft de landmeter leidend. Is een vakje op het scherm kleiner dan een paar pixels, dan staan alleen de dikke lijnen er; zoom dan in. Het raster wordt met het project bewaard.

4.9Verkeersplan

Verkeers- en parkeerplannen van een extern bureau ontvangen, tonen en delen — in dezelfde kaart, als eigen laag. Verkeersborden teken je niet zelf in BezitKaart: dat doet het bureau.

Werkbalk · Verkeersplan

Een extern verkeersplan gebruiken

Een aangeleverd plan als ondergrond op je eigen kaart leggen, of je eigen plan meegeven aan een extern bureau.

  1. 1Klik in de sectie Verkeersplan op Delen & importeren… en daarna op Verkeers- of parkeerplan importeren… voor een PDF, GeoJSON of DXF-bestand.
  2. 2Wijs bij een PDF een paar controlepunten aan om hem precies op zijn plek te leggen. Scrol in de tekening links of in de kaart rechts om in te zoomen en sleep om te verschuiven; met de knop ⤢ zie je weer de hele tekening.
  3. 3Het plan komt in de kaartversie Verkeersplan. Die wordt bij de eerste import vanzelf gemaakt als kopie van de Basiskaart, zodat het plan over je eigen kaart ligt en de Basiskaart zonder plan blijft. Een volgende import gaat naar dezelfde versie.
  4. 4Of klik op Kaart meegeven aan het verkeersbureau om je eigen verkeersplan te exporteren als GeoJSON, DXF, KML, KMZ of Kaartafbeelding met wereldbestand. Vink Kaartafbeelding ook als JPEG (.jpg + .jgw) aan voor programma’s die geen PNG willen; het is hetzelfde beeld op dezelfde plek. In een KML of KMZ houdt elk object zijn kleur en komt elke laag in een eigen map.

Nauwkeurigheid gaat voor automatisering: BezitKaart legt een aangeleverd plan nooit zelf automatisch op zijn plaats, dat doe je altijd zelf met de controlepunten. Stel de projectkaart bij voorkeur eerst vast: de kaartversie Verkeersplan is een kopie, dus wat je daarna nog aan de Basiskaart verandert komt er niet vanzelf in.

Kaart meegeven aan het verkeersbureau

Beveiligde uitwisseling

Een tijdelijk projectpakket delen en een aangeleverd plan terug ontvangen.

  1. 1Sla het project op de server op en vul bij stap 1 het Verkeersbureau in.
  2. 2Kies de Geldigheid en klik op Beveiligde link maken. Kopieer de Deellink meteen; deze wordt maar eenmaal getoond.
  3. 3Het bureau opent de link zonder account, downloadt de projectkaart en verstuurt een DXF, GeoJSON, KML/KMZ, PDF, PNG of JPG van maximaal 4 MB. Een KML of KMZ wordt bij het inzenden omgezet naar GeoJSON (WGS84). Elke link toont alleen zijn eigen inzendingen.
  4. 4Gebruik bij Ontvangen plannen Origineel openen of Als kaartlaag importeren. Uitlijnen en versies blijven via de bestaande import werken.
  5. 5Gebruik Intrekken om verdere toegang te stoppen. Reeds gedownloade bestanden blijven bij het bureau; een al uitgegeven downloadadres blijft maximaal 60 seconden geldig.

Een lokaal project kan niet via een link worden gedeeld. Is het ZIP-pakket groter dan 4 MB, zet de kaartafbeelding uit of deel een kleinere kaart.

4.10Tekeningen: gevels en foto’s

Een gevel-PDF, een afbeelding of een foto uit het project inladen en erop aangeven wat waar moet gebeuren. Je tekent met kleuren die je zelf een betekenis geeft; de legenda maakt zichzelf. Het origineel blijft altijd ongewijzigd.

Zijbalk · Tekeningen

Een tekening toevoegen

Elke tekening hoort bij het project en gaat mee met opslaan.

  1. 1Open de kaart Tekeningen links in de zijbalk.
  2. 2Kies PDF of afbeelding… voor een gevel-PDF (tot 25 MB) of een JPG, PNG of WEBP, of Projectfoto… om een foto uit dit project als ondergrond te gebruiken.
  3. 3Heeft de PDF meer bladen, dan kies je welke je wilt bewerken; elk gekozen blad wordt een eigen tekening.
  4. 4De tekening opent meteen. Daarna open je hem met een klik op de regel in de lijst; met het kruisje verwijder je hem (Ctrl + Z zet hem terug).

De PDF of afbeelding wordt één keer op de server bewaard; je tekening zelf zijn alleen de vormen en teksten erop. Een foto uit het project blijft precies wat hij was.

Tekening

Categorieën: kleur = betekenis

Links staan de categorieën van dit project, zoals Houtrotherstel, Schilderwerk en Glasvervanging.

  1. 1Klik een categorie: alles wat je daarna tekent krijgt die kleur.
  2. 2Pas de naam en de kleur van de gekozen categorie aan onder de lijst, of maak er een bij met + Categorie.
  3. 3Een kleur wijzigen kleurt meteen alles in die categorie mee, ook in de legenda.
  4. 4Een categorie die op de tekening gebruikt wordt kun je niet verwijderen.

De Legenda rechtsonder toont alleen de categorieën die op de tekening staan, met het aantal. Met de knop Legenda in de balk zet je hem op het scherm aan of uit.

Tekening

Tekenen: tussen Paint en Word

Boven het blad staat het gereedschap. Een letter op het toetsenbord kiest het ook.

  1. 1Pen (P): uit de vrije hand; de pen blijft aan tot je iets anders kiest.
  2. 2Rechthoek (R), Ellips (E), Lijn (L) en Pijl (A): slepen. Met Shift wordt het vierkant, rond of recht.
  3. 3Vlak (G): klik de hoekpunten en dubbelklik, druk Enter of klik het eerste punt om af te sluiten.
  4. 4Tekst (T): klik en typ; dubbelklik op een tekstvak om de tekst te wijzigen.
  5. 5Nummer (N): klik voor een genummerd bolletje; het nummer telt vanzelf door.

Scrollen zoomt, slepen op een lege plek of met de spatiebalk ingedrukt verschuift het blad, en de knop met het percentage maakt het weer passend. Zet geen namen of andere gegevens van bewoners in een tekst.

Tekening · Eigenschappen

Aanpassen, verplaatsen en ongedaan maken

Klik een object aan; rechts staan de eigenschappen.

  1. 1Sleep het object om het te verplaatsen, of trek aan de grepen om het groter of kleiner te maken.
  2. 2Kies rechts een andere Categorie, de Transparantie vulling, de Lijndikte en de Lijnstijl (doorgetrokken, streep of stippel).
  3. 3Bij een tekstvak: de tekst, de Tekstgrootte, Vet en Kader.
  4. 4Naar voren en Naar achteren leggen het object boven of onder de rest; Dupliceren (Ctrl + D) en Verwijderen (Delete).

In de tekening maakt Ctrl + Z elke handeling apart ongedaan. Na het sluiten is de hele bewerking één stap op de geschiedenis van het project. Wijzigingen worden automatisch opgeslagen.

Tekening · Exporteren

Een PDF of afbeelding maken

Voor de bouwplaats, de opdrachtgever of een rapport.

  1. 1Klik rechtsboven op Exporteren.
  2. 2Kies PDF met papierformaat (A4 tot en met A0) en richting, of Afbeelding (PNG).
  3. 3Zet de legenda en het titelblok (project, tekening en datum) aan of uit.

Een PDF-gevel blijft in de export scherp (vector), je tekening komt er als vector bovenop. Lukt dat bij een bijzondere PDF niet, dan gaat de gevel als scherp beeld mee en zegt de melding dat erbij.

4.11Werkvolgorde en routes

Twee verschillende dingen: de werkvolgorde is de volgorde waarin je de woningen aanpakt, de routeplanner is de rijroute ernaartoe.

Werkbalk · Werkvolgorde

De volgorde van het werk

Genummerde stappen op de kaart, in de volgorde waarin je de woningen doet.

  1. 1Werkvolgorde activeren, klik daarna panden aan in de volgorde die je wilt. Het volgnummer staat in de woning net onder het huisnummer, nooit eroverheen.
  2. 2Optimale werkvolgorde voorstellen zet alle ingekleurde woningen op volgorde van huisnummer.
  3. 3Wis volgorde maakt de lijst leeg.
  4. 4Exporteer naar Excel zet de lijst in een bestand.

De voorgestelde volgorde is altijd de huisnummervolgorde (per straat, oplopend) — nooit de volgorde waarin de woningen zijn ingekleurd. Een pand zonder gekoppeld adres komt achteraan. Je kunt de lijst daarna gewoon met de hand aanpassen. Werkvolgorde hoort bij het pakket Professional en hoger.

De sectie Werkvolgorde met de knoppen en de genummerde lijst

Werkbalk · Werkvolgorde

Blokken en bloknummering

Woningen die aaneengesloten aan hetzelfde blok zitten, in één keer nummeren.

  1. 1Klik op Blokken voorstellen — BezitKaart herkent zelf welke woningen een gesloten rij vormen op basis van hun gedeelde muren.
  2. 2Klik op Blokken zelf nummeren om zelf op de gevel te klikken en een bloknummer te geven; het cijfer is daarna te verslepen.
  3. 3Blokken opheffen maakt de indeling weer leeg.

Bloknummering staat los van de werkvolgorde zelf — je kunt het een gebruiken zonder het ander. Hoort bij hetzelfde pakket als Werkvolgorde.

Werkbalk · Routeplanner

Een rijroute maken

Stops toevoegen en de route laten uitrekenen.

  1. 1Typ een adres en klik op +.
  2. 2Of zet Start met aanwijzen op de kaart aan en klik de stops aan.
  3. 3Geselecteerde woningen zet je ingekleurde panden er in één keer bij.
  4. 4Route wissen begint opnieuw.

Stops kun je in de lijst verslepen om de route te veranderen. Op een tablet staan bij elke stop de knoppen Eerder in de route (↑) en Later in de route (↓), omdat slepen met een vinger lastig is. De Routeplanner hoort bij het pakket Professional en hoger.

De sectie Routeplanner met het adresveld, de aanwijsknop en Route wissen

4.12Omwonenden en bewonersbrief

Wie woont er rond het project, en hoe laat je die mensen weten wat er gaat gebeuren? Dit hoort bij het pakket Business.

Werkbalk · Omwonenden

Bepalen wie er omheen woont

Een schil rond je project, op basis van de adressen die er echt liggen.

  1. 1Open de sectie Omwonenden en geef aan hoe ruim je wilt kijken.
  2. 2BezitKaart zoekt de adressen in die schil op en zet ze in een lijst.
  3. 3Deel ze zo nodig in groepen in, bijvoorbeeld per straat of per blok.

Er worden nooit namen of telefoonnummers van bewoners vastgelegd — alleen adressen. Dat is een vaste regel van dit product en geen instelling.

Werkbalk · Omwonenden

De bewonersbrief

Een brief samenstellen die je meestuurt met de export, of los gebruikt voor een mailing.

  1. 1Stel de brief samen met je eigen tekst.
  2. 2Zet bij het exporteren het vinkje aan om de brief mee te nemen in de PDF.
  3. 3Of exporteer de adressenlijst naar Excel voor een mailing of drukwerk.

Versturen doet BezitKaart niet zelf: je krijgt de lijst en de brief, het verzenden regel je met je eigen post- of mailprogramma.

4.13Opdrachtbalk

Typ in gewone taal wat er moet gebeuren, en de opdrachtbalk doet het voorstel — pas na jouw bevestiging voert hij iets uit. Dit hoofdstuk beschrijft een onderdeel dat nu nog op de testomgeving staat en nog niet op de website.

Bovenbalk · Opdrachtbalk

Een opdracht typen

Het invoerveld staat in het midden van de bovenbalk.

  1. 1Typ een opdracht, bijvoorbeeld "zet bij Dorpsstraat 12 een vleermuis" of "maak de woningen in de Kerkstraat blauw, behalve nummer 14".
  2. 2Bekijk het voorstel dat verschijnt: welke woningen het raakt en wat er gaat gebeuren.
  3. 3Bevestig het voorstel — pas dan voert BezitKaart het uit.

Niets gebeurt zonder die bevestiging. De opdrachtbalk kent alleen de adressen die al in je project staan en verzint nooit een adres of een locatie. Er komt geen taalmodel aan te pas: de tekst van je opdracht wordt in je eigen browser gelezen en nergens heen gestuurd. Wat je bevestigt, wordt daarna gewoon met je project opgeslagen.

Bovenbalk · Opdrachtbalk

Wat de opdrachtbalk allemaal kan

Een ruime set opdrachten, allemaal met dezelfde voorstel-en-bevestig-werkwijze.

  1. 1Symbolen plaatsen of verwijderen, panden inkleuren of leegmaken.
  2. 2B/K/T/M-letters zetten, stappen van de werkvolgorde toevoegen.
  3. 3Omwonenden en routestops toevoegen, kaartlagen of voorzieningen aan- of uitzetten.
  4. 4Uitvoeringsstatus of een blokkade zetten, objecten op schaal plaatsen.
  5. 5De plattegrond exporteren, of een vraag beantwoorden zoals "wat is het bouwjaar van nummer 12?".

Vervolgopdrachten in hetzelfde gesprek werken ook, bijvoorbeeld "en nummer 14 ook" na een eerdere opdracht. Nieuwe chat begint met een schone lei.

Bovenbalk · Opdrachtbalk

Adressen, reeksen en uitzonderingen

Zo zeg je precies welke woningen je bedoelt.

  1. 1Een reeks: "Maak Kerkstraat 12 t/m 20 geel". Twee even of twee oneven nummers betekenen één kant van de straat (12, 14, 16, 18, 20); het voorstel zegt dat erbij. Wil je elk nummer, typ dan "Kerkstraat 12 t/m 20 alle".
  2. 2Even of oneven: "Maak de even nummers van de Kerkstraat blauw" of "Kerkstraat 5 t/m 15 oneven".
  3. 3Een uitzondering: "Maak de Kerkstraat blauw, behalve nummer 14".
  4. 4Een woonplaats: "Kerkstraat 12 in Duiven" of "alle woningen in Duiven".
  5. 5Een kleur of categorie uit je legenda: "Maak Fase 2 groen" kleurt de woningen die nu "Fase 2" zijn; "Verwijder de kleur van Kerkstraat 18" maakt een pand weer leeg.
  6. 6Twee kleuren in één zin mag: "Maak Kerkstraat 12 geel en Kerkstraat 14 rood".

Het voorstel noemt de adressen die geraakt worden, en na het uitvoeren zegt de statusregel ook welke adressen niet zijn uitgevoerd en waarom.

Bovenbalk · Opdrachtbalk

Als de opdracht niet duidelijk is

De opdrachtbalk gokt nooit. Weet hij niet zeker wat je bedoelt, dan vraagt hij het, met een voorbeeld.

  1. 1Hetzelfde adres in twee woonplaatsen: hij vraagt welke plaats je bedoelt.
  2. 2Een huisnummer zonder straat, of "deze woningen" zonder eerdere opdracht: hij vraagt om de straat.
  3. 3"Maak alles geel" of "maak woningen geel": hij vraagt of je het hele project bedoelt; zeg dan "alle woningen".
  4. 4Een kleur die niet in je legenda staat: hij noemt de kleuren die er wél zijn.
  5. 5Een plek op het scherm ("links", "de bovenste") kan hij niet vertalen: noem de straat en huisnummers.
  6. 6"Niet thuis" en restpunten zet je in de uitvoering, met een reden — niet via de opdrachtbalk.

"1 tot 5" is in gewoon Nederlands niet eenduidig; typ "1 t/m 5".

4.14Bewerken en ongedaan maken

Alles wat je op de kaart zet is terug te draaien.

Werkbalk · Bewerken

Terug, opnieuw, of alles weg

De vangnetknoppen staan bovenaan in de werkbalk.

  1. 1↶ — ongedaan maken (Ctrl + Z).
  2. 2↷ — opnieuw (Ctrl + Y).
  3. 3Wis alles — de hele kaart leeg.
De sectie Bewerken met ongedaan maken, opnieuw en Wis alles

Bij het openen

Herstelpunt na een crash

Niet-opgeslagen werk hoeft niet verloren te gaan.

  1. 1Sluit BezitKaart per ongeluk af, of crasht de browser, dan biedt BezitKaart bij de volgende keer openen het laatste herstelpunt aan.
  2. 2Kies of je het herstelpunt wilt terugzetten of gewoon opnieuw wilt beginnen.

BezitKaart zet nooit stilzwijgend iets terug — je kiest altijd zelf.

Sneltoetsen

Sneltoetsen aanpassen

Elk paneel heeft een letter. Bevalt een toets niet, dan verander je hem.

  1. 1Open het overzicht met ?, of met Sneltoetsen rechtsboven in deze handleiding.
  2. 2Klik op de toets die je wilt veranderen.
  3. 3Druk daarna de toets die je wilt gebruiken.
  4. 4Terug naar de standaardtoetsen zet alles weer goed.

Sneltoetsen doen niets zolang je in een tekstveld typt.

Het venster Sneltoetsen met per functie de toegewezen toets

4.15Samenwerken in een project

Een project hoeft niet van één persoon te zijn: je kunt collega's toegang geven binnen de organisatie, of een project delen met iemand die (nog) geen account heeft.

Project · Toegang

Projectleden en rollen

Wie meewerkt aan een project krijgt een rol die bepaalt wat hij mag.

  1. 1Open de toegangsinstellingen van het project en voeg een collega toe.
  2. 2Ken de rol manager, editor of viewer toe.
  3. 3Een viewer kan het project bekijken, maar niets wijzigen.

Project · Delen

Project delen als bestand

Een project als bestand versturen naar iemand buiten je organisatie.

  1. 1Klik op Downloaden om het project als bestand op te slaan.
  2. 2Stuur het bestand per mail naar de ontvanger.
  3. 3De ontvanger opent het bestand in BezitKaart via Bestand openen.

Handig als je (nog) geen gezamenlijke organisatie hebt met de ontvanger.

4.16Exporteren

Wat je op het scherm ziet, is wat je exporteert.

Exportvenster

De kaart als PDF, JPEG of PNG

Open het venster met Exporteren in de werkbalk rechts.

  1. 1Kies het bestandstype: PDF, JPEG of PNG.
  2. 2Kies het paginaformaat: van A4 tot A0, liggend of staand — A0 is drukwaardige kwaliteit. Zolang Exporteren in de werkbalk open staat, ligt er op de kaart een blauw kader om het Afdrukgebied, met bovenaan in het midden de knoppen Liggend en Staand. Klik erop en het kader draait meteen mee, zodat je direct op de kaart ziet wat er op de afdruk komt. Het formaat (A4 t/m A0) kies je hier in Exporteren, niet op de kaart: A4 t/m A0 hebben dezelfde verhouding, dus het kader houdt dezelfde vorm; het verschil zie je aan de schaal in het pilletje (bijvoorbeeld Afdrukgebied · ≈ 1:260): hetzelfde gebied op groter papier is groter afgedrukt. De schaal loopt mee als je in- of uitzoomt.
  3. 3Kies de Afdrukkwaliteit: E-mail en scherm (snel) staat standaard aan en geeft binnen enkele seconden een klein bestand om te mailen of op het scherm te bekijken. Ga je het op papier afdrukken, kies dan Drukwerk (scherp) of Drukwerk maximaal: scherper, ook de luchtfoto, maar het duurt langer en het bestand wordt groter. A1 en A0 zijn altijd Drukwerk: die formaten gaan naar de drukker, dus daar is E-mail en scherm niet te kiezen en duurt de export een tot twee minuten. De kwaliteitskeuze hoort bij elk pakket.
  4. 4Zet de opties aan die je wilt: noordpijl, schaallat, contactgegevens. Opsplitsen in meerdere pagina’s deelt het kaartbeeld dat op je scherm staat op in kolommen en rijen (alleen PDF). Ingezoomd op een detail, bijvoorbeeld een bouwplaatsinrichting, splitst hij dat detail; wil je het hele project opsplitsen, zoom dan eerst uit. Staat er een ingekleurd pand buiten beeld, dan vraagt de tool of je toch wilt doorgaan.
  5. 5Klik op Genereer. Onder de knop staat daarna hoe scherp de PDF is geworden: de kaart in dpi en, als de basiskaart Satelliet aanstaat, apart de luchtfoto.
  6. 6Bij E-mail en scherm staat de luchtfoto op schermresolutie; de statusregel zegt dat erbij. De luchtfoto heeft een vaste bronresolutie (8 cm per pixel). Op A1 en A0 met een ver uitgezoomde kaart is hij daardoor minder scherp dan de lijnen, letters en symbolen erboven; zoom verder in als je meer detail in de foto nodig hebt.
  7. 7Opsplitsen in meerdere pagina’s en de routelegenda gebruiken een eenvoudiger exportweg: op A1 en A0 is die minder scherp, en de statusregel zegt hoeveel.

Street View en de Google-kaart worden niet meegenomen in de export.

Het exportvenster met bestandstype, paginaformaat, opties en de knop Genereer

Exportvenster · Woninginformatie

Fotobijlage

Een nette fotobijlage op A4, per adres, achter de plattegrond of als losse PDF.

  1. 1Zet onder Woninginformatie het vinkje Fotobijlage toevoegen aan. Los daarvan bepaalt het vinkje Foto’s op de plattegrond (bij Plattegrond) of de foto’s die je op de kaart hebt gezet ook op de afdruk komen.
  2. 2Kies bij Foto’s per pagina een van de vijf tegels: 1, 2, 4, 6 of 8 foto’s per blad. Elke tegel toont het raster in het klein.
  3. 3Kies Staand of Liggend bij Pagina, en bij Volgorde in het raster of de foto’s Per rij (links naar rechts) of Per kolom (boven naar beneden) lopen.
  4. 4Bij Foto’s indelen kies je Per woning (een kop per adres) of Per kenmerk (bijvoorbeeld alle afdakken bij elkaar, met het adres onder elke foto). Heeft het project kenmerken, dan zet je met de knoppen onder Kenmerken in de fotobijlage een kenmerk aan of uit; Zonder kenmerk zijn de foto’s zonder kenmerk.
  5. 5De foto’s lopen door over het raster: heeft een adres maar één foto, dan komt de foto van het volgende adres ernaast, met het adres erboven. Met Elke groep op een nieuwe pagina begint elk adres (of kenmerk) op een eigen blad; zet Bijschrift onder elke foto uit voor alleen fotonummer en datum.
  6. 6Met een plattegrond erbij gaan alleen de foto’s mee van de woningen die op het blad in beeld staan. Liggen er woningen met foto’s buiten beeld, dan zegt de regel onder het vinkje hoeveel dat er zijn en dat ze niet meegaan. Zoom uit om ze wel mee te nemen.
  7. 7De regel eronder telt mee: hoeveel foto’s, hoeveel pagina’s en hoe breed een foto op papier wordt. Onder het voorbeeld staan alle bladen van de afdruk als kleine plaatjes; klik er een aan om hem groot te zien.
  8. 8Per adres staan de foto’s in het raster, elk met het vaste fotonummer, de datum (Opname of Toegevoegd), het kenmerk (als je dat bij de foto gekozen hebt) en de omschrijving. De foto’s worden verkleind of vergroot tot ze passen, zonder vervorming en zonder dat er iets wordt afgesneden.
  9. 9De PDF begint altijd met de plattegrond; de fotobijlage komt erachter. De fotobijlage heeft geen kaartje: het vinkje Kaartje bij elke bijlagepagina hoort bij de opmerkingen per woning en staat alleen in beeld als je die meeneemt.
  10. 10Inclusief bijlagen in de keuzelijst erboven gaat over de opmerkingen per woning; de fotobijlage zet je apart aan.

De fotobijlage staat altijd op A4 (staand of liggend), ook als de plattegrond op A3 of groter is. Een gat in de nummering (bijvoorbeeld geen foto 2) betekent dat die foto is verwijderd; de nummers van de andere foto’s veranderen nooit.

Exportvenster · Woninginformatie

Inventarisatieoverzicht

Een tabel met per adres welke kenmerken het heeft, direct achter de plattegrond.

  1. 1Zet onder Woninginformatie het vinkje Inventarisatieoverzicht toevoegen aan. Het vinkje staat er pas als het project kenmerken heeft; maak ze aan in het woningdossier, bij Inventarisatie.
  2. 2De tabel heeft een rij per adres van het project en een kolom per kenmerk. Een oranje stip betekent dat het adres dat kenmerk heeft. De laatste kolom telt de foto’s per adres, de onderste rij het aantal adressen per kenmerk.
  3. 3Volgorde in de PDF: eerst de plattegrond, dan het inventarisatieoverzicht, dan de opmerkingen en de fotobijlage.

Bij meer dan zes kenmerken staat de tabel liggend; bij meer dan twaalf lopen de kolommen door op een volgend blad, met de adressen er steeds weer naast.

4.17Spiekbrief

De sneltoetsen die standaard klaarstaan. Ze werken niet zolang je in een tekstveld typt, en je kunt ze allemaal zelf veranderen.

KKaart bewerken tonen/verbergen
BBewerken
LKaartlagen
GLegenda
TTekengereedschap
CKleuren
WWerkvolgorde
VStreet View
EExporteren
MMeten
SBasiskaart kiezen
HDeze handleiding
/Adres invoeren
?Sneltoetsen-overzicht
Ctrl + ZOngedaan maken
Ctrl + YOpnieuw

Module 5

Portefeuille

Het vaste bezit van je opdrachtgevers: complexen en woningen, door de jaren heen bijgehouden, met de kaart, imports, onderhoud en historie.

  1. 5.1Complexen bekijken
  2. 5.2Opdrachtgevers en indeling
  3. 5.3Importeren en bijwerken
  4. 5.4Projecten, onderhoud en route
  5. 5.5Historie en herstel

5.1Complexen bekijken

De portefeuille is de permanente laag boven je losse projecten: hier staan al je complexen en adressen bij elkaar, los van welk project je op dit moment voorbereidt. Je opent de portefeuille met Portefeuille in het menu links op het dashboard. Dit hoofdstuk beschrijft een onderdeel dat nu nog op de testomgeving staat en nog niet op de website.

Dashboard · Portefeuille

Complexen zoeken

Het overzicht van al je complexen, per opdrachtgever, met een zoekveld erboven.

  1. 1Typ in het zoekveld onder Complexen om te zoeken op opdrachtgever of complex.
  2. 2Klap een opdrachtgever in of uit om zijn complexen van de kaart te halen of terug te zetten; het aantal complexen zie je boven de lijst.
  3. 3Klik op een complex om het paneel met details te openen.

Een opdrachtgever waar je veel mee werkt zet je met de ster bovenaan.

De portefeuille met het zoekveld, het aantal complexen en de complexenlijst per opdrachtgever

Portefeuille · Complex

Het complex- en woningpaneel

Per complex zie je hoe de woningen verdeeld zijn, en welke gegevens nog ontbreken.

  1. 1Open een complex vanuit de lijst.
  2. 2Bekijk de verdeling naar bouwjaar, type en energielabel in de grafiekjes.
  3. 3Onder Onzeker staan de woningen waarvan een van die gegevens ontbreekt of nog niet gecontroleerd is.
  4. 4Klik op een woning (in de lijst of op de kaart) om de gegevens van dat adres te bekijken. Een streepje betekent dat dit veld niet in het importbestand stond.
  5. 5Terug naar het complex ga je met Terug naar Complex bovenin het paneel, met Escape of met een klik naast de woning op de kaart. Het kruisje sluit het paneel in één keer helemaal; de kaart blijft op het complex staan. Klik op een woning of op het complex om het paneel terug te halen.

Documenten die je aan een complex toevoegt, bewaren nu alleen naam, type en grootte — de inhoud zelf kun je er nog niet in opslaan.

Portefeuille · Complex

Het complex op volledig scherm

Een complex opent ook als volledig scherm, met alleen de basis: de kop, het onderhoud, de adressen en de SharePoint-mappen.

  1. 1Bovenaan staat de kop van het complex: de profielfoto, Complex met het nummer, de naam, de plaats en het aantal woningen, het bouwjaar en het aantal actieve projecten. Met Foto (of Vervangen) op de afbeelding kies je de profielfoto van het complex. Rechts staat de Opdrachtgever met zijn logo; op de testomgeving opent een klik daarop het opdrachtgeverdossier.
  2. 2Klik op het potlood naast de naam om de naam ter plekke te wijzigen: typ de nieuwe naam en kies Opslaan (of Enter), of Annuleren (of Escape). Hetzelfde potlood staat ook in het paneel dat opent als je in de lijst of op de kaart op een complex klikt. Het complexnummer verandert daarbij niet.
  3. 3De kaart Onderhoud toont een balk van Laatst naar Gepland, met erbij in woorden hoeveel jaar het nog is of dat het over tijd is. Met het potlood rechtsboven vul je het Laatste onderhoud en het Eerstvolgend onderhoud in en kies je Opslaan. Onder Eerder onderhoud staan de jaren waarin onderhoud is geweest.
  4. 4Op de testomgeving staan rechts de SharePoint-mappen: per map het mapsymbool, de naam, het SharePoint-adres en Open ↗, dat de map in een nieuw tabblad opent met je eigen Microsoft-account. Heeft de opdrachtgever zelf mappen in zijn dossier, dan staan die bovenaan onder Opdrachtgever, met de mappen van het complex onder Dit complex. Beheerders voegen een map toe met Map toevoegen; de mappen van de opdrachtgever beheer je in het opdrachtgeverdossier.
  5. 5Onder Adressen staan de woningen per straat. Klik op een huisnummer of een straat om te selecteren; Alles selecteren en Selectie wissen werken op de hele lijst. Doorzetten naar Projectkaart neemt de selectie mee, en zonder selectie het hele complex. Je zet altijd één complex tegelijk door: open eerst het complex. Het nieuwe project krijgt een uniek projectnummer; een nummer dat al bestaat wordt geweigerd. Wil je de woningen bij een bestaand project, kies dan Aan bestaand project toevoegen.
  6. 6Documenten, strategie en prestatie-eisen en een andere opdrachtgever kiezen doe je vanuit het complexpaneel op de kaart; wijzigingen terugzetten via Historie en herstel in de werkbalk van de portefeuille.

Een handmatig aangepaste complexnaam blijft bij volgende imports behouden.

Portefeuille · Kaart

De portefeuille op de kaart

Heel Nederland in één oogopslag: de twaalf provincies, de grote plaatsen, en je complexen als oranje markers.

  1. 1Een oranje marker is een complex. Het getal erin is het aantal complexen: liggen er meerdere dicht bij elkaar, dan worden ze samengevoegd tot één marker met bijvoorbeeld 3. Klik erop om in te zoomen tot ze uit elkaar vallen.
  2. 2Klik op een losse marker voor een klein venster met de naam, de plaats, het aantal woningen en het aantal lopende projecten. Het complex licht tegelijk op in de lijst links. Met Openen open je het complex; Esc sluit het venster weer.
  3. 3De legenda rechtsboven telt hoeveel complexen er op de kaart staan. Zet je een complex in de lijst uit, of klap je een opdrachtgever in, dan telt dat meteen mee.
  4. 4Onder de legenda staat de werkbalk van de portefeuille: Portefeuilleoverzicht, Route plannen, Opdrachtgevers en, waar beschikbaar, Historie en herstel en Exporteren. Zoeken doe je in de lijst links. Linksonder, bij de zoomknoppen, wissel je met de knop Ondergrond tussen topografisch en rustig.
  5. 5Open een complex en de woningen worden gekleurd op energielabel; de legenda toont hoeveel woningen er in elke categorie vallen.
  6. 6In een geopend complex worden de BAG-panden waarin je woningen liggen ingekleurd in de kleur van het complex, net als op de projectkaart; het geschatte kleurvlak maakt dan plaats voor die echte panden. Ligt er een ander complex in dezelfde straat, dan worden de panden daarvan ook ingekleurd, in de eigen kleur van dat complex. Complexen die dicht bij elkaar liggen krijgen altijd een verschillende kleur. Het energielabel, bouwjaar of type staat op de stip van elke woning. Is die waarde onbekend en is de woning het enige adres in haar pand, dan staat er geen stip: het pand toont dan al alles, en een klik op het pand opent die woning. Een pand met meerdere adressen houdt altijd een stip per adres.

Snelwegen en wegnummers staan bewust niet op deze kaart, zodat je complexen het meest opvallen. De provinciegrenzen komen van het CBS.

5.2Opdrachtgevers en indeling

Complexen per opdrachtgever, inklappen en uitzetten, en opdrachtgevers bovenaan vastzetten.

Portefeuille · Complexenlijst

Complexen per opdrachtgever

De lijst links toont per opdrachtgever zijn complexnummers eronder. Met één klik haal je alles van een opdrachtgever van de kaart, of zet je het terug.

  1. 1Elke opdrachtgever heeft een eigen regel met zijn logo (of, zonder logo, zijn monogram), de naam en het aantal complexen en woningen (staat maar een deel aan, dan X / Y aan).
  2. 2Het pijltje voor de opdrachtgever klapt hem in en zet daarmee al zijn complexen uit op de kaart; de regel toont dan uit. Klap je hem weer uit, dan staat aan wat er vóór het inklappen aan stond (stond er niets aan, dan gaat alles aan). BezitKaart onthoudt welke opdrachtgevers ingeklapt staan.
  3. 3Klik op de naam van een opdrachtgever om zijn gegevens te openen.
  4. 4Met de ster rechts op de regel zet je een opdrachtgever bovenaan vast, los van de alfabetische volgorde. Zie Een opdrachtgever bovenaan vastzetten.
  5. 5Per complex zie je het complexnummer met de naam en het adres ernaast, en daaronder het aantal woningen en de plaats. Rechts staat het menu … met Complex openen en Alleen dit complex op de kaart. Bij precies één woning staat het volledige adres er; liggen de woningen in meerdere straten, dan zie je de straatnamen of “Tulpstraat + 3 straten” — nooit een huisnummerreeks die misschien niet klopt. Het vinkje links zet alleen dat complex aan of uit op de kaart; een klik op de rij zelf zoomt in en opent het complex.
  6. 6Beweeg met de muis over een complex (of ga er met de Tab-toets naartoe): op de kaart verschijnt een oranje, pulserende ring om dat complex, en de woningen van dat complex komen als kleine stippen op de kaart te staan. De kaart schuift niet mee.
  7. 7Typ in Zoek opdrachtgever of complex een complexnummer, naam, straat, plaats of opdrachtgever. Alleen opdrachtgevers met treffers blijven staan, uitgeklapt; complexen waarvan het nummer met je zoekterm begint staan bovenaan. Een treffer bij een ingeklapte opdrachtgever staat uit; zet je hem aan, dan is die opdrachtgever niet meer ingeklapt. Wissen zet alles terug.
  8. 8Onder het menu … naast de telling vind je Alles uitklappen en aanzetten, Alles inklappen en uitzetten, Alleen geselecteerde, de sortering Complexen op nummer (2, 10, 100, 1042, 1042A) of Complexen op naam (A–Z), en + Nieuwe opdrachtgever. BezitKaart onthoudt de sortering.
  9. 9Met de dubbele pijl naast Complexen klap je de hele lijst in, zodat de kaart de ruimte krijgt; dezelfde knop klapt hem weer uit. Wil je de lijst maar een stukje smaller of breder, sleep dan de rand tussen de lijst en de kaart naar links of rechts (of gebruik de pijltjestoetsen nadat je de rand met Tab hebt gekozen). De breedte wordt onthouden; dubbelklik op de rand zet hem terug op de standaardbreedte.
  10. 10Onderaan staat + Bezit importeren. Een klik geeft de keuze Excel importeren of Excel-sjabloon downloaden.
  11. 11Heeft een opdrachtgever veel complexen, dan zie je er eerst vijftig; met Toon alle komen de rest erbij. Bij een heel grote portefeuille toont de lijst eerst de bovenste honderdvijftig complexen; bij de opdrachtgevers daaronder staat dan alleen Toon alle.

De kleur van de opdrachtgeverregel en het monogram is alleen een herkenningskleur in de lijst. Op de kaart houdt elk complex zijn eigen kleur.

Portefeuille · Opdrachtgevers

Opdrachtgevers beheren

Een eigen lijst van opdrachtgevers, die je aan complexen koppelt.

  1. 1Voeg een opdrachtgever toe met naam en contactgegevens.
  2. 2Koppel een opdrachtgever aan een of meer complexen.
  3. 3Filter de complexenlijst op opdrachtgever.
  4. 4Klik op de testomgeving in de complexenlijst op de naam van een opdrachtgever, of klik in het complexscherm op de kaart Opdrachtgever. Bovenaan staan het logo en het aantal complexen en woningen; met Logo kiezen… zet je er een logo bij.
  5. 5Onder Gegevens staan Adres en contact (adres, postcode, plaats, telefoon, e-mailadres, website) en de Contactpersoon (naam, functie, telefoon, e-mailadres). Kies Bewerken en Opslaan; zonder schrijfrechten zijn de gegevens alleen leesbaar.
  6. 6Kies Openen bij een complex of Op kaart selecteren. Deze keuze vervangt de huidige zoektekst en filters door de gekozen opdrachtgever. Beheerders beheren de SharePoint-maplinks; verwijderen haalt alleen de verwijzing weg, niet de map in SharePoint. Met de pijltjes Omhoog verplaatsen en Omlaag verplaatsen bepaal je de volgorde van de links.
  7. 7Klap een opdrachtgever open en kies bij Logo een PNG of JPG. Met Vervangen… zet je er een ander logo voor in de plaats, met Verwijderen staat er weer het monogram. Het logo verschijnt meteen in de complexenlijst.

Een SVG-logo kan niet: exporteer het eerst als PNG. Het logo wordt verkleind tot 512 px.

Portefeuille · Complexenlijst

Een opdrachtgever bovenaan vastzetten

Zet de opdrachtgevers waar je het meest mee werkt bovenaan de lijst, los van het alfabet.

  1. 1Ga met de muis over de regel van een opdrachtgever en klik op de ster rechts. Op een tablet staat de ster altijd in beeld.
  2. 2De opdrachtgever staat nu bovenaan, met een oranje ster. Zet je er meer vast, dan staan die onderling op alfabet, met een lijn eronder.
  3. 3Klik nog eens op de ster om hem los te maken; hij gaat dan terug naar zijn plek in het alfabet.

Vastzetten is persoonlijk: je collega's zien jouw volgorde niet, en hij geldt op elk apparaat waarop je aanmeldt. Eigen mappen en favoriete complexen zijn in oktober 2026 uit de lijst gehaald; vastzetten vervangt ze.

5.3Importeren en bijwerken

Adressen inlezen uit een bestand, en een import terugdraaien als die niet klopte.

Portefeuille · Import

Adressen toevoegen, bijwerken of afvoeren

Een Excel- of CSV-bestand inlezen voor één opdrachtgever: één complex, een paar complexen of het hele bezit. Ook voor de jaarlijkse verwerking van verkoop en aankoop.

  1. 1Download eerst het sjabloon: klik op + Bezit importeren en kies Excel-sjabloon downloaden (de knop staat ook in de eerste stap van het importvenster). Vul per woning complexnummer, straat, huisnummer en plaats in; toevoeging en postcode mogen leeg. Heb je geen complexindeling, laat de kolom Complexnummer dan leeg en kies straks Eén complex voor het hele bestand.
  2. 2Klik op + Bezit importeren, kies Excel importeren en kies het ingevulde bestand.
  3. 3Kies Alleen aanvullen (toevoegen en bijwerken; er gaat nooit een woning uit bezit) of Volledige update (wat binnen je keuze niet in het bestand staat, gaat uit bezit).
  4. 4Kies bij Opdrachtgever voor wie het bestand is. Bestaat hij nog niet, kies dan + Nieuwe opdrachtgever… en Aanmaken; lijkt de naam op een bestaande, dan vraagt BezitKaart eerst of je die bedoelt. Spaties, hoofdletters en leestekens tellen daarbij niet mee: Woningbouwfictief en woningbouw fictief zijn dezelfde opdrachtgever als Woning bouw Fictief, en dan kies je Deze gebruiken.
  5. 5Met het sjabloon staan de kolommen al goed: je ziet alleen Kolommen herkend. Gebruik je een eigen bestand, dan kies je alleen wat niet herkend is. Bij het complexnummer kies je Uit een kolom in het bestand of Eén complex voor het hele bestand (dan typ je het nummer één keer in). Overige kolommen (bouwjaar, energielabel en dergelijke) staan onder Meer kolommen (optioneel).
  6. 6Klik op Controleren. Kies daarna Alleen deze complexen (standaard de complexen uit het bestand) of bewust De hele portefeuille van de opdrachtgever.
  7. 7Klik op Vergelijken met de portefeuille. De Voorvertoning toont per rubriek welke adressen worden toegevoegd, gewijzigd, naar een ander complex gaan, terug in bezit komen of uit bezit gaan.
  8. 8Gaan woningen naar een ander complex, of gaat meer dan 10% uit bezit, zet dan eerst het vinkje om dat te bevestigen. Klik daarna op Doorvoeren (bij een volledige update: Portefeuille bijwerken).

Een complex is altijd het nummer bíj een opdrachtgever. cpl1001, CPL 1001, complex1001 en 1001 zijn hetzelfde complex 1001; een code als A-12 houdt zijn schrijfwijze. Andere complexen en andere opdrachtgevers worden nooit geraakt, en complexgegevens zoals naam, onderhoud en mappen blijven staan. Twijfelt BezitKaart welke woning een adres is, dan wordt dat adres niet verwerkt en gaat er niets uit bezit. Ook op de kaart wordt een adres alleen geplaatst als het eenduidig in de BAG staat, ook zonder postcode; anders staat het als onzeker in het complex. Is er tussen de voorvertoning en het doorvoeren iets gewijzigd, klik dan op Opnieuw controleren. Kolommen met namen of contactgegevens van huurders worden niet ingelezen; bovenin het koppelscherm staat welke.

Portefeuille · Import

Een import ongedaan maken

De laatste import van een opdrachtgever terugdraaien.

  1. 1Direct na een import: klik op Deze import terugdraaien…. Later: klik op + Bezit importeren, kies Excel importeren en klik op Laatste import van een opdrachtgever ongedaan maken…, en kies de opdrachtgever.
  2. 2BezitKaart controleert eerst of alles precies terug kan en toont dat. Is er na de import iets met de hand gewijzigd, dan kan alleen een deel terug; zet dan het vinkje als dat akkoord is.
  3. 3Klik op Import terugdraaien. Het terugdraaien staat daarna in de importhistorie.

Alleen de laatste import van een opdrachtgever kan terug. Woningen die door de import nieuw zijn en waar inmiddels iets aan hangt, verdwijnen niet maar gaan uit bezit.

5.4Projecten, onderhoud en route

Vanuit het bezit naar het werk: een project starten, onderhoud plannen, een route rijden en prestatie-eisen vastleggen.

Portefeuille · Complex

Een project starten vanuit een complex

Zet een heel complex, of een deel ervan, door naar een nieuw project op de projectkaart.

  1. 1Open het complex en klik op Naar project.
  2. 2Kies welke woningen meegaan: het hele complex of een selectie.
  3. 3BezitKaart zet automatisch de BAG-pandcontouren van die woningen aan op de kaart.
  4. 4Het nieuwe project verschijnt in je projectenlijst, met de adressen al ingeladen.

Portefeuille · Onderhoud en export

Onderhoud plannen en resultaten meenemen

Op de testomgeving kun je onderhoudsjaren corrigeren en de gefilterde selectie exporteren.

  1. 1Open een complex en bewerk het vorige en geplande onderhoudsjaar. De wijzigingshistorie blijft bewaard; een inmiddels gewijzigde versie moet je eerst opnieuw laden.
  2. 2Filter op onderhoud binnen het gewenste aantal jaren. Handmatig opgegeven jaren gaan voor berekende jaren; bij een nieuwe opleverdatum worden ze opnieuw afgeleid.
  3. 3Exporteer de huidige selectie naar Excel of PDF, of maak een kaart-PDF met optionele complexnummers. Een handmatig aangepaste complexnaam blijft bij volgende imports behouden.
  4. 4Beheerders kunnen de volgorde van de maplinks van een complex aanpassen.

Portefeuille · Route

Een route langs meerdere complexen

Plan een rijroute langs een aantal zelfgekozen complexen.

  1. 1Klik rechts op de kaart op Route plannen. Zolang het routepaneel open staat, toont de kaart alleen de complexen die je voor de route aanvinkt.
  2. 2Vink in het paneel de complexen aan die je wilt bezoeken. De kortste volgorde wordt automatisch bepaald, met de afstand in kilometers en de geschatte rijtijd.
  3. 3In de stoplijst staat het complexnummer vooraan. Met Complexnummers op de kaart zet je het nummer ook naast elk routepunt op de kaart, of haal je het weg.
  4. 4Slepen om de volgorde te wijzigen kan nog steeds; op een tablet staan er bij elke stop ook twee knoppen, Eerder in de route (↑) en Later in de route (↓).
  5. 5Kies bij Papierformaat afdruk A4 liggend of A3 liggend en klik op Afdrukken als PDF: dezelfde opmaak als de PDF van de projectkaart. De kaart vult het blad binnen een zwarte rand, met het logo rechtsboven, de noordpijl en de schaal linksonder en rechtsonder de legenda: totale afstand en reistijd, en alle complexen in rijvolgorde met tussen elk complex de afstand naar het volgende. De route wordt zo in beeld gezet dat de legenda er niets van afdekt. A3 is dezelfde afdruk, groter en scherper.

Sluit je het routepaneel, dan staan alle complexen weer op de kaart; je keuze blijft bewaard tot je op Route wissen klikt.

Portefeuille · Prestatie-eisen

Strategie en doelen vastleggen

Meetbare doelen per portefeuille, complex of project vastleggen, en later toetsen of ze gehaald zijn.

  1. 1Leg de strategie en de doelen vast op het niveau dat past: portefeuille, complex of project.
  2. 2Importeer prestatie-eisen uit Excel. Een regel die in de set staat kun je openen om te bewerken; regels verwijderen kan vanuit de regelweergave. Nieuwe regels maak je niet met de hand aan. Met Laat de tabel uitlezen gaat de tabel naar de AI, maar niet als er nog een telefoonnummer, e-mailadres of bewonersnaam in staat.
  3. 3Exporteer de vastgelegde eisen als PDF.
  4. 4Toets de doelen tegen de werkelijke situatie en laat de uitkomst ondertekenen.

5.5Historie en herstel

Zien wat er door de tijd veranderde, en een eerdere stand veilig terugzetten.

Portefeuille · Historie

Wijzigingen door de tijd volgen

Zie hoe de samenstelling van een complex verandert, en vergelijk een nieuwe Excel-levering met de vorige.

  1. 1Open de Historie van een complex om te zien welke woningen erbij kwamen of wegvielen, en wanneer.
  2. 2Een nieuwe jaarlijkse Excel-levering lees je in met + Bezit importeren en Volledige update; zie hierboven bij Import.

Bestaande historische gegevens veranderen bij een nieuwe levering nooit stilzwijgend mee — een vergelijking voegt toe, ze overschrijft niets.

Portefeuille · Herstellen

Een eerdere stand veilig herstellen

Op de testomgeving kunnen organisatiebeheerders een eerdere stand bekijken en herstellen.

  1. 1Open Herstellen en kies de hele portefeuille, een opdrachtgever of een complex. Historie is beschikbaar vanaf het moment waarop deze functie is ingesteld.
  2. 2Kies een herstelpunt en bekijk eerst de voorvertoning: aantallen wijzigingen en verwijderingen, plus eventuele blokkades. Bij verplaatsingen buiten de gekozen scope is herstel van de hele portefeuille nodig.
  3. 3Bevestig uitdrukkelijk voordat je herstelt. Een verlopen voorvertoning of nieuwe wijziging vereist een nieuwe controle. Herstel wordt volledig uitgevoerd of helemaal niet.
  4. 4Ontbrekende bestanden, beschermde importgegevens en definitieve eisen blokkeren herstel. Herstel haalt geen verwijderde bestanden terug; accounts en projectgegevens blijven buiten scope.

Deze functie staat los van het terugdraaien van de laatste import. Onderhoudshistorie en het auditrecord blijven behouden.

Module 6

Uitvoering

Het werk op de bouw: per woning de stand bijhouden, het team en de werkzaamheden, en de rapportages over voortgang, veiligheid en kwaliteit.

  1. 6.1Overzicht en voortgang
  2. 6.2Woningen
  3. 6.3Team, werkzaamheden en archief
  4. 6.4Rapportage, veiligheid en kwaliteit
  5. 6.5Planning tijdens de uitvoering

6.1Overzicht en voortgang

Na de projectkaart gaat hetzelfde project door naar de uitvoering: per woning bijhouden hoe ver het werk is, wat er nog moet gebeuren en wat er onderweg gebeurt. Dit hoofdstuk beschrijft een onderdeel dat nu nog op de testomgeving staat en nog niet op de website.

Uitvoering · Overzicht

Het dashboard van het project

Eén scherm dat laat zien hoever het project staat, van nog te doen tot opgeleverd.

  1. 1Bekijk de trechter bovenaan: hoeveel woningen nog moeten beginnen, hoeveel er lopen en hoeveel er al klaar of opgeleverd zijn.
  2. 2Aandachtspunten — niet-thuismeldingen, restpunten, blokkades — staan er apart bij, geteld in aantal woningen.
  3. 3Klik op een getal in het overzicht: de lijst met woningen filtert er meteen op. Met Op de kaart ernaast opent de voortgangskaart, met alleen die woningen helder.

Alles op dit scherm is aanklikbaar — het is een startpunt om ergens naartoe te springen, geen los rapportcijfer.

Het overzicht van de uitvoering met de woningen per stand, de aandachtspunten en de knop Op de kaart

Dashboard · Voortgang

Voortgang op de kaart

De voortgang op de kaart bekijk je op de voortgangskaart: de projectkaart zoals hij bij het vaststellen was, met per woning de kleur van de stand. Die staat niet op de projectkaart zelf; daar maak je de kaart.

  1. 1Ga op het dashboard naar Voortgang en klik op de voortgangsbalk van een project, of op de knop Voortgangskaart ernaast. De kaart opent over het hele scherm. Vanuit een project in de uitvoering kan het ook: klik links op Plattegrond.
  2. 2Staat er één woning in een pand, dan heeft het hele pand de kleur van de stand, met het huisnummer erop. Bij Gereed en Opgeleverd krijgt het huisnummer een vinkje.
  3. 3Staan er meer woningen in een pand (een flat of portiek), dan staat er per woning een vakje met het huisnummer, elk in de kleur van zijn eigen stand. Zo zie je per huisnummer wat klaar is en wat niet.
  4. 4Een gekleurde rand om een pand of vakje is een aandachtspunt: een blokkade, niet thuis of een restpunt.
  5. 5Links staan het totaal aantal woningen, een ring met het percentage gereed of opgeleverd, en onder Status per woning en Aandachtspunten per stand hoeveel woningen het zijn, met een balk, het aandeel in procenten en wat elk ervan inhoudt. Gepland is lichtblauw, In uitvoering oranje, Gereed lichtgroen met een vinkje en Opgeleverd donkerblauw met een vinkje. De uitleg Zo lees je de kaart onderaan klap je open met een klik.
  6. 6Klik op een stand om alleen die woningen helder te zien, of kies hem rechtsboven in de keuzelijst Alle statussen. Toon alleen aandachtspunten licht elke woning met een blokkade, niet thuis of restpunt uit. Alles tonen zet het terug.
  7. 7Klik op een pand of vakje voor de adressen met hun stand. Met Afdrukken rechtsboven verschijnt eerst het afdrukbereik: een kader op de kaart (A4 liggend) met daarin de witte vlakken waar de stempel, het logo, de legenda en de bronregel op het blad komen. Verschuif en zoom de kaart tot het kader goed staat en klik dan op Downloaden als PDF; Annuleren of Escape sluit het kader weer. De PDF heeft de opmaak van de plattegrond; bovenaan staan de datum en het weeknummer, zodat duidelijk is van welk moment die stand is.
  8. 8Inzoomen doe je met + en − rechtsboven. Draaien doe je door te slepen met de rechtermuisknop ingedrukt; het kompas rechtsboven zet de kaart terug op het noorden. De huisnummers blijven rechtop staan.

De kaart wordt bevroren bij het vaststellen van de projectkaart. Wat je daarna op de projectkaart verandert, komt er niet op. Stel je opnieuw vast, dan vraagt BezitKaart eerst of de bestaande voortgangskaart vervangen mag worden. De stand per woning is altijd die van nu.

Dashboard · Voortgang

Voortgang van alle projecten, ook per week

Op het dashboard staat onder Voortgang één rij per project dat is vastgesteld of in de uitvoering of oplevering staat, met een balk en het percentage gereed ernaast. Een project blijft daar staan, ook als je intussen weer op de projectkaart werkt; het verdwijnt pas als het is gearchiveerd of stopgezet.

  1. 1Het percentage is het aantal woningen dat gereed of opgeleverd is, gedeeld door het totaal van de vaststelling. Het staat nooit op 100% zolang er nog één woning openstaat, en nooit op 0% als er al een woning gereed is.
  2. 2Kies rechtsboven bij Stand een week om te zien hoe ver elk project aan het eind van die week was, en hoeveel woningen er in die week gereed kwamen. Nu (live) toont weer de actuele stand, met de aandachtspunten (restpunten, blokkades, niet thuis).
  3. 3In een weekweergave staan geen aandachtspunten: die gaan altijd over nu. Heeft een project in die week nog geen statushistorie, dan staat dat er eerlijk bij in plaats van een percentage.

De historie per week bestaat vanaf het moment dat de statuswijzigingen per woning worden bijgehouden (september 2026). Een melding die later binnenkwam, telt bij de week waarin hij op het apparaat is gedaan.

6.2Woningen

Per adres de stand van het werk, meldingen en foto's.

Uitvoering · Woningen

Status per woning bijwerken

Elke woning doorloopt dezelfde vijf stappen, van nog niet begonnen tot opgeleverd.

  1. 1Open een woning in de lijst en kies de status: Nog niet gestart, Gepland, In uitvoering, Gereed of Opgeleverd.
  2. 2De kleur van de woning verandert meteen mee, ook in de tellingen bovenaan het scherm.
  3. 3Klik op een statusknop in de balk om de lijst te filteren op die ene status — het aantal staat er meteen bij. Klik nogmaals om het filter weer uit te zetten.
  4. 4Werk je op een tablet op de bouwplaats, dan zijn dezelfde knoppen en vakken groter, zodat ze ook met een vinger goed te bedienen zijn.

Alles wat je hier invult, wordt eerst op je eigen toestel bewaard en gaat vanzelf naar de server zodra er weer verbinding is — ook zonder internet kun je dus doorwerken. Is het geheugen van je toestel vol of geblokkeerd, dan staat er alleen in dit venster bewaard, sluit het niet: werk dan door tot er verbinding is en sluit het tabblad niet.

De woningenlijst met de statusknoppen bovenaan en per straat een tegel per woning in de kleur van zijn status

Uitvoering · Woningen

Niet thuis, restpunt en blokkade

Drie merktekens staan los van de voortgangsstatus: een woning kan "In uitvoering" blijven en toch een niet-thuismelding of een restpunt hebben.

  1. 1Niet thuis melden en kies de reden uit de lijst, bijvoorbeeld Niet thuis, Geen toegang verleend door bewoner of Afspraak niet nagekomen — en meteen ook de vervolgstap, zoals Opnieuw bezoeken of Afspraak inplannen.
  2. 2Afhandelen zodra de bewoner alsnog geholpen is; de melding blijft in de lijst staan maar telt niet meer mee als openstaand.
  3. 3Restpunt toevoegen met een omschrijving van het werk, de werksoort, wie het oppakt en een streefdatum. Het krijgt automatisch het eerstvolgende nummer van het hele project, dus "restpunt 14" is altijd hetzelfde punt, waar je ook zit.
  4. 4Blokkade zetten voor een woning waar het werk vastzit, bijvoorbeeld door een steiger die er nog niet staat. Dit is het enige merkteken dat je zelf aan- en uitzet — een restpunt-merkteken volgt vanzelf uit een openstaand restpunt.

Er wordt nooit een naam of telefoonnummer van een bewoner vastgelegd, alleen de gecodeerde reden en de vervolgstap. Dat geldt voor elk contactmoment met bewoners, niet alleen bij niet-thuis.

Uitvoering · Woningen

Foto’s per woning

Dezelfde foto’s als in de rest van de app, nu opgedeeld per gevel of ruimte.

  1. 1Kies bij Buiten een van de vaste gevels: Voorkant, Achterkant, Kopgevel, Dak of Overig buiten.
  2. 2Kies bij Binnen een van de vaste ruimtes, of maak een eigen ruimte aan als een woning een indeling heeft die niet in het rijtje staat.
  3. 3Leg voor elke foto vast in welke fase hij hoort: Voor werkzaamheden, Tijdens werkzaamheden of Na werkzaamheden.
  4. 4Op een tablet of telefoon opent de knop de camera van het toestel meteen, zodat je ter plekke kunt fotograferen zonder eerst iets op te slaan en weer op te zoeken.
  5. 5Kies bij Titel een titel uit de lijst (bijvoorbeeld Overzicht, Schade of Herstel uitgevoerd) of typ er zelf een, en vul eventueel een omschrijving in. Wat je al hebt ingevuld, blijft staan ook als het scherm tussendoor ververst wordt.

Het is dezelfde fotolijst die ook in het woningdossier en de export staat: een foto die je hier toevoegt, staat daar ook. De titel en omschrijving die je vooraf invult, staan alleen in dit tabblad en niet op je toestel: sluit je het tabblad, dan zijn ze weg.

6.3Team, werkzaamheden en archief

Wie er aan het project werkt, wat er gedaan wordt en waar de bewijsstukken staan.

Uitvoering · Werkzaamheden

Werkzaamheden en onderaannemers

Eén lijst voor het hele project met wat er moet gebeuren en wie dat doet.

  1. 1Nieuwe werkzaamheid toevoegen met een naam, een omschrijving en de werksoort waar hij onder valt, bijvoorbeeld Schilderwerk of Dakwerk.
  2. 2Onderaannemer koppelen uit de lijst met bedrijven, zodat op elk rapport meteen zichtbaar is wie het werk uitvoert.
  3. 3Beperk een werkzaamheid tot bepaalde ruimtes of gevels, of laat hem leeg staan zodat hij voor de hele woning geldt.
  4. 4Per woning vink je een werksoort af zodra al het werk daaronder klaar is — meerdere werkzaamheden onder dezelfde werksoort worden daarmee in één keer afgevinkt.

De voortgangsbalk bovenaan telt op deze hoofdonderwerpen, niet op losse werkzaamheden — dat houdt het overzicht op hoofdlijnen.

Uitvoering · Projectteam

Projectteam en contactgegevens

Wie er op dit project zit, met rol en telefoonnummer — nooit gegevens van bewoners.

  1. 1Zoek iemand op uit de organisatielijst (naam, rol, telefoonnummer, e-mailadres en wel of geen BHV) en voeg diegene toe aan het projectteam.
  2. 2Geef de rol in dit project op, los van de rol die iemand normaal heeft — een calculator kan hier bijvoorbeeld de werkvoorbereiding doen.
  3. 3De namen en telefoonnummers verschijnen vanzelf op de formulieren en rapporten die daarom vragen, zoals de alarmkaart en het weekrapport.

Namen van collega’s, onderaannemers en de opdrachtgever mogen hier gewoon staan — het privacyprincipe van dit product gaat over bewoners, niet over het eigen team.

Uitvoering

Archief, bewijs en opleverbestanden

Aanvullingen op de bestaande uitvoering en oplevering.

  1. 1Onder Bewonersgegevens beheert de projectbeheerder een SharePoint-verwijzing. Een collega heeft het afzonderlijke recht Bewonersgegevens nodig. De bewonerslijst blijft in SharePoint.
  2. 2Bij kwaliteitscontroles voeg je materialen, etiketfoto's, bewijs per controlepunt en pakbonnen of facturen toe. Foto's krijgen een titel en omschrijving; loskoppelen verwijdert niet het oorspronkelijke bestand.
  3. 3Het weekrapport bewaart periodes apart. Kies jaar en week of gebruik Vorige week en Volgende week. Sla het rapport op de server op en kies Alleen afsluiten of Afsluiten en mailen. Die tweede optie slaat eerst op en sluit daarna; de mail gaat naar de opgeslagen ontvangers. Alleen een beheerder heropent een gesloten rapport. Versturen gebruikt je eigen gekoppelde Microsoft-mailbox (zie Dag- en weekrapportage). Een onzekere verzending wordt niet automatisch herhaald.
  4. 4In het voortgangsoverzicht opent KYP dezelfde projectkoppeling. Een onbekende stand betekent dat KYP niet alle activiteiten heeft meegeleverd. In het dossier kun je losse bestanden of een ZIP in een zelfgekozen lokale map bewaren en de gekoppelde complexmappen openen.

Mapopslag vereist browsertoestemming. Bestaande bestandsnamen krijgen een volgnummer; gelijktijdige wijzigingen door een ander programma vallen buiten die controle.

6.4Rapportage, veiligheid en kwaliteit

Dag- en weekrapporten, veiligheidsdocumenten en kwaliteitscontroles.

Uitvoering · Weekrapport

Dag- en weekrapportage

Eén invulformulier per werkdag, met het weer er automatisch bij, en een afdrukbaar rapport voor de hele week.

  1. 1Vul per werkdag in: de werkzaamheden, bijzonderheden, veiligheid en de planning voor de volgende dag.
  2. 2Het weer wordt automatisch bij de dag gezet — het weertype en de neerslag, per dag en niet als één gemiddelde over de week.
  3. 3Weekrapport bekijken zet alle dagen onder elkaar in een rapport dat je kunt afdrukken of als PDF bewaren. Een afdruk draagt de regel Concept zolang het rapport niet is afgesloten, en daarna Afgesloten op … door …, met erbij aan wie het is verstuurd.
  4. 4De e-mail bevat alleen een gestructureerde samenvatting: project, uitvoerder, afsluitgegevens, voortgang en per werkdag uren, weer en het aantal bezochte woningen. De vrije tekstvelden werkzaamheden per dag, werkzaamheden, bijzonderheden, veiligheid en planning, plus bewonersgegevens en tijdlijnnotities, gaan niet mee in de e-mail; ze blijven in het afdrukbare rapport.
  5. 5Kies bij Ontvangers wie het weekrapport krijgt: vink collega’s aan onder Opdrachtgever en Eigen team (uit Projectteam) en vul eventueel Overige adressen in. Je kunt maximaal 10 ontvangers kiezen; elke ontvanger krijgt een eigen mail.
  6. 6Gebruik Vorige week en Volgende week om door weken te bladeren. Alleen afsluiten sluit het opgeslagen rapport zonder e-mail; Afsluiten en mailen slaat op, sluit en start daarna de verzending. Een rapport dat al is verstuurd wordt niet nogmaals naar dezelfde ontvanger verzonden.
  7. 7Onder het archief staat de verzendgeschiedenis van de gekozen week: wanneer het rapport is afgesloten, door wie, en aan welke adressen het is verstuurd. Een adres waar het rapport al naartoe is, wordt niet nog eens gemaild; mislukt een deel van de verzending, dan zie je per adres wat er is gelukt.

Er wordt gerekend in hele werkdagen, maandag tot en met vrijdag — een weekend telt niet mee als werkdag zonder rapport.

Uitvoering · Veiligheid

Veiligheidsdocumenten

Vijf soorten registraties, elk met hun eigen vragenlijst of formulier.

  1. 1LMRA (laatste-minuutrisicoanalyse) vlak voor je begint: is het hier veilig?
  2. 2Werkplekinspectie voor een periodieke rondgang over de bouwplaats.
  3. 3Toolbox en start-werkbespreking leggen onderwerp, aanwezigen en afspraken vast — de aanwezigen als aantal en functie, nooit als naam.
  4. 4Veiligheidsmelding voor een onveilige situatie of een incident: wat er gebeurde en wat er meteen aan gedaan is.

Een toolbox zonder de aanwezigen is geen toolbox, dus dat veld is verplicht — maar het gaat om een aantal, geen namenlijst.

Uitvoering · Veiligheid

De alarmkaart

Een poster voor aan de wand in de keet, op één A4 liggend: 112, wie je belt, de dichtstbijzijnde zorg met QR-codes, de nummers voor geen spoed, een kaartje van de projectlocatie en de AED.

  1. 1Maken. Open in de uitvoering het onderdeel Veiligheid en kies de alarmkaart. Vul de verzamelplaats, de aanrijroute, de EHBO-koffer, de brandblusser en de Dichtstbijzijnde AED in. Kies de BHV’er en de projectleider uit de personeelslijst; de uitvoerders komen uit het projectteam, met hun telefoonnummer. Wie ook BHV’er is krijgt een BHV-label. Een VGM-coördinator met nummer kun je erbij zetten; die staat dan onder Geen spoed, naast politie (0900-8844) en brandweer (0900-0904).
  2. 2De afstand en de rijtijd naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis en de dichtstbijzijnde huisarts komen automatisch over van de projectkaart, zodra die daar bekend zijn.
  3. 3Adressen controleren. Naam, adres en telefoonnummer vul je zelf in: die gegevens komen van Google en mogen niet worden overgenomen of afgedrukt. Kijk met Toon op de kaart — welke is het? welke instelling de tool bedoelt, vul de gegevens in en klik pas dan op Gecontroleerd door de werkvoorbereider. Wijzig je daarna naam, adres of telefoon, dan staat de controle vanzelf weer open.
  4. 4QR-codes. Elk kaartje heeft zijn eigen code: de route naar de spoedeisende hulp en naar de huisarts (Google Maps, naar het adres dat jij invulde) en de pagina “AED’s in mijn omgeving” van HartslagNu. Een routecode staat er alleen als de zorginstelling gecontroleerd is; anders staat er een zin die zegt waarom. Scannen vraagt internet op de telefoon.
  5. 5Afdrukken op A4. Klik op Alarmkaart bekijken en daarna op Afdrukken of opslaan als PDF. BezitKaart leest eerst elke QR-code zelf terug; lukt dat niet, of staat er een andere link in, dan wordt er niet afgedrukt en zie je welke code niet werkt. Druk je af met Ctrl+P of via het menu van de browser, dan komen alleen teruggelezen codes op papier. De kaart drukt op A4 liggend en past op één blad tot ongeveer 450 tekens aan projectrisico’s; daarboven loopt hij door op een tweede blad. Het kaartje van de projectlocatie komt van de BRT-Achtergrondkaart van het Kadaster; lukt het laden niet, dan staat er een zin en gaat de afdruk gewoon door. De afstanden zijn hemelsbreed. Zwart-wit afdrukken werkt; de gekleurde vlakken kosten in kleur wel inkt.
  6. 6Beperkingen van de AED-informatie. De AED-code is geen route naar “de dichtstbijzijnde AED”. Niet elke AED is bij HartslagNu aangemeld, en niet elke AED is dag en nacht bereikbaar. Zoek de AED vooraf op en vul de plek in. Bij een hartstilstand bel je eerst 112: de meldkamer kan burgerhulpverleners en een AED oproepen.

Verandert er later iets op de projectkaart, dan blijft de eerder overgenomen afstand gewoon staan totdat iemand bewust op "opnieuw overnemen" drukt. Druk de eerste kaart één keer af en scan de drie codes met een iPhone en een Android-telefoon: dat is de enige echte proef voor jouw printer en papier.

Uitvoering · Kwaliteitsborging

Controles en foto’s voor en na

Een vaste checklist per controle, met een oordeel per punt in plaats van één eindoordeel.

  1. 1Nieuwe controle starten voor één woning, of kies Hele project (geen woning) voor een controle die niet aan één adres hangt.
  2. 2Kies de werksoort waar de controle over gaat, bijvoorbeeld Schilderwerk of Metselwerk.
  3. 3Beoordeel elk punt van de checklist apart: Akkoord, Aandachtspunt, Afgekeurd of Hersteld. Bij een afwijking vul je meteen in wie het herstelt en tegen welke datum.
  4. 4Voeg foto’s toe en zet ze op Voor of Na werkzaamheden, zodat het verschil zichtbaar is.

De controle telt automatisch als afgekeurd zodra er één afgekeurd punt openstaat, ook als de rest in orde is.

6.5Planning tijdens de uitvoering

De planning naast de voortgang: wat er gepland staat en wat er af is.

Uitvoering · KYP-planning

De planning uit KYP naast je eigen voortgang

De actuele planning van KYP inzien, zonder dat er iets teruggeschreven wordt.

  1. 1Koppel eerst je eigen KYP-account: klik op Mijn KYP-account, log in op kyp.nl/rest/login/api met je eigen KYP-account, kopieer de waarde na access_token= uit de adresbalk en plak die in BezitKaart.
  2. 2Koppel het project eenmalig aan het bijbehorende KYP-project. Je kiest uit de projecten waar jij in KYP toegang toe hebt. Ook inactieve projecten staan in de lijst, met de status Actief, Inactief of Voltooid erbij.
  3. 3Bekijk de actuele KYP-planning naast je eigen uitvoeringsvoortgang. Onder de koppeling staat hoe vers hij is: Opgehaald bij KYP om ….
  4. 4Open je het onderdeel opnieuw in hetzelfde tabblad, dan staat de laatst opgehaalde planning er meteen, met Planning zoals opgehaald om … — wordt nu bijgewerkt bij KYP, terwijl de actuele stand live wordt opgehaald. Lukt bijwerken even niet, dan blijft die stand staan met de melding Bijwerken lukte niet en het tijdstip erbij.

Iedereen leest KYP met zijn eigen account: je ziet alleen wat jij in KYP mag zien, nooit via het account van een collega. Zie je geen toegang, vraag dan in KYP of je als deelnemer aan dat project wordt toegevoegd. Dit is uitsluitend een leesweg: er gaat nooit iets van BezitKaart terug naar KYP. Dit onderdeel vraagt bovendien een eigen vrijgave, los van de rest van Uitvoering.

Uitvoering · vastgestelde planning

Werkdagen en gereed werk afvinken

In Uitvoering toont Planning alleen planningen met de status Actief of Afgerond.

  1. 1Open het project in Uitvoering en kies Planning. Concepten en gearchiveerde planningen staan hier niet.
  2. 2Vink een werkdag af of kies Gereed. Alleen gebruikers met afvinkrechten kunnen dit doen.
  3. 3Datums, namen en partijen worden hier niet bewerkt. Een gelijktijdige wijziging wordt niet overschreven.

Module 7

Oplevering

Het project afronden: restpunten wegwerken, het opleverrapport maken en laten ondertekenen, en het resultaat overdragen naar de portefeuille.

  1. 7.1Stand en restpunten
  2. 7.2Opleverrapport en ondertekenen
  3. 7.3Overdracht en dossier

7.1Stand en restpunten

De laatste fase van het project: per woning afronden, restpunten wegwerken en het geheel overdragen met een rapport en een handtekening. Dit hoofdstuk beschrijft een onderdeel dat nu nog op de testomgeving staat en nog niet op de website.

Oplevering · Overzicht

De stand van de oplevering

Vier getallen die in één oogopslag laten zien hoever het project staat.

  1. 1Bekijk bovenaan hoeveel woningen zijn opgeleverd, hoeveel er nog moeten, en hoeveel open restpunten en openstaande niet-thuismeldingen er nog zijn.
  2. 2Zet de laatste woningen op Opgeleverd in de lijst met woningen.
  3. 3Is alles op nul, dan verschijnt de melding dat er niets meer openstaat; is dat niet zo, dan staat er precies wat er nog loopt.
De stand van de oplevering met vier getallen en de melding wat er nog openstaat

Oplevering · Restpunten

Restpunten wegwerken

Eén doorlopende nummering over het hele project, zodat "restpunt 14" altijd hetzelfde punt aanwijst.

  1. 1Zet een restpunt op In behandeling zodra iemand ermee bezig is.
  2. 2Zet het op Gereed gemeld zodra het werk klaar is, en pas daarna op Afgesloten nadat het gecontroleerd is — dat zijn bewust twee losse stappen.
  3. 3Een restpunt telt mee als open zolang het niet is afgesloten, ook als het al gereed is gemeld; het staat dus niet te vroeg als klaar geboekt.

7.2Opleverrapport en ondertekenen

Het rapport maken en de oplevering laten tekenen.

Oplevering · Opleverrapport

Het opleverrapport maken

Eén afdrukbaar document met de stand van het project, inclusief de foto’s.

  1. 1Opleverrapport bekijken zet de stand van nu in een rapport dat je kunt afdrukken of als PDF bewaren.
  2. 2Staan er nog restpunten of niet-thuismeldingen open, dan kun je het rapport gewoon maken — het laat dan zien wat er nog loopt, in plaats van te wachten tot alles klaar is.

Oplevering · Ondertekenen

Ondertekenen van de oplevering

Een onderhandse digitale handtekening, geen elektronische handtekening via een externe partij zoals DocuSign.

  1. 1Laat iemand namens de aannemer tekenen, uit het projectteam.
  2. 2Laat iemand namens de opdrachtgever tekenen, uit de contactpersonen van de opdrachtgever.
  3. 3Beide handtekeningen worden getekend op het scherm zelf en horen bij het opleverrapport zoals het er op dát moment uitziet.
  4. 4Verandert het project daarna nog — een woning erbij, een restpunt heropend — dan meldt de tool dat de handtekening bij een andere versie van het rapport hoort.

Dit is bewust geen handtekening met dezelfde juridische status als DocuSign: daarvoor is een externe partij nodig die de identiteit vaststelt, en dat kan deze tool niet zelf. Het scherm zegt dat er ook zelf bij.

7.3Overdracht en dossier

Het resultaat naar de portefeuille en het complete projectdossier als export.

Oplevering · Overdracht

Overdracht naar de portefeuille

Wat er is opgeleverd, landt vanzelf terug in de permanente bezitlaag.

  1. 1Rond de oplevering af — BezitKaart werkt de opleverdatum, de onderhoudscyclus en de werksoort van het complex in de portefeuille bij.
  2. 2Voeg desgewenst een opmerking of een document toe dat de volgende cyclus nodig heeft.
  3. 3Bijlagen mogen PDF, PNG, JPG, TXT, CSV, DOCX of XLSX zijn: maximaal 2 MB per bestand en 8 MB samen. Toevoegen en downloaden vereisen een internetverbinding en een aangemeld account voor de inhoudscontrole.

Er gaat bewust NOOIT iets over prijzen, uren, marges of interne notities mee terug — alleen deze paar feitelijke gegevens.

Oplevering · Projectdossier

Het projectdossier exporteren

Alle rapporten van het project in één keer downloaden.

  1. 1Open het onderdeel Exporteren en loop de documenten per categorie langs.
  2. 2Alles selecteren of vink de rapporten los aan die je nodig hebt, en bekijk een rapport eerst als je wilt controleren wat erin staat.
  3. 3De documenten worden op het moment van exporteren gemaakt uit de actuele projectgegevens en samen in één bestand gezet dat je kunt downloaden. Elk ingevuld of afgesloten weekrapport is een eigen document in de lijst.
  4. 4Bewaar je de losse bestanden in een map op je toestel, dan komen ze in een eigen submap met de naam van het dossier, met de bijlagen in Bijlagen en een index.html om alles te openen.

Er wordt geen los archief met oude versies bewaard: wat je exporteert klopt altijd met de stand van dat moment.